Welke uitgaven voor mijn kinderen mag ik als onderhoudsgeld inbrengen?
Foto: Shutterstock
Sinds mijn echtscheiding betaal ik regelmatig mijn onderhoudsgeld voor de kinderen. Aan mijn ex. Mag ik ook uitgaven die ik daarnaast persoonlijk doe voor de kinderen als onderhoudsuitkering inbrengen?

Ouders met kinderen ten laste krijgen een verhoogde belastbare som. Gescheiden ouders die voor co-ouderschap hebben gekozen, kunnen deze ‘verhoging’ onder elkaar verdelen. Een belastingplichtige die onderhoudsuitkeringen betaalt, kan deze aftrekken van zijn belastbare inkomsten. Beide systemen kunnen echter niet worden gecombineerd. De co-ouder moet dus nagaan wat fiscaal het interessantste is: óf de onderhoudsuitkeringen aftrekken, óf gebruik maken van de helft van de verhoging van de belastbare som. Als de ene ouder opteert om de onderhoudsuitkeringen af te trekken, zal de andere ouder de volledige verhoging van de belastbare som krijgen. In uw geval koos u voor aftrek onderhoudsgelden, en uw ex voor de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste.

Om een aftrekbare besteding te zijn, moeten betaalde onderhoudsuitkeringen aan drie voorwaarden voldoen:

• gebeurd zijn ter uitvoering van een wettelijke verplichting;
• betaald zijn aan een persoon die geen deel uitmaakt van het gezin van de belastingplichtige;
• regelmatig betaald zijn.

Het is niet vereist dat de betaling van het onderhoudsgeld door een rechterlijke beslissing opgelegd is. Een vrijwillig betaalde onderhoudsuitkering kan ook aftrekbaar zijn. Bovendien is voor de onderhoudsverplichting van ouders tegenover hun minderjarige of nog niet-afgestudeerde kinderen, niet vereist dat de kinderen ‘behoeftig’ zijn. Onderhoudsuitkeringen die men spontaan betaalt (d.w.z. zonder contractuele of gerechtelijke verplichting) aan de ex-echtgenote voor het onderhoud van de gemeenschappelijke kinderen, kunnen aftrekbaar zijn.

De onderhoudsbijdrage bevat volgens de wet zowel gewone als buitengewone kosten. ‘Gewone kosten’ zijn alle gebruikelijke kosten m.b.t. het dagelijkse onderhoud van het kind. ‘Buitengewone kosten’ zijn de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden. Welke kosten dit zijn, blijft een feitenkwestie.

Voor buitengewone kosten geldt de voorwaarde van de ‘regelmatigheid’ niet. Buitengewone kosten zijn uit hun aard immers niet regelmatig, waardoor de voorwaarde van de regelmatigheid zonder voorwerp is.

Let wel: het mag niet gaan om willekeurige onderhoudsbijdragen, zoals bijdragen die uitgekeerd worden wanneer de onderhoudsplichtige over het betreffende belastbaar tijdperk hoge inkomsten heeft en de eenmalig verhoogde onderhoudsuitkering is ingegeven door het voornemen van de onderhoudsplichtige om zijn inkomen louter om fiscale redenen af te romen. Deze willekeurige bijdragen komen niet in aanmerking voor aftrekbaarheid bij de betaler en belastbaarheid bij de ontvanger.

Betalingen die aan deze voorwaarden voldoen kunnen als onderhoudsuitkering afgetrokken worden.

Het hof van beroep van Antwerpen bevestigde in een arrest al dat studiekosten (huur van een ‘kot’, inschrijvingsgelden, kosten van cursussen) van de kinderen die bij de moeder verblijven, betaald door de gescheiden vader, worden aanvaard als aftrekbare onderhoudsgelden.

Een zaak waarover het hof van beroep van Brussel zich recent uitsprak, handelde over een ouder die onderhoudsgeld betaalt aan een dochter, waarvan een gedeelte betrekking heeft op dekken van uitgaven voor lidmaatschap van een golfclub, een abonnement op een tijdschrift voor jongeren, wintervakanties en kosten in verband met een moto. De fiscus verwerpt dit gedeelte van de onderhoudsuitkering, omdat het de strikte dekking van de levensbehoeften van de dochter overschrijdt. Maar volgens het hof beperkt de administratie op die manier de wettelijke plicht van ouders ten onrechte tot een loutere plicht in het voorzien van de ‘levensbehoeften’ van hun kind, terwijl ‘unaniem’ wordt aanvaard dat deze plicht neerkomt op een ‘algemene’ plicht om te zorgen voor het ‘levensonderhoud en opvoeding’ van de kinderen.

Vanzelfsprekend moet u ook kunnen bewijzen dat u de onderhoudsuitkering effectief betaald hebt. Dat kan met alle gemeenrechtelijke bewijsmiddelen, bv. een bankafschrift.

De betaalde onderhoudsuitkeringen die voldoen aan alle voorwaarden kunnen ten belope van 80 % van het toegekend bedrag van het netto-inkomen worden afgetrokken. In de aangifte moet de belastingplichtige het werkelijk betaalde bedrag vermelden, de fiscus zal zelf de beperking berekenen. Het betaalde bedrag moet ingevuld worden bij code 1390.

Ook de gegevens van de genieter (naam, voornaam en adres) van de onderhoudsuitkeringen moeten vermeld worden.

De experts van Kluwer beantwoorden dagelijks een vaak voorkomende belastingvraag die lezers ons gesteld hebben.