Het is zondag niet de warmste dag ooit in ons land geworden. In Kleine Brogel, de warmste plaats in ons land, werd een maximumtemperatuur van 36 graden gemeten, zo'n 2,8 graden minder dan het absolute record uit 1947.

Het historische warmtedagrecord dateert van 26 juni 1947. Toen werd in een open thermometerhut 38,8 graden gemeten. Het private weerbureau Meteoservices verwachtte dat het kwik zondag de 40 graden zou halen in de Kempen en dat het record dus van de tabellen geveegd zou worden.

Het kwik ging tot 15 uur in stijgende lijn in het Limburgse Kleine Brogel, met een maximumtemperatuur van 36 graden. Rond 17 uur ging de temperatuur echter weer naar beneden (35,9).

Aan de kust is het betrekkelijk frisser. In Koksijde was het rond 15 uur 24,3 graden en in Middelkerke, de 'koudste' plaats in ons land, amper 23,1 graden.

Warmste nacht

Met een temperatuur van 23,1 graden kende Ukkel van zaterdag naar zondag de warmste nacht van het jaar. Het was de tweede warmste nacht ooit, weet VRT-weerman Frank Deboosere.

Ook op 13 juli 1923 en 2 juli 1952 was het tijdens de nacht even heet als voorbije nacht, telkens in Ukkel werd er 23,1 graden opgetekend. Het record situeert zich op 18 juni 2002 met een minimumtemperatuur van 23,9 graden, aldus Deboosere.

Alarmfase oranje op Kalmthoutse Heide

In de Antwerpse natuurgebieden Kalmthoutse Heide en Groot Schietveld is het Agentschap voor Natuur en Bos naar aanleiding van de aanhoudende hitte en droogte overgegaan tot alarmfase oranje.

Voor bezoekers verandert er weinig, maar de brandweer houdt wel een extra oogje in het zeil om bij een eventuele bos- of heidebrand meteen in actie te kunnen schieten. De brandtorens op het terrein krijgen een permanente bezetting.

Ook in de andere provincies, voornamelijk in Limburg, wordt de weerstoestand nauwlettend in de gaten gehouden. 'Het overgaan naar een hogere alarmfase gebeurt op basis van factoren als temperatuur, droogte en wind', geeft Dirk Bogaert, directeur Communicatie van het Agentschap voor Natuur en Bos, aan. 'Oranje is in de eerste plaats een signaal naar onze eigen mensen en de hulpdiensten.'