VN-Veiligheidsraad veroordeelt Damascus voor bloedbad in Houla
Syrische burgers komen samen voor een massabegrafenis na het bloedbad in Houla, waarbij meer dan 100 doden vielen. Foto: REUTERS
De VN-Veiligheidsraad houdt het Syrische regime van president Bashar al-Assad verantwoordelijk voor het bloedbad in Houla, waarbij volgens nieuwe cijfers 108 doden zijn gevallen. Dat werd verklaard na een spoedzitting.

Op vraag van Rusland en een aantal westerse landen kwam de Veiligheidsraad zondagavond in spoedzitting bijeen.

De Raad eist dat Syrië onmiddellijk ophoudt zware wapens in te zetten en zijn troepen terugtrekt in de kazernes, conform het vredesplan van bemiddelaar Kofi Annan.

De vijftien lidstaten, onder wie ook Rusland, tot nu altijd een trouwe bondgenoot van Syrië, namen unaniem een verklaring aan tijdens de spoedzitting. Volgens de Raad bombardeerden regeringstroepen met tanks en artillerie een woonwijk.

Ook China, dat net als Rusland altijd tegen een interventie in Syrië heeft gestemd en het regime niet openlijk wilde beschuldigen, veroordeelt het geweld, en eist een onderzoek.

In de verklaring bevestigt de Raad nogmaals dat alle partijen alle geweld moeten staken. 'De verantwoordelijken van gewelddaden moeten gestraft worden', luidt het.

'Terreurbendes'

De lidstaten melden ook de bemiddelingspogingen van Kofi Annan te steunen en vragen hem om de eisen van de Raad in zo duidelijk mogelijke bewoordingen aan het Syrische regime over te brengen. De komende dagen moet Annan zich naar Syrië begeven, aldus diplomaten. Hij moet woensdag opnieuw verslag uit brengen aan de Raad.

Het hoofd van de VN-waarnemersmissie in Syrië, de Noorse generaal Robert Mood, meldde dat minstens 108 mensen in Houla om het leven kwamen, waaronder ook tientallen kinderen.

De Syrische regering wijst elke verantwoordelijkheid voor het bloedbad in Houla van de hand. Volgens Damascus zijn doodseskaders of 'terreurbendes' verantwoordelijk voor de moordpartij. 'Er zijn berichten dat de aard van de verwondingen van veel dodelijke slachtoffers niet veroorzaakt zijn door artillerievuur', twitterde de Russische viceminister van Buitenlandse Zaken Gennadi Gatilov zondagavond. 

Steekwapen of geëxecuteerd

Maar volgens de oppositie werd de stad eerst door regeringstroepen beschoten, waarna pro-regeringsmilities, zogenaamde 'shabiha', met messen mensen de keel doorsneden. Volgens Igor Pankin, Russisch viceambassadeur bij de VN, is het merendeel van de slachtoffers in Houla 'met een steekwapen' afgemaakt of vanop korte afstand geëxecuteerd.

Volgens Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, is het echter 'duidelijk dat zowel de oppositie als het regime aan het bloedbad hebben deelgenomen'. 'Voor Rusland is het niet belangrijk wie er bestuurt', zei Lavrov over het feit dat Moskou altijd tegen een VN-resolutie heeft gestemd waarin Assad opgeroepen wordt af te treden. 'Het is belangrijk dat het geweld in Syrië wordt gestopt en dat het vernietigen van mensenlevens wordt beëindigd. De Syriërs moeten daarover zelf de dialoog aangaan, zonder externe beïnvloeding.'

Aanval in Hama tijdens spoedzitting

Terwijl de VN-Veiligheidsraad bijeen zat, vielen in de Syrische stad Hama, ten noorden van Damascus, minstens 33 doden in een offensief van Syrische regeringstroepen. Dat meldt het Syrische observatorium van de mensenrechten.

Militanten in Hama meldden dat er gevechten plaatsvonden tussen soldaten en deserteurs. Volgens hen nam het leger woonzones in het vizier. Volgens het observatorium werd de stad met zware machinegeweren en raketten aangevallen. Een eerdere balans had het over negen burgerslachtoffers en meer dan 150 gewonden.

De aanvallen duurden voort tot maandagochtend. Op amateurvideobeelden was te zien dat de bewoners van Hama een provisorisch ziekenhuis hadden ingericht, waar verscheidene mensen - dood of gewond - op de grond lagen.

Hama was in 1982 het toneel van een waar bloedbad dat aan minstens 10.000 en mogelijk zelfs aan 25.000 mensen het leven kostte. Op bevel van Bashar al-Assads vader er voorganger Hafez al-Assad maakte het leger toen korte metten met een opstand van de Moslimbroederschap in de stad.