Monster van Loch Seks
Schafttijd tussen de pin-ups. Zal dit ook strafbaar seksisme zijn? Foto: Herman Wouters/Hollandse Hoogte

Ja, de intimidatie van vrouwen op straat en de discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt moeten aangepakt worden. Maar dat kan al met de bestaande juridische middelen, zegt Jogchum Vrielink. De ruime seksismewet die nu op tafel ligt, zal kwalijke gevolgen hebben en dreigt het maatschappelijk debat te smoren.

Wie? Postdoctoraal onderzoeker (Steunpunt gelijkekansenbeleid, Instituut voor constitutioneel recht, KU Leuven).

Wat? Het ontwerp van seksismewet schiet zijn doel voorbij en brengt de vrije meningsuiting in gevaar.

 

Het is terug. Het idee om te komen tot een seksismewet duikt weer op, na eerder te zijn voorgesteld in 2003, 2006, 2008 en 2010. Als een monster uit een horrorfilm blijft het terugkeren uit zijn graf.

Deze keer werd het ‘opgeroepen’ door minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet: afgelopen vrijdag keurde de ministerraad haar voorontwerp goed. Het wordt daarom tijd om het initiatief definitief een staak door het hart te jagen, voor het te laat is.

Het voorontwerp wil de ‘wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen’ omvormen tot een ‘seksismewet’. Voortaan zal naast discriminatie ook ‘seksisme’ verboden zijn.

Het ontwerp definieert ‘seksisme’ als ‘elke verbale of andere daad of handelwijze die er duidelijk op gericht is om minachting uit te drukken’ wegens iemands geslacht, of die personen om diezelfde reden ’als minderwaardig beschouwt of reduceert tot diens geslachtelijke dimensie’. Bijkomend moet dit een ’ernstige aantasting van de persoonlijke waardigheid’ tot gevolg hebben.

Dergelijk gedrag wordt strafrechtelijk verboden, niet alleen in het openbaar, maar ook op plaatsen die niet openbaar zijn, zolang er maar anderen aanwezig zijn. In geschriften en afbeeldingen zal zo’n ‘seksisme’ eveneens strafbaar zijn.

Verder maakt de wet, in diezelfde contexten, discriminatie op grond van geslacht strafbaar. Nu is slechts het ‘aanzetten tot geweld en discriminatie’ strafbaar. Geslachtsdiscriminatie wordt alleen burgerrechtelijk bestraft.

Tot slot wil het voorontwerp het burgerrechtelijke verbod op intimidatie uitbreiden. Voortaan kan dergelijk gedrag gelijk waar in het openbaar aanleiding geven tot sancties.

Vaag

Het voorontwerp is op het eerste gezicht een stap in de goede richting: de straatintimidatie die vrouwen, vooral in de grote steden, ondergaan, is een probleem dat al lang op een oplossing wacht.

Bestraffing van seksisme en geslachtsdiscriminatie is dan ook vaak legitiem. Zo moet het feit dat vrouwen op straat worden bespuwd of seksueel geïntimideerd als ze een rok of een topje dragen hard aangepakt worden. Hetzelfde geldt voor discriminatie op de arbeidsmarkt. Die zaken kunnen ruimschoots worden bestreden met de bestaande juridische middelen. Het is vooral een kwestie van iets te doen aan de handhaving ervan. Het is daar dat het huidige beleid tekortschiet.

Het voorontwerp van wet verhelpt dat probleem niet, integendeel. De wet riskeert juist allerlei onvoorziene en contraproductieve effecten te sorteren.

Door de vage bewoordingen van het ontwerp beperken de toepassingsmogelijkheden ervan zich niet tot straatintimidatie: ook algemene uitingen van ‘seksisme’ lijken eronder te vallen. Daardoor zouden diverse religies in het vizier van de voorgestelde strafbepalingen komen. De gelijkheid of gelijkwaardigheid van vrouwen wordt daarin ogenschijnlijk ontkend in naam van patriarchaal gezag. Om van rappers en hiphopgroepen nog maar te zwijgen.

Tweesnijdend zwaard

En wat te denken van reclamebureaus die mensen ’reduceren tot hun geslachtelijke dimensie’? Zullen zij voortaan eveneens strafbaar zijn als iemand zich daardoor ‘in zijn waardigheid aangetast’ voelt? De opstellers van het ontwerp vergeten ook dat de wet een tweesnijdend zwaard is. Feministische actiegroepen zullen dus voortaan evenmin een ‘minachtend’ of ‘reductionistisch’ beeld mogen ophangen van mannen.

Bizar is verder het ‘toepassingsgebied’ van het nieuwe strafrechtelijke discriminatieverbod. Discriminatie wordt verboden op openbare én niet-openbare plaatsen (zolang er meerdere personen aanwezig zijn), en in teksten en afbeeldingen (art. 444 Strafwetboek). Het gaat hier om situaties waarin laster en eerroof strafbaar zijn. Dat is vreemd, omdat je die omstandigheden gewoon niet zinvol kán hanteren bij discriminatie. Als we het ontwerp letterlijk nemen, dan zou je strafbaar zijn elke keer dat je iemand bewust ‘benadeelt’ op grond van geslacht, in vrijwel élke maatschappelijke situatie. Dat wil dus zeggen: inclusief bij de selectie van vrienden en je partner. Uiteraard is dat niet de bedoeling van het ontwerp, maar het is er wel het gevolg van.

Gezien dit alles is het onwaarschijnlijk dat het initiatief – als het wet wordt – een toetsing door het Grondwettelijk Hof zou overleven.

Hellend vlak

Nog los van de onmiddellijke onwenselijke gevolgen, is er het risico van het hellend vlak. Allicht zullen andere groepen eisen dat hun bescherming op hetzelfde niveau wordt gebracht. De prijs van een einde aan de ‘willekeur’, is de vernietiging van elk vrij debat. Zeker gezien de lange lijst discriminatiegronden die de Belgische discriminatiewetgeving omvat.

Vooral de strijd tegen kwetsende uitingen die het voorontwerp kenmerkt, miskent het noodzakelijk gepolariseerde karakter van het maatschappelijke debat. Debatten over politieke en sociale kwesties hebben onvermijdelijk krenkende aspecten, op een of meer beschermde gronden. Als dat systematisch aan banden wordt gelegd, dan zou dat de vrijheid van meningsuiting volledig om zeep helpen.

Kortom: seksisme en straatintimidatie moeten worden aangepakt, maar niet door een overbodig, vrijheidsverslindend ‘monster’.