VN: 'Drie partijen betrokken bij bloedbad Houla'
Bloedbad in Houla
Het bloedbad van 25 mei in de Syrische stad Houla, waarbij 108 mensen omkwamen, is toe te schrijven aan drie partijen. Dat staat in een VN-rapport dat woensdag gepubliceerd werd. De onderzoekscommissie meent wel dat 'troepen loyaal aan de regering verantwoordelijk zouden geweest zijn voor een groot deel van de doden'.

Volgens de deskundigen zouden regeringsmilities, antiregeringstroepen en buitenlandse groepen deelgenomen hebben aan het geweld dat tot het bloedbad leidde. 

In het document, dat de periode tussen februari en juni van dit jaar beslaat en werd opgesteld door de internationale onafhankelijke onderzoekscommissie onder mandaat van de VN-mensenrechtenraad, staat ook dat de situatie in Syrië zienderogen verslechtert en dat de crisis er steeds meer afglijdt naar een burgeroolog. De experts hekelen een 'nieuwe escalatie van het sektarisch geweld' sinds mei 2012.

De mensenrechten in het land worden steeds meer met de voeten getreden, staat er. Zo worden kinderen gemarteld en wordt gebruik gemaakt van seksueel geweld tegen beide geslachten.

Volgens het rapport werden gevechtshelikopters en artillerie ingezet om volledige wijken te bombarderen, waarvan gedacht wordt dat ze tegen de regering gekant zijn. Dat gebeurde ook tijdens de aanwezigheid van waarnemers, zoals in Deir Ezzor en Alep in mei 2012.

In enkele regio's krijgen de gevechten ook het karakter van een 'niet-internationaal gewapend conflict' ondanks de toename van deserteurs en een zekere 'moeheid' in de rangen van de reguliere Syrische troepen. Aanvankelijk bekampten regeringstroepen en rebellen elkaar, maar nu speelt ook religie steeds meer een rol, klinkt het. 

De Syrische ambassadeur verliet na de voorstelling van het rapport de VN-mensenrechtenraad. Hij zei niet te willen deelnemen aan de 'flagrante politisering'.