De Vlaeminck: 'Maar vroeger wás alles beter'
Foto: Photo News
‘Boonen en Gilbert zijn de beste renners van België, misschien zelfs van de wereld, maar leg hun palmares naast het mijne, en je weet het wel.’ Roger De Vlaeminck is er zeker van: vroeger was het beter. En hij mag dat zeggen, hij was er toen bij.

U kreeg half Vlaanderen over u heen nadat u in Reyers Laat de uitspraak van Michel Wuyts weerlegd had: niet Sven Nys is de beste crosser aller tijden, wel uw broer Erik.

‘Ik weet nog altijd niet wat ik misdaan heb, ik heb zelfs op Nys gestoeft. Het enige wat ik misschien niet had moeten zeggen, is dat hij zelfs niet de beste van zijn generatie is. En dat heb ik rechtgezet, in de krant.’

‘Ik vind Michel Wuyts trouwens heel slecht. Ik heb afgelopen week commentaar gegeven bij de Tirreno-Adriatico, samen met Renaat Schotte, en die is veel beter. Wuyts kan goed klappen: “in dit kasteel kunt u die wijn drinken, daar kunt u lekker eten”. Maar het gaat om de koers, en daar kent hij niets van. “Zou hij het halen?” zei hij vorig jaar over een renner die op één kilometer van de meet één minuut voorsprong had. Alsof dat nog een vraag was: Je doet maar één minuut over één kilometer! En dat is dan de Grote Wuyts.’

Leest u wat er over ú op Facebook en Twitter wordt gezegd? Er was zelfs een hashtag: #indetijdvanRogerDeVlaeminck. En grapjes als: IndetijdvanRogerDeVlaeminck reed Roger zelfs het gat in de begroting dicht.

‘Ik lees die niet, nee, ik kan het niet eens. Ik lees alleen mijn mails, en de voetbaluitslagen – de rest interesseert me niet.’

‘Die uitspraken op Facebook en Twitter komen van supporters van Nys, mannen van 25, 30 jaar. Die weten niet wat er vroeger is gebeurd, dat Erik zéven wereldtitels heeft behaald. Stel dat Erik nú voor de zevende keer wereldkampioen was geworden: dan was hij God. Het verschil tussen toen en nu is simpelweg te groot. Als ík in het veld Belgisch of wereldkampioen werd, dan kwamen drie buren bij ons een glaasje drinken. Nu maken ze daar een feest van, in een tent met duizend man.’

Maar nu is sport ook veel gespecialiseerder, wordt algemeen gezegd. Zelfs De Vlaeminck zou nu moeten kiezen: het veld of de weg.

‘En waarom moet Marianne Vos (Nederlandse wereldkampioene op de baan en in het veld, red.) niet kiezen? Omdat ze voor alles talent heeft. Ik heb massa’s sprinten gewonnen, zesdaagses, veldritten... Had ik aan mountainbiken gedaan, ik was ook wereld- en olympisch kampioen geworden. Ik kon alles, en zo waren er in mijn lichting wel een stuk of tien. Wij waren de beste generatie ooit, met Merckx, Godefroot, Van Springel, Moser. Noem nu eens een renner die alles kan?’

Het oude liedje dus: vroeger was alles beter?

‘Maar vroeger wás alles beter, toch? Was er zoveel miserie als nu? Er was geen miserie, er waren geen problemen.’

‘Boonen en Gilbert zijn de beste renners van België, misschien zelfs van de wereld, maar leg hun palmares naast het mijne, en je weet het wel.’

Kritiek van een oude, miskende man, wordt gezegd.

‘Ik kan meepraten over vroeger en nu, over de tijd van Van Looy en die van Boonen. Ik weet wat veertig jaar geleden gebeurde, zij weten nergens van. Dan moeten zíj zwijgen.’

Ik probeer nog eens, over ‘een sport die toch veranderd is’, maar het blijkt de poging te veel: hij windt zich op. Zegt dat hij stopt als ik het niet wil begrijpen. En dat hij voldoende heeft gezegd.

Het is koele kwaadheid, beheerst, every inch a gentleman – nog steeds, maar de boodschap is duidelijk: verder hoeft het niet te gaan. Hij neemt het de huidige generatie niet eens kwalijk, zegt hij nog. Als Tom Boonen miljoenen kan verdienen met twee koersen, wat zou hij zich nog moe maken? Waarom nog twintig bergjes op rijden, dan?

Dat ik het hem, Roger De Vlaeminck, nog niet zag doen, werp ik op (tijd om te zalven), maar ook dat weerlegt hij. ‘Mocht ik nu coureur zijn, misschien wel. Wij waren ook vedetten, maar wij moesten een heel jaar rijden om goed geld te verdienen. Nu hoef je niet eens meer te winnen: Jurgen Van den Broeck wordt vierde in de Tour, wat mooi is, en ook hij is binnen.’

Dit is een stukje uit een langer interview in DS Weekblad dit weekend. De Vlaeminck heeft het over Armstrong, zijn zoon die veldrijder moet worden, zijn angsten en Milaan-Sanremo.