Caroline Gennez in negen uitspraken
Caroline Gennez, schepen van Onderwijs in Mechelen. Foto: clh
In een interview met DS Weekblad praat gewezen SP.A-voorzitter Caroline Gennez zeer open over haar ontgoocheling, haar partij, haar stad en haar eigen carrière. 'Ik ben nooit een planner geweest. Anders zou ik niet in Mechelen wonen en zou ik me geen gewezen partijvoorzitter kunnen noemen.'

Over het feit dat ze geen minister werd: ‘Ik was ontgoocheld. Ik had gewroet als voorzitter, de Vlaamse en de federale regering onderhandeld, de partij op orde gezet... In eer en geweten stelde ik mijn mandaat als voorzitter ter beschikking. Er was meer verbale kracht nodig, vond ik. Ik was ook de politique politicienne zat. Ik wilde dingen doen. Er zat ook een logica in de redenering dat ik minister zou worden. Als dat dan niet doorgaat, dan schrik je wel.'

En ook: ‘Het heeft me gekrenkt, dat is waar. Maar ik stond machteloos. Soms maak je jezelf belachelijk, dat heb je zelf in de hand. Maar als iemand anders u belachelijk maakt, tja. Wellicht was dat niet eens de intentie van Tobback. En uiteindelijk, voor mezelf: ça va. Maar mijn ouders trokken het zich hard aan. Sommige vrienden zaten te stampvoeten. “Deze vernedering verdient ge niet.'

Over de druk op de voorzitter: 'Als voorzitter stond ik onder druk om tegen mijn zin op alle mogelijke akkefietjes te reageren. Vaak ging het om niets. Kunnen ontsnappen uit die continue mediaflow, altijd commentaar... Ik hoefde maar te zeggen dat het mooi weer was of een twitteraar schold me uit voor domme geit. Hou toch eens je bek man! (lacht) Ik vond het positief om me niet langer aan die onzin te moeten blootstellen.

Over de toestanden bij Open VLD: 'Ik vind die Guy Vanhengel best een sympathieke man. Maar met hem als partijgenoot heb je toch geen tegenstander meer nodig? Hetzelfde geldt voor Karel De Gucht, toch een briljant analyticus. Al dat gedoe over het gebrek aan een verhaal. Bind het op een kanon en schiet het de lucht in. Waarom schrijven ze dat dan niet zelf?'

Over de onderhandelingen: ‘Voor mij was het jaar na de verkiezingen een nachtmerrie, pure hel. Bij de onderhandelingen stonden de tribunespelers lijnrecht tegenover de werkmieren, mensen die tenminste naar oplossingen zochten. Praten met politici die tien minuten later voor de camera’s het omgekeerde zeggen, het blijft zo vermoeiend. Randje gestoord.

Over het politieke gespin: 'Blijkbaar zijn dan alle middelen goed om je vrouwelijke tegenstander te pakken. De reclame spreekt over hidden persuaders, verborgen verleiders. Tijdens mijn voorzitterschap maakte ik kennis met de verborgen verpesters. Negative campaigning: als je eigen huis niet gepantserd is, ben je bij voorbaat verloren.'

Over gemeentepolitiek: 'Iedereen vraagt om autoluwe steden. Maar iedereen wil ook zijn auto voor de deur parkeren, zelfs al zijn er te weinig plaatsen. Iedereen wil twee auto’s. Iedereen wil dat zijn aangekocht fitnesstoestel om op het even welk moment van de dag aan huis wordt geleverd. Vroeg of laat komen mensen dan zichzelf tegen. Ook ik. Alleen als de leefbaarheid en de beleving van de stad centraal staan, los je zoiets op.’

Over het partijlandschap: ‘Ooit gaven partijen de mensen een thuis, een haard voor emancipatie. Verder waren ze een electoraal vehikel. Steeds minder mensen voelen zich nog geborgen onder een bepaalde vlag. Mensen zien ideologieën schuiven, ze plakken niet meer op de tijdgeest. Partijen zijn vandaag niet meer representatief. Juist daarom moeten ze zich structureel herdenken. Onlangs hoorde ik een treffende opmerking van Alfred Gusenbauer, de voormalige kanselier van Oostenrijk: “Het kan toch niet de ambitie van een partij zijn om de minst gehate formatie van het moment te zijn.” Dat is de realiteit.’

Over haar carrière: ‘Op mijn 36ste heb ik al tien jaar toppolitiek op de teller. Ik weet niet wat de toekomst brengt. Ik zal niet oud worden als politica, al blijft de microbe sterk. Maar ik ben nooit een planner geweest. Anders zou ik niet in Mechelen wonen en zou ik me geen gewezen partijvoorzitter kunnen noemen.'

Dit zijn maar enkele citaten uit een veel langer interview met Caroline Gennez dat u dit weekend in DS Weekblad vindt.