Vanavond is het weer zover. Finalist X, Y of Z wordt uitgeroepen tot winnaar van de Elisabethwedstrijd. Naar aloude traditie zal het een heidens karwei worden om in de totaaluitslag een of andere logica af te leiden. Speciaal voor supporters die geen zin hebben in een nakende kater, een laatste les: het grote gelijk van de jury.

1/ Onthoud: de uitslag van de Elisabethwedstrijd wordt onttrokken aan het aantal punten dat de som vormt van afzonderlijke, anonieme quoteringen. Het eindresultaat is te herleiden tot de barre realiteit van een rekensom. Een naakt cijfer, geen smaakkwestie, maakt hele verschil.

2/ Zeg niet: ‘de jury maakte een verkeerde keuze.’ De jury van de Elisabethwedstrijd is geen denkend lichaam dat ‘kiest’ of ‘beslist’. We kunnen de afloop van de puntentelling betreuren, nimmer betwisten. Einduitslag en rangschikking van deze wedstrijd zijn onomstotelijk de juiste.

3/ Besef: de eindscore weerspiegelt de samenstelling van de jury. Bestaat de jury uit overwegend docenten, dan draagt het eindtotaal daarvan de sporen. Docenten staan voor een visie: finalisten die daar weinig of meer naar spelen, krijgen overeenkomstige punten.

4/ Waaruit volgt: hoe meer punten elkaar opheffen, hoe groter de kans dat een gemene deler het concours wint. In elk systeem waarbij kandidaten uitvallen op punten, kunnen sterke persoonlijkheden een teleurstellende score behalen of mindere talenten doorstoten tot in de ereklasse.

5/ En dus: schiet niet op de jury. Afzonderlijke juryleden zullen het zelden eens zijn welke doelen precies bestorven liggen in een concours. Zij geven punten en daarin schuilt hun enige verantwoordelijkheid. Er zijn alternatieve reglementen, waarin via dialoog naar unanimiteit gestreefd wordt. Maar dat is een ander verhaal.