Het aantal inwoners van West-Vlaanderen met een andere dan Belgische nationaliteit is de voorbije tien jaar met driekwart gestegen, van 20.134 tot 35.702. Dat brengt het totaal op 3 procent van de hele West-Vlaamse bevolking. Dat blijkt uit een analyse van het Steunpunt Sociale Planning en deSOM, in opdracht van de provincie West-Vlaanderen.

37 procent van die groep komt uit onze buurlanden. Verder zijn er nog drie groepen die elk twaalf procent uitmaken van inwoners met een andere nationaliteit: dat zijn Aziaten, personen van het voormalig Oostblok binnen de Europese Unie en mensen van diezelfde regio buiten de Europese Unie.

De studie maakte wel het verschil tussen het begrip vreemde nationaliteit en vreemde origine. Van die laatste groep zijn er 64.326 inwoners, waarvan het grootste deel nog steeds bestaat personen uit de omringende landen. Magreblanden scoren hier opvallend hoger met 12 procent.

‘Ik pleit dan ook voor een zekere nuance. Met drie procent niet-Belgen kun je niet spreken van een overspoeling’, zegt Hilde Coudenys van het Steunpunt Sociale Planning. De studie moet vooral het lokale debat stofferen met objectief cijfermateriaal zodat er beter werk kan worden gemaakt van integratie en diversiteit op lokaal niveau, want ook de geografische spreiding verschilt vaak. Een noodzaak, want de detailcijfers tonen aan dat ‘kleurrijk Vlaanderen’, wat ook de naam is van de publicatie, vaak moeite heeft om werk te vinden, een schoolachterstand heeft en te kampen heeft met gekleurde armoede.