België is de slechtste in de Europese klas als het gaat om een vlotte werking van arbeidsmarkt. In geen enkel ander EU15-land zijn vacatures en werklozen zo slecht op elkaar afgestemd. Er zijn te veel laaggeschoolde werklozen, terwijl bedrijven vooral op zoek zijn naar hooggeschoolden. Minister van Werk Monica De Coninck ziet in stages voor laaggeschoolden een oplossing.

Opvallende vaststelling: het aantal vacatures stond in 2011 op een recordniveau, en toch daalde de werkloosheid nauwelijks. Dat wijst op een slecht functionerende arbeidsmarkt, merkt de Nationale Bank in een nieuwe studie op. Meer zelfs, onze arbeidsmarkt is de slechtst werkende van Europa.

Belgiës werkloosheid ligt weliswaar onder het Europese gemiddelde, maar ons land kent de grootste wanverhouding tussen het opleidingsniveau van de werklozen en het opleidings­niveau dat bedrijven verlangen. ‘Veertig procent van de werklozen is laaggeschoold’, zegt Hélène Zimmer, onderzoekster bij de Nationale Bank. ‘Terwijl laaggeschoolde arbeid maar twintig procent van de Belgische werk­gelegenheid uitmaakt. Bij hooggeschoolden is het net andersom.’ Met andere woorden: er zijn te veel laaggeschoolde werklozen, terwijl bedrijven vooral op zoek zijn naar hooggeschoolden.

Vooral in Brussel is de situatie dramatisch. Meer dan de helft van de banen vergt hooggeschoolde profielen, terwijl bijna de helft van de werkzoekenden zijn middelbare school niet heeft afgerond.

Ook de geografische mismatch is nergens groter dan in België. In geen enkel ander Europees land zijn er zulke grote regionale verschillen in de werkloosheid. Zo is de werkloosheid in Brussel zes keer hoger dan in West-Vlaanderen.

‘De mobiliteit is ons land is te laag’, besluit Zimmer. Vooral de taalgrens vormt een psychologische barrière. Toch zou het wegwerken van die barrière niet alles oplossen. ‘In alle provincies tref je dezelfde knelpuntberoepen aan. Dat wil zeggen dat vooral de slechte afstemming in scholingsniveau en competentie een probleem is.’

Volgens Zimmer is het niet zo verrassend dat België internationaal slecht scoort. ‘België heeft te veel schoolverlaters en de inhoud van de opleidingen is te weinig afgestemd op de noden van de werkgevers.’

Monica De Coninck (SP.A), minister van Werk, erkent die problemen en zoekt de oplossing ook in die richting. ‘Te veel jongeren gaan te vroeg van school, maar zijn niet dom’, zegt De Coninck. ‘Daarom willen we de drempel verlagen bij werkgevers om stagiairs aan te nemen. Zo worden jongeren gestimuleerd om te werken, maar ook om via een sectorfonds hun opleiding af te maken.’

Dat sluit ook aan bij de mentaliteitswijziging die De Coninck graag zou zien. ‘Mensen moeten niet aangeworven worden voor hun diploma’s, maar voor hun competenties. Zo zouden laaggeschoolden makkelijker op de arbeidsmarkt geraken, waar ze later nog een certificaat of diploma kunnen verwerven. Zo gebeurde dat in de jaren vijftig en zestig ook vaak.’

Die strategie past de witte sector al langer toe. Omdat de sector het moeilijk heeft om gekwalificeerd verplegend personeel te vinden, krijgen laaggeschoolde werknemers een vergoeding om halftijds bij te studeren. Zo kunnen zij, terwijl ze werken, opklimmen tot een gekwalificeerde verpleger of verpleegster.