Een op vier Vlaamse sportclubs wil meer sportinfrastructuur
Foto: © Marie-Christine De Bruyne
Een kwart van de Vlaamse sportclubs geeft aan over onvoldoende sportinfrastructuur te beschikken. Bovendien vindt 44 procent van de trainingen plaats zonder of met niet-gekwalificeerde lesgevers. Dat blijkt uit een enquête bij de Vlaamse sportclubs die BLOSO en de Vlaamse Sportfederatie vrijdag voorstelden. Desondanks telt Vlaanderen bijna 1,5 miljoen sporters in meer dan 19.211 erkende sportclubs.

  Vlaanderen telt 19.211 erkende sportclubs, met in totaal 1.429.003 sportbeoefenaars. De provincie Limburg heeft de sterkste sportclubtraditie: per 1000 inwoners zijn er gemiddeld 4,31 sportclubs. Antwerpen scoort het slechtst met 2,55 clubs, terwijl het Vlaamse gemiddelde op 3,03 ligt.

Maar de sportclubs stoten in de praktijk op een aantal problemen. Administrateur-generaal van BLOSO Carla Galle: 'Een op vier clubs zegt dat ze niet voldoende sportinfrastructuur ter beschikking heeft. En dat beperkt hen in hun sportaanbod, want 3 op de 10 clubs zouden hun aanbod uitbreiden indien er voldoende accomodatie zou zijn.'

Een ander probleem betreft het trainersaanbod. 'Er komen heel wat gekwalificeerde krachten uit de Vlaamse Trainersschool, maar toch is er bij bijna de helft van alle trainingen geen lesgever of is die niet gekwalificeerd. Dat moet absoluut hoger,' aldus Galle.

29,11 procent van alle sportclubs bieden voetbal aan. Dat is dubbel zo veel dan het nummer twee, het wielrennen (14,91 procent). Op de derde plaats staan de wandelclubs (7,3 procent). Gezamenlijk vertegenwoordigen deze drie sporttakken 570.900 van alle erkende sporters.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig