Robin Ramaekers vertelt  één keer over het schietincident
Robin Ramaekers Foto: vrt
Het is al ruim twee jaar geleden, maar het knaagt nog aan VRT-journalist Robin Ramaekers. Nee, hij wilde niet veinzen dat hij in Haïti werd beschoten. Maar zo leek het wel. Nu stelt hij er zijn eigen verhaal tegenover.

In een reportage in Haïti in oktober 2010 leek het alsof hij was beschoten, maar het geluid van het schot was niet authentiek. Het was er achteraf in gemonteerd.

Het schietincident blijft knagen. Er is ook iets pikants aan. De montagetruc kwam intern pas na drie maanden aan het licht, net voor hij opnieuw naar Haïti zou vertrekken. Iemand had de zaak bij de hiërarchie aangekaart. En na een volgend ‘lek’ kwam ook de buitenwereld het te weten.

Wat is er dan precies gebeurd?

‘Het was de tweede keer dat ik in Haïti was, toen daar na de aardbeving een cholera-epidemie was uitgebroken. De dag dat we er aankwamen, trokken we naar Saint-Marc, waar Artsen Zonder Grenzen een ziekenhuis had. Daar mochten we niet filmen en zeer tegen mijn zin stuurde men ons door naar een veldhospitaal in opbouw een paar kilometer verder. Daar stonden de mensen zeer vijandig tegenover dat veldhospitaal, uit angst voor besmetting. Vanuit een school vlakbij gooiden ze met stenen en molotovcocktails naar de hulpverleners. Die riepen de hulp in van Argentijnse blauwhelmen in de buurt, die met rubberkogels terugschoten. Totale chaos.’

‘Wij waren daar toevallig in beland, als enige journalisten. Plots werd dat een relevant verhaal. Een ongeschreven regel wil wel dat je in buitenlandreportages voor het journaal ook een statement voor de camera opneemt. Dat was daar niet evident. Pas bij de derde poging kon ik afronden. Net op dat moment zag ik dat een steen naar mijn hoofd kwam gevlogen en ik dook weg. Ik vroeg of alles er wel goed opstond. De cameraman bekeek de opname in zijn zoeker, zei dat ik net de laatste zin had uitgesproken voor ik wegdook en dat we het statement best konden gebruiken.’

‘Maar bij de montage was we dat de steen helemaal niet te zien was. Dat leverde een vreemd beeld op, want waarom duik ik dan weg? Toen kregen we een briljant idee: je kan ook schrikken van een knal. Je zag achter mij blauwhelmen staan, die daar ook echt hadden geschoten. En met het geluid van een geweerschot eronder geschoven, werkte het beeld wel. In het item dat ik toen meteen daarna over hetzelfde onderwerp voor Terzake maakte, is in de verste verte geen sprake van enig incident waarin op mij wordt geschoten. Mijn enige stommiteit is dat ik me voor Het journaal heb laten meeslepen: ik wilde dat het vormelijk werkte. En anders hadden we geen statement.’

Sommigen, zoals Rudi Vranckx, toonden begrip, maar anderen niet.

‘Iedereen die mij een warm hart toedroeg, was van de hand Gods geslagen. Ook voor de redactie van Terzake was het superpijnlijk. Iedereen heeft recht op een mening over wat is gebeurd, maar om te begrijpen hoe zoiets kan, moet je toch in dat soort omstandigheden hebben gewerkt. Je bent dan niet altijd helder van geest.’

Stemt het u niet paranoïde om te weten dat iemand bij u op de werkvloer de vuile was buitenhangt?

‘Aangezien ik nog altijd bij de VRT werk en dat met veel plezier doe, kan ik daar geen punt van maken. Laat ik het hierop houden: het is een harde, competitieve stiel en dit soort toestanden hoort daar ook bij.’

Dit is een ingekorte versie van een langer gesprek met Robin Ramaekers. U leest het hele verhaal dit weekend in De Standaard of hier in de e-krant. Dinsdag zendt Canvas een reportage uit van zijn hand over de moord op de laatste koning van Burundi.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in