Het Amerikaans Congres heeft niet moeilijk gedaan over de vraag van het Pentagon om in crisistijden geld vrij te maken voor het moderniseren van de aanvalstanks van het landleger. Integendeel.

 In zijn ontwerp voor de defensiebegroting voor het fiscale jaar 2013, dat op 1 oktober begint, had de regering-Obama 74 miljoen dollar (60 miljoen euro) gevraagd voor het moderniseren van de M1A2-tanks. Die danken hun bestaan aan de Koude Oorlog, en dienden in het geval het Koude uit de Oorlog verdween in Centraal-Europa ingezet te worden tegen de troepen van het Warschaupact.

 
Net als vorig jaar vond het door een Republikeinse meerderheid beheerste Huis van Afgevaardigden de vraag onvoldoende, en plakte het nog een supplement van 181 miljoen dollar aan het programma. Ook de Senaat vond het door het Pentagon gevraagde bedrag wat minnetjes en verhoogde de Abrams-dotatie met 91 miljoen. Aldus, stelt de Senaat, kunnen nog 33 bijkomende tanks gemoderniseerd worden.
 
 Het leger zelf is niet echt dankbaar. "Het probleem is dat we die tanks niet nodig hebben", zo pruttelde de stafchef van het landleger, generaal Ray Odierno, tegen. "De gemiddelde leeftijd van onze tanks is tweeënhalf jaar. De tanks zijn in prima staat en het betreft extra tanks die wij niet nodig hebben."
 
 Voor de parlementariërs heeft de toelage vooral een economisch belang: zo blijven de productielijnen van de fabriek die de tanks maakt in Ohio actief.
 
 Pentagon-functionarissen vrezen dat het toekennen in crisistijden van extra fondsen aan de M1A2 Abrams en andere door het militaire apparaat onnodig geachte programma’s uiteindelijk tot besparingen gaat leiden in andere, wel als nuttig voor de militaire VS-strategie in de regio Azië beschouwde programma’s.