Foo Fighters
Foto: 'cia Jansen
Dave Grohl ramt op zijn gitaar en rent heen en weer over het podium. 'Do you wanna have some fucking fun today?' Pukkelpop ontploft.

Geen enkele andere rockband kan en mag deze Pukkelpopeditie afsluiten. Foo Fighters zijn de ultieme helers, de meest efficiente goednieuwsbrengers die als geenander een samenhorigheidsgevoel kunnen creeren. De ideale band om weer bij recht te krabbelen na het drama van vorig jaar en opnieuw te beginnen.

'White limo' duikt met het hoofd vooruit de nacht in. Krijsende punkrock als aperitiefje. Leuk.
De Amerikaanse stadionrockers zien er hongerig en afgetraind uit, klaar om ons een schop onder de kont geven. Die schop heet 'All my life', grunge voor de massa.
'Rope', hun sterkste popsong in jaren, is een onvervalst studionummer en mist live wat spankracht.

Stadionkrakers

Aan luid meezingbare stadionkrakers geen gebrek: 'The pretender' (met aangedikt Status Quo-riffje als lekkermakertje), een betonnen 'My hero', de perfecte feel good-vibe van 'Learn to fly', de kopstoot die 'Monkey wrench' heet en het onverwoestbare 'Best of you', waarop hoorbaar jong en oud zat te wachten. Beste meebrulmoment van drie dagen Pukkelpop? Zou best kunnen.

'We fucking came back!', brult Grohl.

Hij haalt herinneringen op aan toen hij 21 jaar geleden met Nirvana voor het eerst op Pukkelpop stond ('dit is het allereerste rockfestival waar ik ooit speelde') Bob Mould, daarstraks nog in de marquee, mag meespelen op 'Dear Rosemary'. Tof dat Grohl zijn helden eert, maar het haalt de vaart uit de show.

De band laat wel meer steken vallen. In 'Generator' staat de zang te zacht of zingt Grohl niet krachtig genoeg. Hetzelfde probleempje duikt op in 'Hey, Johnny Park', nochtans een puik nummer. Ach, we gaan niet mierenneuken. Het enthousiasme en het brute plezier van Grohl en zijn piratenbende maakt veel goed.

Voorstelling

De groepsvoorstelling is geinig (dat gebeurt zelden met die dingen). 'I never wanted to be famous!', roept Grohl gespeeld pathetisch.

'These days' draagt Grohl op aan de overledenen van de Pukkelpopramp. Een sereen applaus volgt en dan barst de song open en zingt iedereen mee.

Het oudje 'This is a call' trapt op het gaspedaal met evenveel vuur als toen we het 18 jaar geleden voor het eerst hoorden.

De Pink Floyd-cover 'In the flesh' is een grappige verrassing, gezongen door drummer Taylor Hawkins, met fake Engels accent.

Lachen: de nachtkijkerbeelden van Grohl en Hawkins op groot scherm, na het eerste luik (backstage, in ontbloot bovenlijf en met pintje), die druk gesticulerend de fans ophitsen om de bisronde te kunnen inzetten.

Die begint met 'Times like these', eerst solo gebracht door Grohl, dan ruw opengetrapt door de rest van de Fighters. Zorgen voor een laatste lap euforie: 'Breakout' en 'Everlong', hun grootste klassieker en beste song.

Dit was niet zomaar een concert maar een genezingsritueel. Mission accomplished.