De meerjarenbegroting: de slag om het Europese geld
Voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy. Foto: REUTERS

Op 22 en 23 november blazen de staatshoofden en regeringsleiders verzamelen in Brussel om de inkomsten en uitgavenplafonds van de Europese Unie voor de periode van 2014 tot 2020 vast te leggen. De inzet bedraagt zowat één biljoen euro. Voor sommigen een exuberante bom geld, voor anderen een schijntje met de uitdagingen waar Europa nog voorstaat in gedachten.

Het voorstel van Cyprus

Vorige maand kwam het Cypriotische EU-voorzitterschap voor het eerst op de proppen met een becijferd compromis. Daarin wordt 50 miljard euro gekort op het Commissievoorstel. De Cyprioten spaarden heilige koeien als het landbouwbeleid en de cohesiefondsen, waar winst en verlies voor deze of gene lidstaat duidelijke te meten valt.

De economische uitgaven kwamen er wel bekaaid vanaf. Zo werd 16 miljard euro gesneden in CEF, een fikse tegenvaller voor een land als België en moeilijk uit te leggen voor nettobetalers die de mond vol hebben over een geïntegreerde energiemarkt. Het CEF, of ‘Connecting Europe Facility', wil naast digitale netwerken ook de Europese transport- en energiesector stimuleren.

Van Rompuy neemt regie in handen

Sinds vorige week heeft Europees Raadsvoorzitter Herman Van Rompuy de regie overgenomen. De situatie is er alvast niet makkelijker op geworden. De lidstaten en het Europees Parlement hebben hun hakken in het zand gezet in de moeizame onderhandelingen over de begrotingen van 2012 en 2013 en die sfeer dreigt ook het debat over de meerjarenbegroting te vergiftigen.

Deze week kwam Van Rompuy met een nieuw compromisvoorstel op de proppen. Hij bespaart 75 miljard euro en komt uit op 950 miljard euro. In tegenstelling tot de Cyprioten viseert de Belg vooral landbouw en cohesie. Het cohesiebudget daalt scherp tot 309,5 miljard euro. Voor België is het wel een opsteker dat Van Rompuy de categorie ‘regio's in transitie' (waar het bnp per inwoner tussen 75 en 90 procent van het Europese gemiddelde bedraagt) in ere houdt.

Het landbouwbudget krimpt tot 364,5 miljard euro. Belgische landbouwers wordt een beetje soelaas geboden doordat de convergentie tussen hun inkomenssteun en die voor Oost-Europese boeren over een langere termijn wordt uitgesmeerd. Het budget plattelandsontwikkeling, dat het verlies aan rechtstreekse betalingen wat moest compenseren, moet echter ook een flink verlies slikken. Van Rompuy probeert wel de economische uitgaveposten te vrijwaren. Zo wordt het budget van het CEF opnieuw opgekrikt tot 46 miljard euro.

Aan de inkomstenzijde wil Van Rompuy de toekomstige taks op financiële transacties aanwenden. Tweederde van de opbrengsten van de taks zouden als eigen inkomst naar de Europese kas vloeien. De nationale bijdrages van de deelnemende landen worden navenant verminderd. België mag ook iets meer douanerechten behouden. Van Rompuy verhoogt de drempel tot 15 procent. De Britse ‘rebate' blijft bestaan en Duitsland, Nederland en Zweden krijgen forfaitaire kortingen. Oostenrijk en Denemarken vallen uit de boot. Wel stipt Van Rompuy aan dat àlle lidstaten moeten bijdragen aan de financiering van die kortingen.

Weinig verbazing omtrent plan Van Rompuy

De eerste reacties wekken weinig verbazing. Voor Frankrijk zijn de besparingen op landbouw onaanvaardbaar, de netto-ontvangers slikken de lagere cohesiebudgetten niet, de Europese instellingen vinden het globale uitgaveplafond veel te laag en voor de nettobetalers moet er dan weer verder gesnoeid worden. Duitsland legt zin voor compromis aan de dag, maar vooral Groot-Brittannië en Zweden azen op sterkere reducties, tot 150 of zelfs 200 miljard euro.

Veelbetekenend is dat een meerderheid van conservatieve hardliners en socialisten in het Britse parlement nog driestere ingrepen eist dan premier David Cameron. De vraag dringt zich steeds meer op of Londen nog in staat is tot Europese compromissen.

Bilaterale gesprekken op voorhand

Van Rompuy zal in de uren voor aanvang van de top bilaterale gesprekken met de leiders voeren. Op donderdagavond begint het echte werk. Aangenomen wordt dat het gebikkel om de centen zich tot ver in de extra time zal uitstrekken. Het is ook mogelijk dat de leiders zonder vergelijk uiteengaan. Ook voor de huidige meerjarenbegroting waren er meerdere topbijeenkomsten nodig. Bovendien moet nadien sowieso nog een vergelijk met het Europees Parlement gevonden worden.

De budgettaire vergezichten werden in het leven geroepen om lidstaten voor onaangename verrassingen te behoeden, maar het kan ook zonder. Programmatorisch zou het voor heel wat kopbrekens zorgen, maar Europa kan 2014 ook op gang trekken met een begroting van voorlopige twaalfden op basis van de cijfers van 2013. In het Europees Parlement laat men niet na erop te wijzen dat het begrotingsontwerp voor 2013 genereuzer is dan wat in de nieuwe meerjarenbegroting voor 2014 is voorzien.

Het probleem is dat er ook voor 2013 nog geen budget is. De Commissie wil 138 miljard euro aan betalingen, maar de lidstaten hebben zich vastgepind op 133 miljard euro. Het Europees Parlement eist eerst een oplossing voor het gat van 9 miljard euro in het budget voor 2012.

Overigens blijft het zo gewraakte Commissievoorstel nog steeds zes miljard euro onder het plafond (144 miljard euro) dat de lidstaten destijds voor 2013 hadden vastgelegd in de huidige meerjarenbegroting. Dat is vaste prik. In realiteit blijft de begroting elk jaar ruim onder de uitgavenplafonds.

Inzet is politiek

Wie droomt van het grote Europese verhaal van solidariteit en een gemeenschappelijke lotsbestemming kijkt beter even de andere kant op wanneer de staatslui met de computermodellen in aanslag de impact van elke wijziging in de ontwerpbegroting op de nationale schatkist gaan berekenen.

Nochtans gaan de onderhandelingen in wezen niet zozeer over geld. Europees Parlementsvoorzitter Martin Schulz rekende enkele maanden geleden voor wat 100 miljard euro snijden concreet betekent voor de Duitse begroting: een besparing van 0,3 procent per jaar. Niet minder, maar vooral ook niet meer.

De strijd over uitgavenplafonds en Europese belastingen is dus evenzeer politiek en ideologisch. Meer of minder Europa? En wie houdt de touwtjes in handen: de lidstaten of de Europese instellingen?