Na de drie overnamebiedingen van vorige week is het jachtseizoen duidelijk aangebroken. Beleggers nemen posities in overnamekandidaten die snel geld kunnen opleveren.

Rendement halen op de beurs is vaak een kwestie van veel geduld, behalve voor wie de gave van de timing bezit. Menig belegger droomt ervan een aandeel te kopen dat de week daarna al wordt overgenomen. Zeker in landen met een sterke beurscultuur, zeg maar de Angelsaksische landen, moeten overnemers een forse premie bieden om aandeelhouders te doen ingaan op hun bod. 

In Brussel wil dat nog wel eens tegenvallen. Zo proberen de oprichters van Transics het bedrijf weer volledig in eigen handen te krijgen voor nauwelijks meer dan 7 euro terwijl ze de aandelen bij de beursgang in 2007 tegen 17,5 euro verkochten. Maar zelfs hier is niet iedereen bereid dat te aanvaarden en kunnen de oprichters het bedrijf niet van de beurs halen. Maar doordat er na afloop van het bod minder aandelen Transics circuleren (vele beleggers leverden hun aandeel wel in) riskeert de handel te verminderen en kan de koers nog verder terugvallen. De bieders hopen natuurlijk dat dit risico beleggers afschrikt en dat die daarom toch maar vrede zullen nemen met de lage bieding. Onder meer Quest For Growth besliste toch nog in te gaan op het gierige bod. 

Ook voor Telenet legde Liberty Global een nogal mager bod op tafel, maar ook hier gaat het om de referentieaandeelhouder. Maar die heeft wel al de meerderheid en bovendien hebben de aandeelhouders al flink verdiend aan het aandeel. 

Gelukkig gebeurden de biedingen op Iris Group (50%) en op Devgen (70%) wel aan flinke premies tegenover de laatste koersnoteringen. Dat komt omdat hier ook de hoofdaandeelhouders verkopen. Die zouden nooit akkoord gaan om te verkopen als de prijs niet overtuigend is.

De grootste winst is dus te maken met aandelen waar de referentieaandeelhouders (of strijdbaar ingestelde minderheidsaandeelhouders) alleen verkopen voor een hoge prijs. Binnen de Bel20 zou het kunnen gaan om bijvoorbeeld UCB of Umicore. Die laatste heeft geen referentieaandeelhouders maar wel strijdbare Angelsaksische beleggers. 

In Brussel vlogen beleggers gisteren echter vooral op kleine aandelen en/of aandelen die fors gezakt zijn zoals Option, Tigenix, IBA, Recticel, Zenitel of Jensen. Die zijn klein en goedkoop zodat een overnemer ze zelfs met een flinke premie nog goedkoop kan kopen en de exit organiseren.