De cocon van de  homo economicus
Hoogmoed en na-ijver tieren ook na de crisis nog welig op de financiële markten. Foto: UPI Photo / eyevine

Gisteravond nam Paul De Grauwe de Arkprijs voor het Vrije Woord in ontvangst. Dat hij de eerste econoom is die de prijs krijgt, verbaast hem niet. Tegendraads denken is voor het gros van de economen nog steeds vloeken in de kerk, merkt hij.

De Arkprijs van het Vrije Woord krijgen als econoom is iets speciaals. De prijs op zich is al bijzonder, maar dat een econoom die eer te beurt valt maakt het nog extra speciaal.

Toen ik de lijst met mijn voorgangers bekeek, viel mij op hoeveel kunstenaars, schrijvers, en journalisten op de lijst figureerden. Ook filosofen, sociologen, psychologen en andere wetenschappers, zelfs hier en daar een politicus, maar een econoom, neen, die was er niet.

De vrijheid om zijn mening te verkondigen behoort tot de kern van ons democratisch bestel. Het vrije woord laat toe ongebonden kritiek uit te oefenen op de gezagsdragers. Die hebben dikwijls de neiging om zich te omringen door jaknikkers en sluiten zich dan op in hun cocon. Tegendraadse betogen zijn speldenprikken die soms (helaas niet altijd) de gezagsdragers tot de werkelijkheid terugbrengen. Want één ding is zeker: vele onder hen zijn mijlenver verwijderd van de werkelijkheid. Meestal is het hun opgeblazen ego dat hen belet de werkelijkheid te zien. Wie het vrije woord beoefent, heeft de belangrijke maatschappelijke functie gezag tegen te spreken. Want gezag dat niet wordt tegengesproken ontaardt in dictatuur.

De vrijheid om zich te vergissen

Het vrije woord is niet alleen nodig om de macht van de gezagsdragers in te tomen, het legt ook de basis van een creatieve samenleving. Mensen die vrij hun mening kunnen uiten, creëren een ‘argumentatieve cultuur’ zoals de Indiase econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen dat noemde. Dat is een cultuur waarin tegendraadse argumenten worden geduld, zelfs gestimuleerd. Een cultuur die toelaat om argumenten te ontwikkelen die door velen als dwaas, belachelijk of als onuitstaanbaar worden bestempeld. Een argumentatieve cultuur heeft een buitengewone creatieve dimensie. Ze laat de vrije loop aan de ontwikkeling van nieuwe ideeën. Vele van die ideeën overleven niet en blijken nadien inderdaad dwaas en belachelijk te zijn geweest. Maar als het stof gaan liggen is blijven de nieuwe en interessante ideeën overeind. En die worden onvermijdelijk overgenomen, ook door de gezagsdragers.

Om zo een argumentatieve cultuur mogelijk te maken heb je vrijheid nodig. Je hebt ook de vrijheid nodig om je te vergissen. In de argumentatieve cultuur heerst de dynamiek van trial-and-error. Die is dus ook niet te sturen. Precies daarom zit ze vol onvoorspelbare creativiteit.

Het feit dat er tot nu toe geen econoom in de lijst prijkte: zou dat iets zeggen over de reputatie van de econoom? Ik denk het wel. De economen hebben een buitengewoon interessant paradigma ontwikkeld, dat van de homo economicus. Het individu dat er op elk moment op uit is zijn eigen individuele welvaart te maximaliseren. In dat paradigma speelt de markt een darwiniaanse rol van uitzuivering. Wie zich niet als homo economicus gedraagt, wordt eruit gebonjourd. Door dit uitzuiveringsproces blijft alleen het rationeel economisch gedrag overeind.

Dit paradigma heeft een heel sterke aantrekkingskracht uitgeoefend op economen, om verschillende redenen. Het laat toe een belangrijk deel van de maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen. En het geeft aan de econoom een denkkader waarin hij of zij zich goed voelt, ja zelfs superieur ten aanzien van andere sociale wetenschappen. Maar het is ook een denkkader gebleken dat als een cocon heeft gewerkt en vele economen blind heeft gemaakt voor wat er rondom hen, ook in het economische leven gebeurt.

Tegendraads denken

Neem de financiële wereld. Het paradigma van de econoom bracht hem ertoe te geloven dat de financiële markten het rationele economische gedrag zouden selecteren zodat crisissen niet meer mogelijk zouden zijn. Dat bleek een utopie. Financiële markten hebben niet belet dat (economisch) irrationeel gedrag de bovenhand nam en mensen ertoe bracht dingen te doen die voor hen en vele anderen desastreuze gevolgen zouden hebben. Financiële markten hebben bepaalde vormen van economisch irrationeel gedrag zoals hoogmoed, euforie, na-ijver niet uitgezuiverd, integendeel. Maar vele economen, verliefd als ze zijn op hun modellen, blijven dat tot de dag van vandaag ontkennen. Daarom hebben we ook in de economie het vrije woord nodig. Tegendraads denken dus. Mensen die andere modellen uitproberen, ook modellen die door de hogepriesters als heiligschennis worden gezien. Dat is wat ik al jaren probeer te doen, met vallen en opstaan.

Wie? Hoogleraar economie, ­verbonden aan de London School of Economics.

Wat? Er is nood aan kritische stemmen die de zogenaamd onfeilbare economische modellen in vraag durven te stellen.