Moet je baas rekening houden met de ramadan?
Foto: jobat.be
De jaarlijkse ramadan is woensdag 10 juli van start gegaan. Deze vastenmaand voor moslims kan behoorlijk zwaar zijn, vooral tijdens de zomer, als het warm is. Tijdens de ramadan eten deelnemers niet van de eerste dageraad tot zonsondergang. Dit kan leiden tot uitdroging en vermindering van concentratie. Eten mag na zonsondergang en voor de zon opkomt. Deze nachtelijke onderbreking kan leiden tot slaapgebrek, wat het moeilijker maakt om zich te concentreren op het werk.

De werkgever is echter niet verplicht om rekening te houden met de ramadan. Toch is het niet onverstandig om dat wel te doen. En ja, dat kan soms erg eenvoudig, door middel van de volgende – tijdelijke – maatregelen, bijvoorbeeld: verkorte lunchpauze voor zij die deelnemen aan de ramadan, vroeger naar huis mogen (gezien de verkorte lunchpauze), de inrichting van een apart pauzelokaal waar niet gegeten of gedronken wordt, etc.

Voor een bediende is de ramadan meestal niet echt een probleem. Bij arbeiders schuilt echter al gauw het gevaar voor de veiligheid. Indien mogelijk is het daarom aan te raden de zwaarste klussen niet in de ramadan te laten uitvoeren. Bij twijfel over de veiligheid kan de werkgever een arbeidsgeneesheer inschakelen. Als deze onbekwaamheid van de werknemer vaststelt, zal hij de persoon in kwestie naar huis sturen. Die dag arbeidsverlet is dan wel ten koste van de werkgever.

Geen extra’s om wrevel te voorkomen?

Waarom krijgen moslims niet de keuze om Kerstmis of Pasen – officiële (Christelijke) feestdagen – ‘in te ruilen’ tegen een vrije dag op het Suikerfeest, het einde van de ramadan en de uitbundigste gebeurtenis in het Islamitisch jaar?

Veeleer om wrevel op de werkvloer te voorkomen, zo blijkt. “Voorkeursbehandelingen en uitzonderingsregels leiden al gauw tot conflicten”, aldus een bedrijfsleider die graag anoniem wil blijven. “In een (groot) bedrijf kan je onmogelijk rekening houden met eenieders individuele wensen. Al onze beslissingen en maatregelen gebeuren dan ook in het belang van ‘de grootste gemene deler’. Daar heeft uiteindelijk iedereen het meeste baat bij.”

>

>

>

>