Tom Naegels begrijpt de lezers die vinden dat de Amerika-berichtgeving hen onvoldoende informeert over de Republikeinen. Sommige reportages over de VS blijven in stereotiepe onderwerpen steken, vindt hij.

De kritiek van Mia Doornaert ( DS 3 november ) dat de kiezers van Mitt Romney geen freaks zijn en dat onze media minder eurocentrisch over hen zouden moeten schrijven, wordt door veel lezers gedeeld. Al sinds mijn aanstelling krijg ik mails over de Amerika-berichtgeving. Sommige van zelfverklaarde Republikeinen, de meeste van lezers die vermoeden dat ze niet goed worden geïnformeerd: ‘Het kan niet dat de helft van de inwoners van een groot en ontwikkeld land, fanatici, fundamentalisten en wapengekken zouden zijn.’

Dat deze krant positiever schrijft over de Democraten, lijkt me overduidelijk. Het blijkt al uit de keuze van de koppen van de extra bijlage van afgelopen weekend: ‘Waaromney? Hieromney! Een gevaarlijke kat in een zak’ en ‘Mislukt als messias, geslaagd als president’. Het commentaarstuk ervan noemde het ‘vanuit Europa haast niet te begrijpen dat een figuur als… Mitt Romney nog maar een schijn van kans maakt om de volgende bewoner van het Witte Huis te worden.’

Het verslag van de Republikeinse conventie ( DS 30 augustus ) begint met beschrijvingen van ‘hatelijke of zelfs racistische karikaturen’ van de president, van een bejaarde man die Obama ‘een communistische bastaard’ noemt, en van een zwarte CNN-journaliste naar wie apennootjes gegooid werden. Dat van de Democratische conventie ( DS 4 september ) met: ‘Het was gezellig gisteren in Charlotte.’

‘Ik zoek de karikaturen niet; ze slaan je in het gezicht’, zegt redacteur Steven De Foer, net terug van een reis van een maand door de VS, wat resulteerde in de reeks ‘The swing states of America’. ‘Ik las bij Geert Mak over een radiopresentator die Obama de antichrist noemde en ik dacht: een malle uitzondering. Maar op mijn eerste dag in Florida hoorde ik al hetzelfde. Ik sprak vrouwen aan na een kerkdienst, die alle begonnen over de socialistische moslim . En ik kan toch niet niét schrijven dat er op de conventie met apennootjes naar een zwarte journaliste werd gegooid? Dit zijn geen uitzonderingen, maar typische vertegenwoordigers. Vlaamse critici zien de strijd tussen Obama en Romney als een equivalent van die tussen Patrick Janssens en Bart De Wever. Dat is onzin. In de VS is er vandaag één centrumpartij, en één die economisch helemaal aan de rand van de kaart staat, en er sociaal-cultureel compleet af gevallen is. Als ik dat niét schrijf, doe ik mijn werk niet.’

Leni Riefenstahl

Een referentiepunt is hoe dan ook onvermijdelijk, en het hoeft de juistheid en de volledigheid van je informatie niet aan te tasten. Wel is het zo dat, hoe explicieter het wordt gemaakt, des te wantrouwiger de lezer kan worden. Het voordeel van de secce, wat saaie (dat was het nadeel) stijl van de traditionele kwaliteitspers, was dat lezers niet werden afgeleid door de verteller. Dat is anders bij de (leuker leesbare) persoonlijke reportagestijl, zoals hier, over diezelfde conventie: ‘Het zijn muzikale intermezzi die de zaal in extase krijgen, zoals een volumineuze jongen uit America’s got talent die een plakkerig “God bless the USA” kwam kwelen, met een wapperende vlag achter hem geprojecteerd. Opeens tranen overal, een donderend gejuich, USA! USA! USA!. Leni Riefenstahl had het graag in beeld gebracht.’

Of neem ‘Romneys briljante zinnetje’ ( DS 6 oktober ) , een rand-analyse van Evita Neefs bij het eerste debat: ‘Tot op vandaag gelooft rechts dat, als de rijken het goed stellen… hun rijkdom zal doorsijpelen naar de lagere klassen…. In werkelijkheid is er van doorsijpeling de afgelopen decennia niets in huis gekomen…. Maar dat wil rechts niet onder ogen zien.’ Er staat dat Romney ‘het eindelijk over zijn lippen’ kreeg om een fout toe te geven, en het stuk eindigt met: ‘Romney heeft misschien gescoord in het debat. Maar gisteren was het goede nieuws voor Obama. De werkloosheidscijfers zakten tot 7,8 procent.... De Republikeinen vonden dat zo verdacht dat ze prompt riepen dat er vals werd gespeeld.’

Verwoord dat anders, en het klinkt al minder als een opiniestuk.

Fact checkers

Dat de voorkeur voor de Democraten zou getuigen van eurocentrisch onbegrip, klopt niet, denk ik. De Standaard hanteert geen ander referentiepunt dan The New Yorker , The New York Times , of Harper’s . Dat zijn liberale bladen, maar je kan niet zeggen dat ze de Amerikaanse samenleving niet begrijpen.

De meeste kritiek op de Republikeinen was ook terecht. Mia Doornaert geeft als voorbeeld van een vooroordeel een citaat uit (leid ik toch af) deze krant, waarin zou zijn gesteld dat ‘Romney herhaaldelijk “een loopje nam met de waarheid”, zonder dat dit met voorbeelden gestaafd wordt. De onderliggende boodschap is meteen ook dat president Obama niets dan de waarheid spreekt.’

Het citaat klopt niet, er stond: ‘al werd er wel stevig met halve waarheden gestrooid, vooral door Romney’ (DS 5 oktober) , waaruit die onderliggende boodschap niét kan worden afgeleid. Het is feitelijk juist dat de Republikeinen vaker de waarheid geweld aandeden. Dat blijkt uit overzichten van fact checkers. En dat moet geschreven worden.

En toch begrijp ik de lezers. Ook ik hongerde naar andere reportages. Ik heb het eerder (DS 14 september 2011) al geschreven: sinds 9/11 heeft De Standaard elk jaar een grote VS-special gemaakt, telkens met reizen door het land en analyses van de politiek. Het grote belang van vrij wapenbezit, de politieke radicalisering, het idee dat Obama moslim zou zijn, de extreme opvattingen over belastingen en gezondheidszorg van de Republikeinen… Het keert telkens terug. Het is niet ‘fout’ of ‘bevooroordeeld’ om er opnieuw over te schrijven, maar wel ‘stereotiep’.

Ik betrapte me erop dat ik online en in buitenlandse tijdschriften op zoek ging naar zaken die ik nog niet wist. In Bloomberg Businessweek las ik een boeiende analyse van Romneys briljante aanpak destijds als ceo van Bain Capital. In The New Yorker een schitterend profiel van Paul Ryan, en hoe de Republikeinen onder George W. Bush fel gekant waren tegen diens Roadmap, en hoe de regering-Obama hem net populairder gemaakt heeft.

Ik zocht niet naar een andere ideologische blik, maar gewoon: naar nieuws.