Té oranje
Zelfs kroonprins Willem-Alexander en prinses Maxima bezochten in Londen de Holland Heineken House. Foto: EPA
De Spelen zijn niet alleen sport, maar ook marketing en promotie van het land. Dat gebeurt steeds meer door middel van de ‘nationale huizen’. Elk zichzelf respecterend land, heeft een House, waar supporters, atleten en familie, sponsors en bobo’s kunnen samenkomen en vieren.

De Duitsers doen het op een Love Boat in Canary Wharf, de Oostenrijkers promoten zichzelf met Lederhosen en een skilift, de Afrikanen hebben bij Kensington Garden samen een Afrikaans dorp geïnstalleerd. De Russen hebben er wel drie, en de Brazilianen hebben het mooiste: ze huren het Somerset House, aan de Theems.

De Belgen zitten vlakbij, in de prestigieuze Inner Temple, al eeuwen de plek waar de Londense magistratuur elkaar ontmoet. Nu worden er fietsen, bier en frieten gepromoot. Met succes trouwens, de rij toeristen wordt elk dag langer. En dat zijn ook steeds meer buitenlanders die het bier en de frieten willen proeven.

Maar absolute kroon qua bezoekers spannen de Nederlanders. Ze hebben het feesten in Londen tot industriële proporties opgevoerd. Om de massa onderdak te bieden, hebben ze hun Holland Heineken House buiten de stad gehuisvest, in het Alexandra Palace, een halfuurtje met de metro vanuit het centrum. Moeilijk vinden is het niet. Volg gewoon de oranje stroom. Elke avond zakken ze met z’n 6.500 af en wordt er gehost.

Volgens Dennis Hogenboom, sponsor-manager van Heineken, is het huis in de eerste plaats bedoeld om te laten zien waar de bierbrouwer voor staat: gezelligheid. Dat zei hij in het NRC. Een wat aparte opvatting van gezelligheid, heeft die Hogenboom. Het oranje doet pijn aan de ogen. Zelfs voor sommige Nederlanders. Frank en Marit staan na een half uur al weer buiten, hoewel ze 12,5 euro inkom hebben betaald. Het wordt té, zeggen ze.
Ze gaan eens een kijkje nemen in het Belgium House. Het gaat hen beter bevallen, denken we.