Hoe word je een über-para van de Special Forces?
Foto: Titus Simoens
Schietgrage kleerkasten en cowboys met bivakmutsen. Militaire mafketels die stormenderhand gijzelaars bevrijden en daarna het gebouw laten ontploffen. Zijn dat de Special Forces? Onze reporter ging op onderzoek.

We bevinden ons aan de rand van de woestijn, vlak buiten de Jordaanse hoofdstad Amman. De Special Forces Group (SFG) van het Belgische leger is hier geland voor twee weken intensieve training.

Alles wat hier moet zijn, is er: een firing range, wagens, wapens, explosieven, heli’s, een volledig dorp om gevechtssituaties te oefenen, een Airbus 300 om  te trainen op gijzelingen, en 350 camera’s en een control room om elke beweging achteraf grondig te analyseren. Zelfs rookmachines en ‘smells of war’ zijn op aanvraag te krijgen. Omgekeerd is alles wat er níet moet zijn, er ook echt niet: buren, milieuregels, geluidsnormen, veiligheidsperimeters, regels quoi.

De absolute top

Sommigen zien er ruig uit, maar het wordt me snel duidelijk dat niemand hier ’s morgens met een mes tussen de tanden wakker wordt. ‘Dit zijn stuk voor stuk uitzonderlijke mannen. Hun job is fysiek ongelofelijk veeleisend, maar mentale sterkte is zeker zo belangrijk. Allicht zelfs nog meer’, legt luitenant-kolonel Tom Bilo, commandant van de Special Forces Group, uit.

‘Wie niet stevig in zijn schoenen staat, raakt gewoon niet door de selectie. We staan te springen voor nieuwe mensen, maar ze moeten goed genoeg zijn. De 75 procent die niet door de opleiding raakt, sorry, maar daar kunnen we echt niets mee aanvangen. Dit is de absolute top van het Belgische leger.’

De commandant van de SFG wil de ramen en deuren opengooien en ook niet-militairen – ‘burgers’ – de kans geven om deel te nemen. Er zijn eerder al zulke ‘bijzondere wervingen’ geweest. Maar daar was het slaagpercentage nog dramatischer. Van de 39 niet-militairen die zich enkele jaren geleden kandidaat stelden, heeft er maar één het gehaald. Niet de minste: heeft twee universitaire diploma’s, spreekt een waaier aan talen en blijkt een van de beste lopers van de hele Special Forces Group.

Niemand weet hoe lang de 'fysieke fase' duurt

In de eerste selectieronde worden de kandidaten op alle mogelijke manieren gescreend. Twintig uur per dag, twee weken lang. Puur door vermoeidheid moeten de eersten daar al afhaken.

De opleiding zelf begint pas daarna, met de loodzware ‘fysieke fase’. Die duurt ‘ongeveer twee maanden’. De duur wordt bewust vaag gehouden, zodat niemand zou kunnen aftellen naar het einde, zegt de commandant. ‘Ze weten nooit waar ze de volgende dag aan toe zijn, ook niet hoe lang het allemaal nog zal duren. Dat hoort erbij, daar kunnen ze dus maar beter meteen aan wennen.’ Na de fysieke fase volgen een technische en een tactische fase.

Een van hen is Dieter. Eerder tenger en pezig gebouwd, maar hij heeft wel meer dan tien jaar bij de para’s gezeten in Diest. Met zoveel ervaring op de teller zal die zogenaamd ‘loodzware’ opleiding van de Special Forces wel goed zijn meegevallen, niet?

‘Nee, hier ben je niet op voorbereid, totaal niet. Dit gaat het voorstellingsvermogen te boven. Op een bepaald moment ben je zo leeg en kapot dat je lichaam gewoon stopt. Vanaf dan zit het allemaal in de kop, dan moet je puur op wilskracht verder. Als je dan de klik niet kunt maken, houdt het op.’

Droppings en Tender Feet

Een berucht basiselement in de ‘ongeveer twee maanden’ durende fysieke stage zijn de nachtelijke droppings. Twee per week en moederziel alleen. Het gaat om aanzienlijke afstanden. Dikwijls bereiken de mannen pas de volgende avond weer de kazerne. En intussen lopen de theorielessen gewoon door. Wie te laat binnenkomt na een dropping, mist een deel van de lessen.

En wie een deel mist, kan lelijk door de mand vallen als hij een dag later onaangekondigd wordt getest op de kennis van de 300 voertuigen die in de vorige lessen de revue passeerden. Alleen op spierkracht de selectie overleven is dus simpelweg geen optie.

Het orgelpunt van het fysieke luik heet ‘Tender Feet’. Een dropping in full gear, waarbij de mannen in exact 48 uur, een afstand van zo’n 120 kilometer moeten afleggen. Er zijn twee rustpauzes, van telkens vier uur. Máár de klok begint te lopen, zodra de eerste het rustpunt heeft bereikt. Wie een uur later binnenkomt, moet dus maken dat hij in drie uur tijd is uitgerust. ‘Tender Feet is behoorlijk pittig’, zegt de commandant met een milde grijns. Vorig jaar was er niemand binnen de tijd. Enkele dagen later werd de test daarom helemaal overgedaan.

Dit is een stukje uit een langere reportage die u dit weekend in DS Weekblad vindt.

Meer weten over de Special Forces?
www.sfg.be


 

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig