De voormalige Britse premier Tony Blair zei vandaag voor de Leveson-onderzoekscommissie dat hij besliste om met de machtige media in zijn land om te gaan, en er alles aan deed om een confrontatie te vermijden. Blair moet voor de commissie zijn goede relatie met mediamagnaat Rupert Murdoch, wiens zoon Blair als dooppeter heeft, uitleggen.

De commissie werd opgericht naar aanleiding van het afluisterschandaal in de Britse pers, dat vorig jaar leidde tot het verdwijnen van de tabloid News of the World. Volgens slachtoffers zou de nauwe band tussen politici en het bedrijf ervoor gezorgd hebben dat het schandaal jarenlang in de doofpot werd gestopt.

Blair was Labour-premier van 1997 en 2007, en stond volgens verschillende collega's tijdens dat ambt veel te dicht bij de Australische mediamagnaat Rupert Murdoch en zijn media-imperium News Corp., waartoe onder meer de tabloid The Sun en de krant The Times behoren. Zo raakte pas onlangs bekend dat Blair dooppeter is van een van Murdochs zonen.

The Sun, de best verkochte krant in Groot-Brittannië, besliste om in de verkiezingen van 1997 Labour te steunen. Blair kwam in dat jaar aan de macht. Na diens overwinning was Murdoch al snel zijn gast in 10, Downing Street. In 2009 veranderde de tabloid weer van koers, en besloot de conservatieven te steunen, waarop de huidige premier David Cameron werd verkozen.

'Nauwe banden met mediafiguren zijn onvermijdelijk'

Blair getuigde vandaag onder ede dat 'nauwe relaties' tussen toppolitici en hoge mediafiguren 'onvermijdelijk' zijn. 'Dat is altijd zo geweest, en zal altijd zo zijn'. 'Het zou eerlijk gezegd vreemd zijn moesten die nauwe banden er niet zijn', voegde hij eraan toe.

Om een 'zware confrontatie' met de media te vermijden, besliste hij net om cruciale relaties met de Britse pers goed te onderhouden tijdens zijn premierschap.

'Als politiek leider maakte ik de strategische beslissing om met de media om te gaan, en ze niet te confronteren', zei Blair voor de commissie. 'We kunnen erover discussiëren of dat nu wel of niet de juiste beslissing was, maar dat is de beslissing die ik toen heb gemaakt.'

'Je wordt geblokkeerd'

'Als je als politiek leider erg machtige mediagroepen tegen je hebt, krijg je als gevolg daarvan je boodschap niet meer naar het publiek, en word je geblokkeerd. De prijs die je voor zo'n zware confrontatie moet betalen zou ervoor hebben gezorgd dat de dingen die ik belangrijker vond, naar de achtergrond verdwenen', klonk het.

Voor het Hooggerechtshof in Londen, waar de commissie bijeenkomt, hebben verschillende betogers verzameld die beotgen tegen Blairs toenmalige keuze om samen met de VS Irak en Afghanistan binnen te vallen.

Actievoerder

De getuigenis van Blair werd verstoord door een actievoerder. 'Deze man moet gearresteerd worden, hij is een oorlogsmisdadiger', riep hij. 

'(De Amerikaanse bank, red.) JP Morgan betaalde hem uit voor de Irak-oorlog drie maanden nadat wij het land waren binnengevallen. Daarna lichtte hij de Iraakse bank voor 20 miljoen pond op. Vanaf een half jaar nadat hij Downing Street had verlaten, werd -en wordt- hij door JP Morgan zes miljoen pond per jaar betaald. Deze man is een oorlogsmisdadiger', riep de activist.

'Dat is allemaal niet waar', reageerde Blair. De ex-premier verdient momenteel onder andere zijn boterham als adviseur bij JP Morgan en als adviseur van dictator Noersoeltan Nazarbajev van Kazachstan. Na een 20-tal seconden werd hij door veiligheidspersoneel naar buiten geleid.

Rechter Leveson eiste onmiddellijk een onderzoek naar hoe de activist de rechtszaal kon binnenkomen.

Ook andere ministers maken deze week hun opwachting

In juli kon een andere actievoerder ook al tot bij Rupert Murdoch komen, toen hij getuigde in het Britse parlement. De mediamagnaat kreeg toen een taart in het gezicht.

Blair is niet de enige toppoliticus die deze week voor de commissie moet verschijnen. Ook de huidige ministers van Cultuur, Jeremy Hunt, Onderwijs, Michael Gove en van Binnenlandse Zaken, Theresa May, komen aan bod.

De voorzitter van de commissie, rechter Brian Leveson, onderzoekt er of de Britse politiek gefaald heeft om de tabloidpers in de hand te houden, omdat politici er te dicht bij stonden of er bang van waren.