De directe impact van de kredietverlening aan Griekenland, Ierland, Portugal en het Europese noodfonds ESM op de Belgische overheidsschuld zal oplopen tot 10,6 miljard euro, of zowat 2,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Die cijfers maakte gouverneur Luc Coene van de Nationale Bank maandag bekend. Het bedrag voor de redding van de Spaanse banken zit nog niet in dat cijfer.

De 10,6 miljard euro is gespreid over de jaren 2010 tot en met 2013. Het leeuwendeel van het bedrag, bijna 7 miljard euro, gaat naar Griekenland, in de veronderstelling dat dat land het hele programma uitvoert.

Over Spanje kon Coene niet veel zeggen, aangezien het plan afgelopen weekend pas beklonken werd en er nog veel praktische details te regelen zijn. Toch was de gouverneur positief over het mechanisme om het Spaanse bankenprobleem op te lossen, omdat de risico's erdoor worden ingedamd.

België, dat staatsgaranties gaf aan de ontmantelde groep Dexia, gaat volgens Coene overigens niet de weg op van Spanje. 'Het grote verschil is dat wij geen vastgoedbubbel hebben gehad. In Spanje werden meer huizen gebouwd dan nodig. De banken die daarvoor leningen verstrekten, hebben nu een kapitaalprobleem', vatte hij het Spaanse probleem samen. 'De vergelijking kan niet gemaakt worden.'