Meer dan 2 miljoen kinderen in Syrië lopen het risico een ‘verloren generatie' te worden als de internationale gemeenschap niet snel over de brug komt met financiële hulp om hen te helpen. Dat staat in een rapport van Unicef dat dinsdag verscheen.

Het rapport komt er naar aanleiding van de tweede verjaardag van het conflict in Syrië, nu vrijdag. Unicef lanceerde in december vorig jaar een oproep voor 195 miljoen dollar voor levensreddende hulp voor Syrische kinderen en hun families tot juni 2013. Vandaag is daar minder dan 20 procent van gefinancierd.

Het VN-kinderfonds windt er geen doekjes om: Als er op korte termijn niets gebeurt, dan zal de organisatie tegen eind maart de operaties moeten staken die nu levens redden in Syrië. Zo zorgt Unicef voor toegang tot drinkwater en ent ze kinderen in tegen mazelen en polio. Ook zorgde Unicef ervoor dat zo'n 75.000 ingeschreven werden in scholen en schoolclubs.

De situatie is schrijnend. In miljoenenstad Aleppo gaat bijvoorbeeld slechts zes procent van de kinderen naar school. In de klassen die er wel nog zijn, zitten soms meer dan 100 kinderen. Ziekenhuizen zijn verwoest en het ervaren personeel is gevlucht. Intussen lopen kinderen trauma's op doordat ze familieleden en vrienden gedood zien worden. Velen zijn doodsbang voor de geluiden en door wat ze zien van het conflict.

Vluchtelingen

Unicef richt haar inspanningen niet alleen op kinderen in Syrië zelf, maar ook op kinderen van vluchtelingen. In Jordanië, Libanon, Irak en Turkije helpt de organisatie meer dan 300.000 kinderen van vluchtelingen. Volgens het VN-kinderfonds zijn de helft van de meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen in het buitenland kinderen.

Sinds het begin van het conflict in Syrië werden meer dan 70.000 mensen gedood in het land. Hoeveel kinderen daarbij zijn, is niet duidelijk.