Vraag boogschutter Sherab Zam, uit het afgelegen bergkoninkrijk Bhutan, naar haar hoogtepunt van deze Spelen en ze antwoordt zonder twijfelen: 'de koningin ontmoeten'.

Sherab was in de eetzaal van het atletendorp toen koninging Elizabeth onverwacht binnensprong. 'Ik kon mijn ogen niet geloven! De koningin! Ik had nooit durven dromen dat dit mij zou overkomen', aldus Sherab (28). 'Ze was zo schattig, naar ons wuivend. Mijn familie zal dit fantastisch vinden.'

Haar enige landgenote op de Spelen, Kunzang Choden, was er niet om het moment mee te maken, want zij vertegenwoordigde op dat moment Bhutan, een van de 11 landen op de Spelen met slechts 2 atleten in hun team.

Toch zal Sherab moeten wachten tot ze thuis is eer ze deze ervaring kan delen met haar moeder, die op een boerderij in Kashithang woont, zonder internettoegang en labiele communicatielijnen.

Tot dan genieten Sherab en haar ploeggenote van Londen. Ze kregen voor deze Spelen een wild card, die worden gegeven aan ontwikkelingslanden om deelname aan de Spelen te bemoedigen en de olympische leuze 'deelnemen is belangrijker dan winnen' mee vorm te geven. Bhutan heeft een van de kleinste teams in Londen. De andere 10 met 2 atleten zijn Oost-Timor, Sao Tome en Principe, Equatoriaal Guinea, Mauritanië, Gambia, Dominica, Sierra Leone, de Britse Virgin-eilanden, Somalië en Nauru.

Bhutan, waar boogschieten de nationale sport is, is één van 82 landen die nog nooit een medaille wonnen op de Spelen. Vaak hebben die landen een geschiedenis van oorlog of armoede. In Londen kwam aan die droogte geen einde voor Bhutan: Sherab werd 61ste van 64 deelnemers in het individuele boogschieten bij de vrouwen, Kunzang werd 56ste en laatste in het 10meter luchtgeweer bij de vrouwen.

Beiden wisten ze dat ze weinig kans maakten tegen de rijkere landen met moderne apparatuur, maar ze waren blij met de ervaring en de kans om deel te nemen.