BELASTINGVRAGEN. Hoe breng je motorkosten best in?
Foto: IMAGEGLOBE
Wanneer spreekt men over een motor, en geen brommer. Wanneer maken we best gebruik van een lineair of degressieve afschrijving? En hoe gaat men bij degressieve afschrijving te werk bij de opeenvolgende jaren?

De fiscus stelt geen minimumvereisten aan een “motor”. Een scooter komt dus bijvoorbeeld ook in aanmerking.

De motor geniet een gunstig fiscaal regime. Als u de werkelijke beroepskosten bewijst, worden de aftrekbare kosten voor het woon-werkverkeer met de motorfiets niet beperkt tot 0,15 EUR per afgelegde kilometer (in tegenstelling tot kosten voor woon-werkverkeer met de auto). Een motorrijder mag bijgevolg de volledige kosten voor zijn woon-werkverkeer inbrengen. Bovendien is de aftrek van motorkosten (afschrijving, verzekering, verkeersbelasting, enz.) niet begrensd tot 75 procent van de gemaakte kosten, wat wel het geval is voor de meeste autokosten.

Het is toegelaten om degressief af te schrijven. Deze vorm van afschrijving maakt het mogelijk om een belangrijke annuïteit af te trekken in het jaar van de aanschaffing van de motor, en daarna steeds kleinere annuïteiten om op het einde van het afschrijvingstijdperk over te gaan op de lineaire afschrijving.

In het degressief afschrijvingsstelsel wordt de jaarlijkse afschrijving bepaald door een vast percentage toe te passen op de nog af te schrijven waarde. Deze residuwaarde is de aanschaffingwaarde verminderd met de al toegepaste afschrijvingen. Het degressief afschrijvingspercent mag ten hoogste het dubbele van het lineaire afschrijvingspercent bedragen. Het percentage mag wel lager zijn dan het toegelaten maximum. Het bedrag van de degressieve afschrijvingsannuïteit mag nooit meer bedragen dan 40 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde.

Zodra het bereikte afschrijvingsbedrag kleiner is dan de normale lineaire afschrijving, mag men overgaan op de lineaire afschrijving.

In principe is een periode van vijf jaar een redelijke afschrijvingstermijn voor een motorfiets die normaal wordt gebruikt.

Voorbeeld

Een motor van 10 000 EUR met een levensduur van 5 jaar. Het lineaire  afschrijvingspercentage bedraagt 20 % zodat degressief mag worden afgeschreven aan 40 %.

In dit voorbeeld is vanaf het derde jaar de lineaire afschrijving voordeliger, en wordt overgeschakeld naar de lineaire afschrijving. Dit is niet verplicht, u mag verder degressief afschrijven.

Of u kiest voor een lineaire of degressieve afschrijving hangt van uw eigen voorkeur af. De degressieve afschrijving staat u toe om snel een groot bedrag als beroepskost af te trekken in het jaar van aanschaf, u geniet dus onmiddellijk een voordeel.

Als uw beroepsinkomsten echter momenteel laag zijn en u verwacht dat deze de volgende jaren fel zullen stijgen, kan een lineaire afschrijving interessanter zijn.

Ann Rasschaert is materiedeskundige bij Kluwer.

U hebt zelf ook een vraag over uw aangifte? U kan deze op zaterdag 23 juni gratis stellen aan de experten van Kluwer tijdens onze jaarlijkse telefoonactie. Het telefoonnummer wordt later bekendgemaakt.