De potentiële gevolgen van natuurrampen zoals aardbevingen of overstromingen op de economie, zijn het grootste in de Aziatische landen. Zij zijn vaak niet goed voorbereid en kunnen maar in beperkte mate reageren op de ramp. Dat blijkt uit een onderzoek door het Britse Maplecroft, dat risico's in kaart brengt.

Onderzoekers van het bedrijf stelden een ranglijst op van 197 landen op basis van de mate waarin een natuurramp gevolgen heeft voor de economie van het land. Het meest kwetsbare land blijkt Bangladesh, gevolgd door de Filipijnen, de Dominicaanse Republiek en Myanmar. Zij worden bestempeld als 'extreem risicovol'. Nog in de top tien staan India, Vietnam, Honduras, Laos, Haïti en Nicaragua.

'De opkomende en zich ontwikkelende economieën moeten ervoor zorgen dat ze beter kunnen reageren op de uitdaging van een risicovolle omgeving. Doen ze dat niet, dan komt hun ambitieuze economische groei in gevaar wanneer de onvermijdelijke natuurramp plaatsvindt', luidt het.

Westerse landen staan lager op de lijst, met Frankrijk bijvoorbeeld op de 153ste plaats en een 'laag' risico.

Volgens Maplecroft bereikte de economische schade wereldwijd door natuurrampen vorig jaar een record van 380 miljard dollar. Dat was vooral het gevolg van de aardbeving en tsunami die Japan in maart troffen. Die natuurramp was goed voor 55 procent van de totale wereldwijde economische schade.