De wens van nabestaanden
Tom Naegels__Antwerpen____© Jimmy Kets Foto: Jimmy Kets

Hoewel de nabestaanden van de vermoorde Jan Sarens gevraagd hadden alleen maar een pasfoto te publiceren, verscheen toch een beeld van Sarens' lichaam op de plaats delict. Dat die vraag niet gehonoreerd werd, komt doordat er ruis op de lijn zat, leerde Tom Naegels .

In welke mate kunnen nabestaanden controle houden over hoe er in de media wordt bericht over de dood van een familielid?

Ik vraag het naar aanleiding van de moord op Jan Sarens in het Mexicaanse Acapulco. Een lezer wijst me op de oproep die de familie op zondag 24 februari verstuurde via het persagentschap Belga: ‘Mogen wij u uit respect voor de nabestaanden vragen om enkel deze foto verder te verspreiden naar alle pers, zodat we zelf nog een beetje controle hebben op wat er in de media komt. De beelden die getoond zijn (ter plaatse) zijn immers zeer confronterend en expliciet.' Bijgevoegd zat een pasfoto van de ondernemer.

Wie de kranten erop nasloeg op 25 februari, of de beelden zag op de journaals, moest vaststellen dat die vraag niet was gehonoreerd. Het beeld dat vrijwel overal was gebruikt, ook door De Standaard , was dat van de plaats delict, met vooraan het lichaam, verborgen onder een zilveren deken. In mijn ogen geen confronterend of expliciet beeld, maar niet wat de familie had gevraagd. Waarom?

‘We hebben de vraag niet gezien', zegt Jan Desloover, chef van de fotoredactie. De reden is technisch. Belga verzendt berichten, radioreportages, videobeelden en foto's over aparte kanalen, feeds in het jargon (Belga Text, Belga Picture, Belga Video, …) De fotoredactie werkt met Belga Picture; het bericht is niet op dat kanaal verstuurd. ‘Onze foto kwam bovendien van een ander persagentschap, AP. Ook zij hebben niet gevraagd om ze niet af te drukken.'

Navraag leert dat de oproep via Belga Service is gestuurd. Dat is een kanaal voor dienstmededelingen aan redacties, gaande van ‘de persconferentie van morgen is uitgesteld' tot, dus, ‘de families van de slachtoffers vragen om enkel deze foto te gebruiken'. Het is een feed die zeker op de computer staat van de nieuwsmanager, die de leiding heeft over de krant van de dag. Maar ook Karin De Ruyter, die die zondag nieuwsmanager was, valt uit de lucht. ‘Sorry, echt niet opgemerkt.'

Zowel De Ruyter als Desloover zeggen me dat ze zeker op de vraag van de familie zouden zijn ingegaan, als ze ervan hadden geweten.

Overigens weet ik niet of de nabestaanden zelf bezwaar hebben tegen de foto die nu is gebruikt. In hun verzoek hebben ze het over ‘de beelden die getoond zijn, ter plaatse'. Wellicht bedoelen ze die in de Mexicaanse pers, die veel en veel explicietere foto's heeft geplaatst dan de Vlaamse. Ik heb discreet in hun omgeving gepolst of ik hen hier een vraag over kon stellen, maar heb geen antwoord gekregen.

‘Maar zelfs dan,' werpt de lezer tegen die me erover contacteerde, ‘bij een moord in België zal niemand het lijk op de foto zetten.' Ik denk niet dat dat klopt. Er waren persfoto's van André Cools naast zijn wagen, Karel Van Noppen in de greppel, Pim Fortuyn op de Hilversumse parking… Veel hangt af van het publieke belang van de moord, de plaats (openbare plek of niet?), en het respect voor de menselijke waardigheid: is het beeld gruwelijk of onterend? De vraag is volgens mij niet of er journalistieke redenen kunnen zijn om een dode op de foto in de krant te zetten. De vraag is of die moeten worden opgeschort als de nabestaanden daarom vragen. Of behoort die keuze tot de persvrijheid?

De deontologische code laat hier, zoals vaak, ruimte voor interpretatie. De relevante artikels stellen: ‘de journalist gaat omzichtig om met mensen in een kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie' en ‘de journalist respecteert de menselijke waardigheid en tast ze niet verder aan dan noodzakelijk is in het maatschappelijk belang. De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden.' Daar kun je een eind mee weg. De specifieke richtlijn die vorig jaar werd opgesteld na de busramp in Sierre gaat over het gebruik van foto's op sociaalnetwerksites. Dat is hier niet van toepassing.

Zowel Flip Voets, ombudsman van de Raad voor de Journalistiek, als Dirk Voorhoof, professor Mediarecht, wijzen op een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, uit 2004 tegen Paris Match . Dat blad had in 1998 een foto geplaatst van de door separatisten neergekogelde Corsicaanse prefect. De familie had vooraf laten weten dat ze niet wilde dat de foto gepubliceerd zou worden. Het blad oordeelde dat het publieke belang van de politieke moord groter was dan het recht op privacy. Het Hof gaf het blad ongelijk. Flip Voets zegt er wel bij dat het een zeer gecontesteerd arrest is.

Maar we zijn nu wel ver van dit specifieke geval. Op zich was het een goede strategie van de familie Sarens. Wat is misgelopen, is dat de vraag op een zondagavond is verstuurd, op een moment dat men, met een kleinere bezetting, bezig is met de krant in elkaar te passen. Een Belgatelex is een lange lijst berichten, die op het scherm voorbijrollen. Het is mogelijk om er dan een over het hoofd te zien.

De les die we eruit kunnen trekken is dat vragen van nabestaanden nog nadrukkelijker via Belga kunnen worden gecommuniceerd. Mijn algemene advies zou zijn om ze steeds te honoreren, tenzij het normale berichtgeving onmogelijk maakt.