VRT-baas: ons marktaandeel is niet de norm
Foto: Titus Simoens
Kan de VRT het hoge marktaandeel behouden deze herfst? Sandra De Preter, de VRT-baas, zegt niet letterlijk dat het marktaandeel mag zakken. Ze zegt wel dat het niet de norm is.

Het wordt een boeiend najaar op tv, met een vernieuwde zender. VT4 werd Vier en brengt een portie Woestijnvissuccessen in stelling tegen de openbare omroep en VTM.

VRT-hoofd Sandra De Preter weet dat zoiets voor verschuivingen gaat zorgen in het medialandschap. Maar dat betekent niet dat de missie van de openbare omroep verandert: kwalitatieve programma's maken.

De opdracht van de omroep wordt niet uitgedrukt in marktaandelen, ook niet in de beheersovereenkomst tussen de regering en de omroep. Nu is dat marktaandeel van de openbare omroep 41 procent. Dat mag zakken?

Op Radio 1 zei De Preter niet 'ja' of niet 'neen'. Ze zei alleen dat het marktaandeel inderdaad hoog ligt. 'We mogen best trots zijn op die 41 procent. In Europa halen de openbare omroepen zowat 30 tot 35 procent in hun land. De BBC zit bijvoorbeeld aan 32 procent.'

'We zitten dus met een bonus', stelde ze. Het rook een beetje naar 'het is geen ramp als het wat zakt', maar dat zei ze dus niet.

De Preter had het ook over de nieuwe 'Man bijt hond' op Eén, het programma 'Iedereen Beroemd'. Dat heeft op enkele dagen tijd enkele tienduizenden kijkers verloren na de veelbekeken eerste aflevering.

Geen probleem, zei de VRT-baas. 'De jonge ploeg van het programma moet in alle rust kunnen verderwerken. Alert, maar in alle rust. Zo'n programma is geen sprint. Het moet kunnen groeien en tijd krijgen.' Overigens wees ze er nog op dat het aantal kijkers misschien daalt, het marktaandeel blijft hoog.