Verticaal groen
Foto: NB
Klimop kennen we allemaal als klimplant die uw muur in groengevel omtovert, maar tegenwoordig bestaan er heel wat andere mogelijkheden om een geveltuin aan te leggen. We merken op dat er steeds vaker begroeide gevels opduiken in steden, waar nood is aan groene ruimte. Verticaal groen is de nieuwe trend.

 1 Welk soort gevelsysteem?

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen grondgebonden en niet-grondgebonden gevelsystemen. Bij een grondgebonden systeem v rtrekken de planten vanuit de volle grond naast de
gevel. Ofwel zijn de planten zelfhechtend en groeien ze zonder klimhulp naar boven. Dat is de meest eenvoudige soort groengevel. Ofwel worden de planten een handje geholpen
met kabels of een draagstructuur. Bij niet-grondgebonden systemen wortelen de planten in een groeimedium boven de grond. Dat kunnen boven elkaar, rechtstreeks tegen de
gevel gemonteerde bakken zijn met een overloopsysteem, maar er bestaan ook prefab ‘groeiplaten’ die bekleed zijn met vliezen waarin plantzakjes zijn gemaakt en die worden
bevestigd op een stalen basisframe. Een goed werkend irrigatiesysteem zorgt voor de aanvoer van water en de nodige voedingstoffen. Dit is het soort groengevel, gebaseerd op de
‘murs vegetals’ van Patrick Blanc. Het voordeel hiervan is dat er aan de gevel geen grond nodig is, en dat het eindresultaat snel wordt bereikt.
Minstens even belangrijk als de keuze van het soort plantsysteem, zo niet belangrijker, is de achterliggende wand. Vroeger werd de groengevel direct tegen de gevelmuur aangebracht, maar daardoor kwam de gevelconstructie vooruit, verder op het voetpad. Tegenwoordig wordt bij nieuwbouw het binnenspouwblad opgetrokken, vervolgens isolatie
geplaatst en daarna het gevelsysteem aangebracht. Bij renovatie komt het gevelsysteem in de plaats van het bestaande buitenspouwblad. In beide gevallen is het bijzonder belangrijk dat een isolatiemateriaal wordt gebruikt dat ongevoelig is voor vocht, uv-licht en ongedierte, dat onbrandbaar is en dat perfect luchtdicht verkleefd kan worden.

2 Hoe moet een groengevel worden onderhouden?

Afgevallen bladeren moeten worden geruimd en af en toe moet water worden gegeven - bij voorkeur ’s avonds- of moet worden bemest, vooral bij een beperkte wortelruimte.
Wildgroei kun je voorkomen door op tijd bij te snoeien. Vooral zelfhechters zoals klimop en wilde wingerd zijn moeilijk in toom te houden. In de winter moeten de wortels van jonge planten worden beschermd met droge turf, afgevallen bladeren of mulch. Ook het irrigatiesysteem is vorstgevoelig. Het handigst is een systeem dat in de winter automatisch afslaat. Elk jaar moeten de kabels opnieuw worden aangespannen en om de 5 jaar moeten de draagstructuren en bevestigingen worden gecontroleerd.

3 Hoeveel kost een groengevel?

De aanleg kost 650 tot 850 euro per vierkante meter. Inclusief een computergestuurd beregeningssysteem mag je rekenen op 1.000 euro/m². Hoe meer vierkante meter, hoe lager de
prijs per vierkante meter. De kosten voor het irrigatiesysteem zijn immers vast en moeten over het aantal vierkante meters verdeeld worden. Een groengevel met louter klimplanten heb je voor 50 à 200 euro/m². Qua onderhoud kost een groengevel je elk jaar 10 tot 25 euro per vierkante meter. Er zijn al enkele gemeentes die subsidies geven voor een groengevel. Neem hiervoor contact op met je gemeentebestuur. Bovenop de kosten voor de aanleg en het bewateringsysteem komen de kosten voor een eventueel waterreservoir.
Dit reservoir moet een plaats vinden in een kelder of onder de grond. Ook de technieken nemen ruimte in.

4 Maakt gevelgroen mijn muur niet vochtig?

‘Integendeel’, stelt Dirk Demeyere van het Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse overheid: ‘Gevelgroen fungeert als een regenmantel. De over elkaar liggende bladeren
zorgen voor een waterdichte laag en houden zo de achterliggende gevel droog. Doordat het wortelstelsel van de planten water onttrekt aan de onmiddellijke omgeving, blijven ook
de funderingen en de onderkant van de muur goed droog.
Tegenstanders beweren dat het waterdampgehalte onder het bladerdek ’s avonds en ’s nachts condensatie veroorzaakt en zo de muren vochtig zou maken. Maar harde wetenschappelijke
bewijzen hiervan bestaan niet. Het is natuurlijk wel zo dat een gevel die al vochtig is moeilijker zal opdrogen wanneer hij met planten wordt bedekt. Vooraleer een gevel
te begroenen, moet de vochtoorzaak dus eerst worden aangepakt. Ook moet er een onderscheid worden gemaakt tussen gevels die zijn begroend met altijdgroene soorten,
zoals bijvoorbeeld klimop (Hedera helix) en muren die zijn begroend met bladverliezende soorten. Deze laatste zullen ’s winters intenser zijn blootgesteld aan regen en sneeuw en
zullen dus natter zijn dan muren die constant zijn beschut het groene bladerdek.’

5 En hoe zit het met de wortels van klimplanten? Kunnen die de gevel niet beschadigen?

Opnieuw Dirk Demeyere: ‘Wanneer de muren zijn gevoegd met kalkmortel en wanneer de klimop verwijderd wordt, is het mogelijk dat de voegen worden los- of uitgerukt. Oudere
muren begroen je beter dus niet met zelfhechtende plantensoorten. Vanaf de jaren 50 werd gevoegd met mortel op basis van cement. In dit geval zijn er weinig of geen problemen
meer. Veel problemen zijn het gevolg van het gebruik van de foute plantensoort op de verkeerde plaats of - nog meer - van het gebruik van de verkeerde klimhulp. Een goed voorbeeld hiervan is klimop die is vastgemaakt aan een houten latwerk.
Klimop moet zichzelf bevestigen door middel van zijn hechtwortels en niet worden opgeleid langs een houten of ijzeren traliewerk. Laat je daarom vooraf goed informeren door vakmensen. Ook een tijdige controle van de gevel en regelmatig onderhoud kunnen veel schade voorkomen. Sterk windende planten zoals blauweregen bijvoorbeeld moet je uit de buurt
van regenpijpen en dakoversteken houden, want ze kunnen de regenpijp letterlijk dichtknijpen.’

6 Waarop moet ik bij een geveltuin vooral letten?

Dirk Demeyere: ‘De meest voorkomende fout in het ontwerp is een klimconstructie met een te wijd traliewerk en die véél te dicht bij de muur wordt geplaatst. Tussen het traliewerk
en de muur moet er 10 cm zijn, zodat de planten zich mooi kunnen verweven. Soms hangt het traliewerk ook veel te hoog, waardoor de plant eerst een onmogelijke leegte moet
overbruggen alvorens zich ergens aan te kunnen vasthouden.
Of de gebruikte latten zijn te dik, waardoor de plant er zich onmogelijk kan rondslingeren. Bij het ontwerp wordt ook te weinig rekening gehouden met de nodige wortelruimte in de
volle grond. De gouden regel is het dubbele volume van de wortelkluit. Gebruik tevens goede teelaarde gemengd met tuingrond, zorg voor voldoende plantafstand tot de muur en
geef de planten in het begin regelmatig water.’

7 Heb ik voor een groendak of een groengevel een stedenbouwkundige vergunning nodig?

Voor een extensief groendak: nee, tenzij je het volume van het bestaande dak wil wijzigen of verhogen. Voor een intensief groendak waarvan het gewicht van het groendak
(verzadigd met water) groter is dan 200 kg/m² of de dikte van de substraatlaag groter is dan 20 cm, is wél een stedenbouwkundige vergunning nodig.
De plaatsing van een groengevel is altijd vergunningsplichtig. Informeer je hiervoor op de dienst ruimtelijke ordening van je gemeente.