Bruynkens wint 9de etappe in Dakar, Colsoul is leiding kwijt
Foto: BELGA

Serge Bruynkens heeft maandag als co-piloot van de Tsjech Ales Loprais (Tatra) de negende etappe in de Dakar voor vrachtwagens gewonnen. Het Tsjechisch-Belgische team was in Argentinië over 293 kilometer van Tucuman naar Cordoba amper zeven seconden sneller dan de Nederlander Peter Versluis (MAN), die met Jurgen Damen ook een Belg aan boord heeft.

Gerard de Rooy en Tom Colsoul (Iveco) kenden pech. Door problemen met de turbo stonden ze lang stil. Ze verloren bijna anderhalf uur en zijn de leiding kwijt. De Rus Eduard Nikolaev (Kamaz), zesde in de etappe, is de nieuwe leider. Hij heeft 17:56 voor op de Tsjech Martin Kolomy (Tatra) en 33:32 op zijn landgenoot Ayrat Mardeev (Kamaz). De Rooy en Colsoul zijn op 59:56 vierde.

‘Door de pech van de Rooy is de koers opnieuw open', verklaarde Bruynkens. ‘Maar met nog enkele zware ritten te rijden, blijft veel mogelijk.'

‘Na enkele kilometers zagen we Tom Colsoul aan de kant staan. De Rooy en Rodewald waren aan het sleutelen, Tom verwittigde ons dat we links moesten houden. Omdat zij vooraan wegvielen, moesten wij de piste openen en dat was een fijn gevoel. Geen stof, geen sporen. Het geeft je zekerheid en je kan je eigen ding doen. Het was een zeer snelle rit, voor mij eerder saai, maar ook die ritten moeten gereden worden en dan komt het er op aan om alert te blijven. We hebben een beetje ingehouden om de remmen en banden te sparen. We hebben nog altijd het probleem dat we vorige week al hadden en toch een beetje gevaarlijk is. Aan de finish branden de remmen, doordat het rubber van de stofkappen door de hitte vanzelf vuur vat. Net als een paar dagen geleden was het nu ook snel geblust. Dinsdag passen we dezelfde tactiek toe en rijden we op 70 procent.'

Colsoul: ‘Knotsgekke spurt'

De Rooy vertelde dat het al na twee kilometer misging. ‘Een oorring, een afdichting voor de turbo in dit geval, klapte kapot. En niemand die zo'n ding bij zich had natuurlijk. Miki Biasion niet, René Kuipers niet, andere Nederlanders niet. We hebben drie kwartier staan wachten op onze service. En daarmee was het leed niet geleden. We gingen rijden: stuurstang krom. Daarna een band kapot. Daarna de ruit kapot door een tak en vervolgens reden we ook nog een ravijn in, waar we door Jan Lammers uit zijn getrokken. Zo'n dag wil ik echt nooit meer meemaken.'

‘Na zeven kilometer stonden we al stil, omdat een darm los was gekomen van de turbo, tot twee keer toe', zuchtte Colsoul. ‘Omdat we het juiste onderdeel niet bij hadden, hebben we 45 minuten gewacht op de assistentietruck. Eenmaal gerepareerd hebben we de achtervolging ingezet op de bijna 50 trucks die ons al voorbij gereden waren. Het werd een knotsgekke spurt in het stof van onze voorliggers, waarin we veel risico's namen met nog meer tijdverlies als gevolg. Vier of vijf keer zijn we naast de piste beland, waardoor we onze stuurstang beschadigden en dus moesten stoppen. De zijkanten van de wegen lagen bezaaid met keien en om in te halen moesten we net daar gaan rijden. Een lekke band kon niet uitblijven, gelukkig is het bij één gebleven. Op 5 kilometer van de finish zijn we nog eens van de baan gegaan en bengelden we net boven een ravijn. Jam Lammers, die we luttele minuten daarvoor ingehaald hebben, heeft ons terug vlot getrokken. Het was een hectische dag vol tegenslag. De zege, daar reken ik niet meer op. We moeten anderhalf uur goedmaken en de tegenstand in niet Janneke en Mieke. Ik hoop wel zo hoog mogelijk op het podium te eindigen.'

Daemen: ‘Voorzichtig snel'

Jurgen Daemen en zijn Nederlandse teamgenoten Peter Versluis en Harry Schuurmans (MAN) werden tweede, op amper zeven seconden van Ales Loprais en Sege Bruynkens. ‘Het ging heel goed en eigenlijk hadden we de rit kunnen winnen', weet Daemen. ‘200 kilometer lang hebben we in het stof van Karginov (Kamaz) gereden. Er was geen doorkomen aan op de smalle en snelle Argentijnse wegen. We konden sneller, maar we raakten er gewoon niet voorbij. ‘Voorzichtig snel', blijft het motto, want voor je het weet, heb je een lekke band. Vroeg in de rit zagen met Tom Colsoul aan de kant staan en dan denk je toch even na. Mijn rijder heeft begrepen dat je in deze Dakar niet het onderste uit de kan moet halen om vooraan mee te rijden. Dat is belangrijk, ook voor de komende dagen. De rit van dinsdag is vergelijkbaar met die van maandag en de opdracht is simpel. We starten net na Loprais en we weten dat hij op de technische stukken problemen heeft met de temperatuur van zijn remmen. We gaan hem onder druk zetten.'