Wanneer angst een stoornis wordt
Foto: Ephameron
Hoe kan angst, een emotie die bedoeld is om je overlevingskansen te bevorderen, zo gevaarlijk en destructief zijn? ‘Mensen kunnen goed leren omgaan met hun angststoornis’, is het goede nieuws. ‘Maar echt helemaal verdwijnen doet ze zelden.’ Durven bang zijn dus.

Ik ben bang van rode auto’s, bang van volle treinen, bussen of metro’s, bang van ruimtes waar ik niet zomaar weg kan, bang van exotisch voedsel, bang van veel mensen bij elkaar, bang van plaatsen zonder toilet, bang van rode balpennen, bang dat mijn ouders zullen sterven, bang van het podium, bang dat minder intelligente mensen me zullen besmetten met hun domheid, bang dat mijn lichaam raar begint te doen, bang van mezelf als ik dwangmatig al mijn angsten probeer te bezweren, bang van veel ergere dingen, maar die durf ik niet op te schrijven. Oh, en ik heb een braakfobie.

Tenminste dat was vroeger. Als tiener kon ik mijn angsten nog benoemen, daarna bleef er maar één grote angst meer over: de angst voor de angst.

Mijn angststoornis heeft me lelijk parten gespeeld. Ik heb een studierichting laten varen, heb talloze etentjes met vrienden gemist, ben in volle paniek uit treinen gesprongen, heb geweigerd in vliegtuigen te stappen en in de ergste periodes kwam ik mijn huis niet meer uit.

Ik heb mijn angst ondertussen echter onder controle en ben al meer dan drie jaar paniekaanvallenvrij.

Twintig jaar lang heb ik mijn angststoornis proberen maskeren, uit schaamte. Het had misschien geholpen als iemand zijn mond had opengetrokken. Als iemand me had verteld dat ik heus niet zo alleen stond als ik dacht. Dat Otto-Jan Ham vorige week in het tv-programma Koppen zijn angststoornis ‘geout’ heeft, heeft wat teweeggebracht. Ineens bleken verschillende collega’s, uitermate populaire politici en verre en dichte kennissen er ook, in meerdere of mindere mate, last van te hebben.

Een recente rondvraag van de CM leert dat angst dagelijks het leven van één op de vijf Vlamingen beïnvloedt. Angststoornissen zijn wereldwijd, samen met depressies, de meest voorkomende psychische aandoening. Ze staan in de toptien van de vaakst voorkomende ziektes (zowel fysiek als psychisch) volgens de Wereldgezondheidsorganisatie.

Gudrun Arnouts vertelt dat ze niet meer uit het sociale isolement geraakt. Ze is 43 nu en kampt al 22 jaar met paniekaanvallen. Arnouts is bang voor grote ruimtes met veel mensen. Ze heeft ontzettend veel schrik om flauw te vallen. Misschien is haar grootste angst wel dat iedereen zou zien dat ze flauwvalt. Boodschappen doen of op de snelweg rijden is een kwelling. ‘Ik kan het alleen als ik eerst een kalmeermiddel slik.’

Wat ook zwaar op haar weegt, is het schuldgevoel dat ze zichzelf aanpraatte. ‘Ik ontzeg mijn zoon zoveel leuke dingen. Daguitstapjes zijn de hel voor mij. De paaslunch bij de familie moeten we missen want ik durf er niet heen te rijden. Hetzelfde voor het oudercontact. Hem van school afhalen tijdens de spits is een ramp.’

Hoog tijd voor goed nieuws; er zijn zeer adequate behandelingen voor angststoornissen. ‘Twintig procent van de patiënten reageert niet op een behandeling’, weet professor Loes Gabriëls. ‘Dat betekent dat we tachtig procent wel kunnen helpen.’ Maar de eerste voorwaarde is dat mensen tot bij een therapeut geraken. Amper de helft zoekt hulp – uit schaamte of omdat de omgeving het probleem minimaliseert. En daarvan wordt nog eens de helft miskend, vaak omdat de klachten doen denken aan depressie. ‘En’, vult Gabriëls aan, ‘mensen kunnen goed leren omgaan met hun angststoornis. Maar echt helemaal verdwijnen doet ze zelden.’

Van de Nederlandse dichter en columnist Ingmar Heytze verschijnt volgende maand een nieuw boek: Reisoefeningen. Wie zijn zeven jaar geleden gepubliceerde Scooterdagboek heeft gelezen, zal opkijken bij de nieuwe ondertitel: Genezen van een reisfobie. In Scooterdagboek schrijft Heytze over de onoverkomelijkheid van zijn hodofobie of reisangst. Zijn dagelijks gevecht met het monster hield hem jarenlang gekluisterd aan zijn woonplaats Utrecht. Op heel goede dagen slaagde hij erin zich binnen een straal van dertig kilometer rond zijn woning te bewegen. Verder was onmogelijk. Op slechte dagen haalde hij de voordeur niet eens. En deze man is genezen?

‘Ik vind van wel. Ik voel me niet meer beperkt door mijn angst’, vertelt Heytze. ‘Vroeger was ik veroordeeld tot enkele vierkante kilometer. Ik heb intussen enorm aan terrein gewonnen. Zonder al te veel problemen toer ik nu door Nederland, met zo nu en dan een uitstapje naar Antwerpen. Ik zou ontzettend graag door Europa reizen, maar dat kan ik nog niet aan. Toch voel ik dat er rek op zit. In die zin is genezen hier bedoeld als werkwoord.’

Dit is een ingekorte versie van het verhaal dat dit weekend in DS Weekblad verschijnt.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in