Habemus Papam: de pauselijke verkiezing in al haar excessen
Benedictus IX, de jongste paus ooit, werd drie keer kerkleider. Hij stond bekend als een machtswellusteling die zijn hand niet omdraaide voor een moord meer of minder. Foto: rr
Rome maakt zich op voor de verkiezing van de 266ste paus. 115 kiesgerechtigde kardinalen jonger dan 80 jaar gaan in conclaaf om een nieuwe kerkvader aan te duiden. Die procedure heeft net zoals de Katholieke Kerk zelf een heel eigen ontstaansgeschiedenis, veelal gekleurd door excessen, intriges, corruptie en moord. In de meest donkere dagen zou zelfs Shakespeare wandelen gestuurd zijn met een trillende onderlip.

Voor heel wat gelovigen is dit conclaaf een bijzonder moment. Het heeft ook wel iets. Eeuwenoude rituelen die bol staan van de symboliek worden opnieuw vanonder het stof gehaald. Dure eden worden gezworen met de Geest hemzelve als getuige. Het toneel van dit alles, de majestueuze Sixtijnse kapel.

Het kardinalencollege wordt afgezonderd van de buitenwereld. Het 'Veni Creator Spiritus', de hymne van de Heilige geest, weerklinkt. De mystieke sfeer gaat door het dak. En dan is het wachten op de genoegzaam bekende witte rook. Spannend! 

Het kan inderdaad uw gevoel zijn bij het hele schouwspel. Misschien bent u één van de vele duizenden gelovigen die momenteel in Rome vertoeft en kunt u uw geluk niet op. Daar lijnrecht tegenover staan mensen die allesbehalve hoog oplopen met de Katholieke Kerk en haar schandalen.

Zij zullen droogjes opmerken dat een nest wereldvreemde fossielen behorend tot een hopeloos verouderd instituut een nieuw überfossiel kiezen. En ongetwijfeld katapulteert de nieuwe herder zichzelf met zijn schapen nog eens een paar honderd jaar terug in de tijd.

Ieder zijn perceptie, wie het schoentje past trekke het aan. Waar we niet omheen kunnen is dat de Katholieke Kerk behoort tot die selecte kring van eeuwenoude machtsentiteiten met een heel eigen ontstaansgeschiedenis. En wie macht zegt, zegt ook patriarch, absolute leider en in dit geval dus 'paus'. De procedure om de hoogste chef aan te duiden van een instituut dat serieus genomen wil worden, wordt dan ook best voorzien van de nodige symbolische grandeur. Een simpele 'ey Jef, het is aan u' volstaat dus niet.

Pecunia elegit pontificem

Net zoals de Kerk zelf, heeft ook de procedure om de opperste macht over het instituut toe te wijzen, een hele evolutie doorgemaakt. Mensen zijn nu eenmaal mensen, en vaak vervalt het reiken naar de hoogste macht dan ook in machtshonger, excessen, intriges, moord en je reinste koehandel.

De Katholieke Kerk vormt hierop geen uitzondering, integendeel. In haar meest grove perioden zou de Kerk bij de intriges van 'Game of Thrones' achteloos de schouders ophalen. Evenveel verwerd de Kerk echter tot een speelbal van wereldlijke machthebbers. Even handig als een zakmes, zo'n paus in je zak.

Het begon nochtans veelbelovend. Tot 1059 werd de paus verkozen door het volk van Rome in samenspraak met de geestelijke stand. Een paar 100 jaar voordien zou een simpele boer, Fabian, door de Romeinen zijn uitgeroepen tot paus. De arme man wou een pausverkiezing eens live meemaken. Toen een duif op zijn bos krullen ging plaatsnemen, zagen de Romeinen dat als een 'teken van God'. 

Leve de democratische stem dus? Lees: na verloop van tijd beslisten kapitaalkrachtige burgers wie die mijter op zijn hoofd mocht zetten. Het was een kwestie van tijd vooraleer dit zou ontsporen.

Pauselijke titel in de etalage

De pauselijke titel verviel in de 10de en 11de eeuw al gauw tot een leuk hebbedingetje dat vaak te koop stond. Het pontificaat van Benedictus IX staat te boek als het absolute dieptepunt. Volgens de officiële notulen was de nu uittredende kerkvader Joseph Ratzinger of Benedictus XVI, paus nummer 265. Fout! Onze Duitse vriend was eigenlijk nummer 263. 

Zijn naamgenoot en dat is geen eer, Benedictus IX, slaagde er immers in om tussen 1032 en 1048 drie keer paus te worden, de eerste maal op een leeftijd die varieert naargelang de bronnen tussen 12 en 20 jaar. De jongste paus ooit is ook de enige die meer dan eens paus werd. Benedictus IX had maar twee kwalificaties om paus te worden: een dikke portefeuille en de juiste vrienden. 

Geliefd kon je Benedictus IX bezwaarlijk noemen. Pauselijk historici bestempelden hem als 'een demoon uit de hel in het habijt van een geestelijke' met als hobby's het houden van orgieën in het pauselijk paleis. De jonge pontifex was niet vies van moord en bij verveling verkrachtte hij zowel jongens als meisjes.

In 1036 waren de Romeinen zijn excessen beu en werd Benedictus IX aan de deur gezet. Lastig detail, de keizer was een goede maat, dus hij wandelde even snel als triomfator terug door die deur. Dan werd hem maar geld aangeboden op voorwaarde dat hij zijn titel zou neerleggen. Kassa kassa, dacht Benedictus, maar kwam toch op zijn beslissing terug. De derde maal legde hij zijn ambt neer wegens 'desinteresse'.

Naar het conclaaf (Latijn: 'cum clave', vrij vertaald 'achter slot en grendel')

'Genoeg!' dacht de nieuwe paus, Nicolaas II, in 1059 en hij legde de verantwoordelijkheid voor het kiezen van een nieuwe kerkvader bij de kardinaal-bisschoppen. Tot 1271 was er nog geen sprake van een conclaaf, wel van een pausverkiezing. 

De eerste pausverkiezing die in de buurt kwam van het besloten karakter van een conclaaf vond plaats in 1216. De bevolking van Perugia dacht lekker idealistisch en sloot het kiescollege op om inmenging van buitenaf te vermijden. Hun opzet lukte en binnen 2 dagen verscheen witte rook. 

'Die truuk van die Perugianen werkt echt', moeten de Romeinen gedacht hebben en bij de pausverkiezing van 1241 liet de Romeinse senator Orsini de nukkige kardinalen het Septizonium inranselen, letterlijk. De toegang werd dichtgemetseld. Een paus hebben was een must, zeer handig bij onder andere kroningen en een eventuele goddelijke zegen op bestelling.

Het respect voor het instituut Kerk an sich en voor haar dienaren stond echter op een laag pitje. Verscheidene kardinalen waren gewond geraakt bij het indrijven in de afgesloten ruimte. Daar waren de omstandigheden erbarmelijk. Wachters urineerden op het dak, en de dakbedekking was niet echt waterdicht. Resultaat: verscheidene kardinalen werden zwaar ziek en de uiteindelijk verkozen paus viel na 17 dagen dood neer. Iets te enthousiast geweest?

De langste pausverkiezing ooit en de uiteindelijke implementering van het conclaaf

De langste periode ooit dat de pauselijke troon vacant is gebleven is in de periode tussen 1268 en 1271. Gedurende 822 dagen bleven Franse en Italiaanse kardinalen bekvechten over hun respectievelijke favorieten. 

Ten einde raad en heel de discussie beu, wij Belgen kunnen het ons levendig inbeelden, sloten de inwoners Viterbo de kardinalen op en zetten hen op water en brood. Het dak werd van het gebouw gehaald. De hint was duidelijk: 'Mijne heren, het wordt stilaan tijd'. 

Uiteindelijk werd gekozen voor de compromisfiguur Gregorius X en die legde meteen de richtlijnen voor het conclaaf vast. Vanaf nu moesten de kardinalen voor een pauskeuze achter slot en grendel. De hoeveelheid eten die ze kregen werd afgebouwd naarmate de dagen vorderden.

Probleem van de baan? In 1288 was het alweer prijs, ook al zaten de kardinalen nu achter slot en grendel. Er werd pas een paus gekozen na 11 maanden conclaaf. Zes kardinalen stierven aan uitdroging of malaria. Toch kwam er pas schot in de zaak toen de Romeinen het eten voor de excellenties afbouwden. 

Corruptie en moord de sleutel tot het pausschap

In de 15de en de 16de eeuw gold corruptie als de maatstaf om het snelste paus te worden. Het was meer regel dan uitzondering dat hoge geestelijken zich in hun functie inkochten en zich te buiten gingen aan nepotisme.

Paus worden en vooral blijven was geëvolueerd tot het maken van de juiste allianties met de juiste machtige vrienden. Sixtus IV (1471 - 1484) mag ons dan een rijk gevuld patrimonium nagelaten hebben, bijvoorbeeld de Sixtijnse Kapel, onder zijn bewind stapelden de wantoestanden binnen de Katholieke Kerk zich op.

In een context van toenemende spanningen tussen verschillende machtige Italiaanse families, flanneerden hoge geestelijken openlijk met courtisanes en floreerden corruptie en geweld zoals nooit tevoren. 

Paus Sixtus IV ging zich steeds meer profileren als wereldlijk leider en posteerde zijn dichte familieleden op belangrijke functies. Hij schrok er niet voor terug mensen te laten vermoorden als hem dat politiek voordeel opleverde. Zo was hij betrokken bij de moord op Giuliano De Medici, onderdeel van een plan om deze invloedrijke familie te destabiliseren en om Firenze binnen zijn invloedsfeer te krijgen.

Hoe slecht de Kerk er aan toe was bleek toen Sixtus IV stierf in 1484. Overal in Rome braken rellen uit. De kardinalen weigerden om deel te nemen aan missen voor de overleden paus en het conclaaf om een nieuwe paus aan te stellen werd steeds opgeschoven. 

Het begrip conclaaf volledig uitgehold

Toen het conclaaf dan uiteindelijk van start ging, bleek hoezeer de Kerk op moreel en ethisch vlak verwaterd was. Het conclaaf werd volledig bedisseld door de malafide figuur Rodrigo de Borja y Borja, die met zijn ruime vermogen Kardinalen naar zijn pijpen deed dansen. Met Innocentius III werd een stroman op de pauselijke troon geplaatst. 

Nog geen 8 jaar later kroonde Rodrigo de Borja y Borja zichzelf tot paus Alexander VI door het volledige kardinalencollege uit te kopen. De nieuwe paus pronkte openlijk met zijn maîtresse. Eén zoon bombardeerde hij op diens 18de verjaardag tot kardinaal.

Zijn andere kinderen schoof hij gretig heen en weer als pionnen in een uithuwelijkingspolitiek om zijn wereldlijke macht te vergroten. Hij trok regelmatig ook op oorlogspad. Volgens enkele historische bronnen organiseerde Alexander IV meer orgieën dan gebedsdiensten. Andere leden van zijn familie werden verdacht van overspel, verkrachting en moord. 

Wegens zijn exuberante levenstijl had Alexander VI zijn vijanden voor het uitkiezen. In de zomer van 1503 werd hij vergiftigd. In de straten werd gedanst van vreugde om de dood van de tiran.  

En als er geen budget meer is voor een conclaaf?

Uiteraard is het niet allemaal moreel en ethisch verval dat de klok slaat in de Kerkelijke geschiedenis. Bij de dood van Benedictus XV in 1922 moest het Vaticaan geld gaan lenen om de overleden paus te begraven, en om het conclaaf voor de opvolging te kunnen organiseren. 

Benedictus XV had nagenoeg alles wegegeven om slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog te ondersteunen.