© AFP
De Verenigde Naties (VN) verloren in 2012 opnieuw meer dan 100 miljard dollar aan de globale verliezen door natuurrampen. Dat is al de derde keer op rij. De VN zei donderdag dat natuurrampen vaker dan vroeger het industrieel en privaat bezit raken.
Donderdag vond in Genève de voorstelling van de statistieken van 2012 plaats. Het VN-kantoor voor Rampenrisicovermindering (UNISDR) liet weten dat overstromingen, aardbevingen en koudegolven vorig jaar zorgden voor 138 miljard dollar (112 miljard euro) kosten.
‘Sinds het midden van de jaren ‘90 is er een stijging van economische verliezen. Het is een trend die zich blijft voordoen, ook al waren er geen megarampen in 2012. Dat toont een overzicht van de economische verliezen door de grote rampen sinds 1980', zei UNISDR-directrice Elizabeth Longworth. Toch kostten de rampen van vorig jaar de helft minder dan de rampen van het jaar voordien. In 2011 werd Japan bijvoorbeeld getroffen door een zware aardbeving en een tsunami.
In 2012 kwamen ongeveer 9.300 mensen om het leven bij een natuurramp, in 2011 waren er dat 30.770.
In december 2012 eiste tyfoon Bopha de grootste tol met 1.900 doden op de Filipijnen. Voorts kostten overstromingen in Pakistan en Nigeria honderden mensen het leven.
De meest kostelijke ramp van 2012 was orkaan Sandy, die de oostkust van de VS trof in oktober, gevolgd door twee aardbevingen in Italië in mei. Tot op vandaag blijft 2011 het financiële recordjaar. Toen liepen de kosten op tot 371 miljard dollar.
De grootste economische verliezen vallen te noteren in de rijke landen, maar het zijn de arme landen die de meeste levens verliezen bij natuurrampen.