Hema overweegt beroep tegen hoofddoek-vonnis
Joyce Van op den bosch (archieffoto) Foto: belga
De winkelketen Hema overweegt om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de arbeidsrechtbank in Tongeren. Die stelde vanmorgen dat Hema de 21-jarige Joyce Van Op den Bosch 6 maanden achterstallig loon moet betalen na haar ontslag voor het dragen van een hoofddoek.

In februari werd de vrouw, die sinds haar bekering tot de islam als Lemia door het leven gaat, door Hema ontslagen na klachten van klanten over haar hoofddoek.

Volgens de rechtbank had Hema echter geen duidelijk neutraliteitsbeleid en dus ook geen gegronde reden om Lemia op basis van geloofsovertuiging te ontslaan. Ze krijgt van Hema nu 6 maanden achterstallig loon betaald voor een bedrag van 9.351 euro.

Meester Steven Renette, advocaat van het slachtoffer, is tevreden met de uitspraak. 'Mijn cliënt heeft twee maanden zonder probleem met een hoofddoek mogen werken, maar na klachten van klanten mocht dit opeens niet meer. Dit had niets met een neutraliteitsbeleid te maken, want dat had Hema niet.'

Volgens het vonnis heeft Hema intussen wel een duidelijk neutraliteitsbeleid en dat verandert de zaak naar de toekomst toe. 'Sinds de verfijning van de bepalingen inzake de dresscode, zou deze zaak wellicht weinig of geen kans op slagen hebben', staat er in het vonnis te lezen.

Ook Randstad werd in deze zaak gedagvaard, maar de rechtbank sprak het uitzendkantoor vrij.

Hema reageert

De raadsman van Hema is het niet eens met het vonnis van de rechtbank. 'Volgens ons voerde Hema wel degelijk een strak neutraliteitsbeleid volgens de regels. Hoofddoeken zijn bij Hema Nederland toegestaan, maar niet bij Hema België. Ik zal nu met mijn cliënt (de winkelketen, red) bekijken of we al dan niet beroep zullen aantekenen.'

CGKR is tevreden

Het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (CGKR) is tevreden met de uitspraak. 'Dit is een goed en duidelijk vonnis. Er werd niet gehandeld uit beleidsoverwegingen zoals Hema beweerde. Dat was dan ook een non-argument. De werkneemster mocht eerst wel twee maanden met een hoofddoek werken en dan plots niet meer omdat enkele klanten daar problemen mee hadden. Dit is duidelijk een discriminerende reden', aldus Jozef De Witte van het CGKR.