Ouders: 'Haar leven heeft aan een zijden draadje gehangen'
Foto: Photo News
‘Vier jaar na de feiten heeft onze dochter nog geen enkele normale nacht gehad.’ Dat hebben de ouders van een meisje van vier maanden oud, dat zwaargewond raakte in Fabeltjesland, dinsdag gezegd voor het Gentse hof van assisen. ‘Haar leven heeft echt aan een zijden draadje gehangen’, zei de moeder. Eerder getuigden ook andere ouders van kinderen die het drama overleefden.

Het meisje kreeg verschillende messteken in de halsstreek. “Ze werd in uiterst kritieke toestand naar het UZ in Gent gebracht. We waren wanhopig, want we dachten dat het verkeerd afgelopen was. Ze werd 48 uur in een kunstmatige coma gehouden en verbleef veertien dagen op intensieve zorgen. (..) Haar leven heeft echt aan een zijden draadje gehangen.'

Elke dag moeten de ouders de littekens van het kind verzorgen. 'Haar stemband was doorgesneden en dat blijft een zwakke plek', zei de moeder. 'Het was lang niet duidelijk of ze nog een stem zou hebben. We zagen lange tijd alleen tranen als ze huilde. Pas enkele maanden na de feiten kwam er op een nacht opeens geluid uit, en waren er ook bij ons tranen. (...) Vier jaar na de feiten heeft onze dochter nog geen enkele normale nacht gehad. Ze wordt in paniek wakker en is angstig.'

Knuffel

Eerder op de dag vertelden de ouders van een meisje van twee jaar oud dat ongedeerd bleef tijdens de steekpartij in Fabeltjesland hun verhaal. 

‘Dan stort je wereld in', vertelde de vader over het moment waarop hij op de hoogte gebracht werd van de feiten in Sint-Gillis-Dendermonde. ‘De radio sprak toen van vijf doden. Ik was toen een kansberekening aan het doen of ons kind erbij was. Uiteindelijk kreeg ik telefoon van mijn vrouw dat onze dochter oké was.'

De moeder getuigde dat ze als een van de eerste ouders ter plaatse was aan de crèche. ‘Ik had mijn dochter herkend aan haar knuffel. Ze was heel in haar eigen wereld toen ik haar vastpakte. Ze was apathisch voor zich uit aan het staren en was niet blij om mij te zien. Het heeft tot de middag geduurd dat ze compleet afgesloten was. (...) De weken erna was het moeilijk om haar aan te kleden. Later pas kwam ik te weten dat ze in paniek was na de feiten, toen alle kindjes zich moesten uitkleden om te zien of ze gewond waren.'

Ongelooflijke dankbaarheid

Hun dochter heeft nog altijd slaapproblemen, maar de ouders kunnen niet stellen of dat aan de feiten gerelateerd is.

‘We zijn iedere dag vervuld van geluk dat ze er ongedeerd vanaf gekomen is', zei de vader. ‘We hebben ongelofelijke dankbaarheid voor de tantekes. Zij hebben letterlijk de eerste steken opgevangen, waardoor het mes is afgebroken en er minder slachtoffers waren. Het geluk dat wij gehad hebben, is onvoorstelbaar.'

De ouders hopen dat de beschuldigde niet meer kan terugkeren naar de maatschappij. ‘Hoe moeten wij later uitleggen aan onze dochter dat zo iemand kan vrijkomen. Ik vraag niet om oog om oog, tand om tand. Ik vrees wel voor de dag dat we onze dochter moeten zeggen dat zo iemand vrij rondloopt', getuigde de vader.

'Nu moeilijker dan toen’

Ook de moeder van een baby die ten tijde van de feiten nog geen jaar oud was, heeft dinsdag getuigd. Ze vertelde dat ze het nu moeilijker heeft dan toen. Haar zoon werd gewond overgebracht naar het ziekenhuis om geopereerd te worden.

‘Toen we daar aankwamen, was hij al wakker. Hij lachte alsof er niets gebeurd was. Later had ik er meer last van dan hij. Alleen sliep hij slecht. Er waren periodes dat het goed ging, maar soms werd hij ‘s nachts huilend wakker. Hij kon dan niet zeggen waarom.’

'Ik heb het nu moeilijker dan toen’, zei de vrouw. Ik ben toen direct opnieuw beginnen werken en deed mijn zoon naar een nieuwe crèche. We kregen toen ook weinig informatie. Nu, met het proces, krijgen we die wel. Elke dag dat ik mijn zoon zijn litteken zie, moet ik ook denken aan de andere kinderen die het niet overleefd hebben. Dan vraag je je af waarom mijn zoon er nog is.’

De moeder dankte ook de kinderverzorgsters. ‘Ze mogen geen schuldgevoelens hebben. Zij hebben ervoor gezorgd dat veel kinderen gered werden.’