BLOG. Brief aan de niet-vegetarische medemens
Tobias Leenaert is directeur van EVA vzw (Ethisch Vegetarisch Alternatief) Foto: © Gianni Barbieux
Zoals u misschien weet, mogen vegetariërs niet meedoen aan Dagen Zonder Vlees. Gewoon omdat zij sowieso al geen vlees eten (duh). Wat doe ik hier dan, als iemand die al 17 jaar geen biefstuk, kippebil of varkenspoot achter de kiezen heeft gewerkt? Ik ben hier, beste lezer, omdat ik een brief geschreven heb. Een brief aan de niet-vegetarische medemens. Vegetariërs zijn ook maar mensen die graag willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen.

Beste niet-vegetarische medemens,

Wij vegetariërs kunnen u ongetwijfeld al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen over wat u eet.

Weet, beste medemens, dat het vegetariër zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie.

Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. En dan heb ik het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (“Wat eet jij eigenlijk?” “Waar haal je je eiwitten vandaan?”, “Voelen groenten dan geen pijn?”), over dat lezen van die verpakkingen, of over restaurants die nog altijd niet goed weten wat wij nu eigenlijk wel en niet eten (“We hebben lekkere vis voor u”). Nee, dat soort dingen reken ik eigenlijk tot de geneugten van het vegetariër zijn, bij wijze van spreken.

Ik heb het over iets helemaal anders. Iets dat ik niet zo makkelijk kan uitdrukken. Het gaat over gevoelens als machteloosheid en onbegrip. Machteloosheid in het aanzicht van zoveel dierenleed, en onbegrip dat het maar niet opgelost geraakt. Dat is niet het voorrecht van vegetariërs, zo zal u zeggen, en dat klopt, maar toch, het is anders op dit gebied dan op andere. Voor een groot stuk van het dierenleed in de wereld bestaat namelijk een oplossing die eigenlijk heel haalbaar is, en dat is gewoon dat we allemaal lekker vegetarisch gaan eten.

Haalbaar? Laat me niet lachen, zegt u nu. Ja, ik weet het, dat iedereen (tenminste op korte termijn) vegetariër wordt is niet zo realistisch. Maar als je het bekijkt op individueel niveau, dan weet je dat het voor iedereen mogelijk is om mee te doen. En als vegetariër zweef je dan een beetje tussen hoop en wanhoop. Je weet dat het uiteindelijk niet gebeurt, dat mensen niet meedoen, dat ze verder vlees blijven consumeren, en je vraagt je af waarom. Je stelt soms jezelf in vraag. Misschien zie je wel dingen die er niet zijn, of ben je hypergevoelig of oversentimenteel? Je denkt bij momenten dat je misschien een alien bent, of gewoon gek.

Je denkt dat het allemaal wel niet zo erg kan zijn als het eruit ziet, dat er toch een of ander rechtvaardig systeem moet achter zitten. Maar dat overtuigt je niet, en je gaat maar weer eens na wat je precies zo vreselijk vindt en of het wel zo vreselijk is. En je komt steeds opnieuw tot dezelfde conclusie: ja, wat gebeurt is wel degelijk vreselijk te noemen. Zestig miljard dieren per jaar leiden een kort en triest leven, omdat mensen de smaak van hun vlees lekker vinden. Meer of minder dan dat is er niet aan de hand.

En je vraagt je af waarom het niet stopt en als het niet stopt wat je er tegen moet of kan doen. Je doet iets maar het is nooit genoeg en je ziet wel verandering maar die gaat zo traag. En bovenal: aan de mensen die het probleem en de oplossing niet zien krijg je het met geen stokken uitgelegd. Je kan geen foto’s of video’s tonen want die willen ze niet bekijken. Of het zijn allemaal uitzonderingen en eigenlijk is het lang zo erg niet. En van jou wordt dan gezegd dat je gewoon een nieuwe religie aanhangt of nu eenmaal een andere ideologische keuze dan zij gemaakt hebt. En je probeert uit te leggen dat het toch niet zomaar een kwestie van smaak of voorkeur is. Want ondertussen ben je er zelf van overtuigd dat het niet alleen empathisch, maar ook heel rationeel is hoe je denkt: dat je geen dieren mishandelt en doodt (of laat doden) omdat je ze lekker vindt. Makkelijk vermijdbaar leed kunnen we toch maar beter vermijden?

Wat is daar dan zo moeilijk aan, zo niet te begrijpen? Maar begrijpen doet men het niet, en dus wring je je in allerlei bochten om het toch maar uitgelegd te krijgen. Je doet een beroep op de moraalfilosofie, op argumenten van milieu en gezondheid, je kookt, je laat mensen proeven, en je hoopt dat er druppel per druppel iets binnensijpelt.

En je ziet dat bij bijna iedereen alles wat nodig is om het wél te begrijpen en te voelen, eigenlijk al aanwezig is. Je ziet dat de meeste mensen hun poes of hond graag zien, je ziet dat ze dierenmishandeling eigenlijk niet kunnen hebben. Ze zijn zelfs niet langer overtuigd dat dieren eten nodig is om gezond te zijn. En toch krijg je allemaal redenen te horen waarom wat jij zegt niet helemaal klopt, of niet consequent is, of niet haalbaar, of naïef.

En ondertussen moet je nog opletten dat je niet hautain overkomt als iemand die denkt dat ie beter is dan de rest, een moraalridder wiens vingertje niet stilstaat. Je moet opletten dat je de ander niets opdringt. Of dat je hem veroordeelt om hoe hij eet - en dat is zo moeilijk want soms voelt hij zich al veroordeeld gewoon doordat je er bent.

En je moet opletten dat je niet overkomt als iemand die haat want eigenlijk haat je niet - ook al word je wel eens kwaad, en onverdraagzaam, en veroordelend (laat ons eerlijk zijn) - je kan het alleen niet begrijpen, terwijl je dat juist zo hard probeert.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel in ons hoofd, en zijn er een paar dingen die het iets gemakkelijker maken. Vegetariërs - of toch de meeste die ik ken - genieten, in tegenstelling tot wat u mag denken, wel degelijk van het leven en van lekker eten - velen van ons hebben de geneugten van koken en eten pas ontdekt nadat we vlees en vis aan de kant gezet hebben. En er is wel degelijk een evolutie merkbaar in onze omgeving, en die gaat altijd maar sneller. In onze buurt en overal ter wereld zijn er mensen die er hetzelfde over denken. Als we gek zijn, zijn we niet alleen. We ijveren samen voor Iets Helemaal Anders.

Wat mij persoonlijk helpt, is steeds opnieuw even stil te staan bij het feit dat ik zelf lange tijd met veel smaak dieren heb gegeten, ook terwijl ik al vond dat ik er mee moest ophouden (tien jaar duurde die periode). Ik ben daar, vreemd genoeg, ergens dankbaar voor, want het maakt dat begrijpen van de ander net iets gemakkelijker.

En misschien helpt deze brief u om die dekselse vegetariërs een beetje beter te begrijpen. Ik dank u alvast voor het lezen.

Tobias Leenaert

PS: Dierenleed is lang niet het enige argument om minder of geen vlees te eten. Dus scheer sowieso niet alle vegetariërs over deze kam, er zijn heel veel verschillen tussen ons.