Het federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) maakt zich zorgen over het toenemend aantal dure hartablaties (10.000 euro per ingreep) waarvan niet bewezen is dat ze kostenefficiënt zijn en dat ze op lange termijn goed helpen.

Vijf tot vijftien procent van de 80-plussers ondervindt hinder van ‘voorkamerfibrillatie’, een hartritmestoornis die kan leiden tot een beroerte. Het komt ook wel op jongere leeftijd voor.

De stoornis kan behandeld worden met geneesmiddelen die de hartslag regelen. Ook een katheterablatie, een chirurgische ingreep, kan soelaas bieden. In een rapport maant het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) echter aan tot voorzichtigheid met die ingreep.

Voorkamerfibrillatie geeft abnormale elektrische impulsen waardoor het hart onregelmatig, en meestal te snel, gaat kloppen. Bij kathederablatie wordt het hartweefsel met een chirurgische ingreep lokaal beschadigd, om de abnormale elektrische impulsen te stoppen.

Aantal behandelingen verdubbeld

Op twee jaar tijd is het aantal van die behandelingen meer dan verdubbeld, van 993 in 2008 naar 2.064 in 2010. Die operatie is complex en duur; ze kost ongeveer 10.000 euro.

Het Kenniscentrum bestudeerde al de gegevens die daarover in België beschikbaar zijn. ‘Katheterablatie is efficiënt om op korte termijn de stoornissen veroorzaakt door voorkamerfibrillatie te behandelen. We beschikken echter niet over bewijzen voor de werkzaamheid op lange termijn, zoals sterfelijkheid en risico op een beroerte.’ Het kenniscentrum zegt ook dat het nog niet over betrouwbare gegevens beschikt om de kostenefficiëntie te beoordelen.

Het kenniscentrum raadt de overheid aan de terugbetaling van de ingreep te beperken tot bepaalde categorieën patiënten, en tot artsen en ziekenhuizen die voldoende ervaring hebben.