Syrische opstand ontaardt in etnisch geweld
Verwoeste gebouwen in Homs Foto: REUTERS

De opstand in Syrië ontaardt meer en meer in een burgeroorlog tussen soennitische rebellen en de regeringsgezinde religieuze en etnische minderheden in het land. Die conclusie trekt het onafhankelijke panel dat in opdracht van de Verenigde Naties mogelijke oorlogsmisdaden in Syrië onderzoekt, in een rapport dat donderdag is verschenen.

De VN-onderzoekers hebben vastgesteld dat buitenlandse strijders, veelal verbonden met extremistische soennitische groeperingen, zich in het conflict mengen. Die strijders opereren in zelfstandige eenheden en stemmen hun acties af met het Vrije Syrische Leger (FSA). Het FSA, de hoofdmacht van de Syrische opstandelingen, geniet de steun van het Westen.

‘De onderzoekscommissie is uiterst bezorgd over de aanwezigheid van buitenlandse strijders (...) die niet vechten voor mensenrechten en democratie, zei voorzitter Sergio Pinheiro donderdag. ‘Ze zijn naar eigen zeggen erg trots op de mensenrechtenschendingen die ze plegen.'

Mikpunt

De opstandelingen tegen het bewind van president Bashar Assad verschuilen zich tussen de burgerbevolking en roepen zo artillerie- en luchtaanvallen over hen af, zei de panelvoorzitter. Dat rebellen meermalen alawieten en andere minderheden op de korrel hebben genomen is volgens de commissie aannemelijk.

Niet alleen de alawieten, de sjiitische minderheid waartoe president Assad en het gros van de Syrische elite behoren, zijn mikpunt van de overwegend soennitische opstandelingen. Ook christenen, Armenen, druzen en Koerden zijn steeds vaker doelwit. De soennieten, die de meerderheid van de Syrische bevolking uitmaken, beschouwen hen als bondgenoten van het regime-Assad.

Pinheiro's commissie kreeg van de Syrische regering geen toestemming voor veldonderzoek. De onderzoekers waren aangewezen op vraaggesprekken met Syriërs die door het geweld naar de buurlanden zijn uitgeweken.

Burgers

Burgers maken het overgrote deel uit van de slachtoffers die zijn gevallen sinds het conflict bijna twee jaar geleden uitbrak, stelt Pinheiro. Hij beschuldigt beide kampen van marteling en standrechtelijke executies. Sinds het geweld in maart 2011 losbarstte hebben volgens activisten ongeveer veertigduizend mensen het leven gelaten.

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN zei woensdag geen oplossing voor het conflict in het verschiet te zien. Hij hamerde er nog eens op dat slechts een politieke overeenkomst het geweld kan keren. Maar het ontbreekt nog altijd aan een eensgezinde Veiligheidsraad, die de strijdende partijen met kracht de juiste richting zou kunnen wijzen, stelde Ban Ki-moon teleurgesteld vast.