Gedaan met de staptochten naar Compostela voor jongeren uit de bijzondere jeugdzorg. De minister wil meer inzetten op kortdurende time-outprojecten van maximaal twee weken.

Dertig jaar bestaat de werking van Oikoten, waarbij jongeren die al jaren in de bijzondere jeugdzorg rondjes draaien enkele maanden de tijd krijgen om naar Santiago de Compostela te stappen in de hoop zo een nieuwe richting aan hun leven te geven. Een verjaardag die deze week wordt gevierd met een boek, met getuigenissen van jongeren.

In het nawoord van dat boek laat de Vlaamse minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), zich lovend uit over de staptochten. ‘Ze geven waarde én ze geven richting.’ En nog: ‘Ze deblokkeren en zorgen voor nieuwe ademruimte.’

De bezielers van de stap- en trektochten vielen dan ook van hun stoel toen ze niet lang daarna van de minister te horen kregen dat de subsidies voor het project worden teruggeschroefd. ‘Tegenstrijdig en heel vreemd’, vindt directeur Jo Jespers.

‘De subsidies worden gehalveerd tot 350.000 euro. De minister kondigt dat aan als een besparingsmaatregel, maar volgens ons gaat het verder, want tegelijkertijd wil hij dat we ons ook inhoudelijk heroriënteren: van langdurige staptochten door het buitenland naar kortdurende projecten van maximaal twee weken.’

‘De minister laat uitschijnen dat de lange trektochten niet efficiënt zijn. Maar dat is volgens ons een subjectief oordeel. Verschillende kleine wetenschappelijke onderzoeken hebben al laten uitschijnen dat onze werking wel degelijk helpt. In dertig jaar hebben we 450 jongeren bereikt. Na de staptochten pikt een derde van de jongeren zijn leven weer op, een derde niet en een derde met vallen en opstaan.’

‘Wij hebben nooit gepretendeerd dat de staptochten een garantie op succes zijn. Maar elk succes dat we boeken, mag gerust een klein wonder worden genoemd. De jongeren die wij bereiken, behoren tot een kleine, hardnekkige groep die binnen de reguliere hulpverlening niet kan worden geholpen. Vaak hebben ze al een traject van jaren in de bijzondere jeugdzorg achter de rug en hebben ze al meer dan tien instellingen gezien. Ze zijn perspectiefloos, hebben geen toekomst. Kortdurende projecten, zoals de minister van ons vraagt, zijn voor deze jongeren geen oplossing.’

Met de staptochten naar Compostela heeft Oikoten de voorbije jaren heel wat bekendheid verworven en waardering gekregen.

De tochtbegeleiders waren veelal vrijwilligers die geen ervaring in de hulpverlening hadden. Dat was niet vereist. ‘Soms was het zelfs beter zo, omdat deze jongeren door hun voorgeschiedenis vaak een groot wantrouwen voor hulpverleners hebben’, aldus Jespers. ‘Zij waren net blij dat ze op stap konden gaan met iemand die niet de klassieke pedagogische trucs gebruikt.’

Minister Vandeurzen benadrukt dat alle projecten in de bijzondere jeugdzorg op hun efficiëntie worden getoetst. ‘Uit een evaluatie blijkt dat het effect van de staptochten zoals ze vandaag bestaan beperkt is. Veertig procent van de jongeren stroomt nadien opnieuw in in een gemeenschapsinstelling. Daarnaast is de kost van een staptocht niet evenredig met het resultaat en de kostprijs van vergelijkbare projecten.’

‘Een staptocht kost evenveel als een plaats per jaar in een residentiële instelling. Vandaar dat we de initiatiefnemers herhaaldelijk hebben gevraagd om hun aanbod te heroriënteren’, aldus Vandeurzen, die benadrukt dat hij de staptochten niet heeft stopgezet en het werk van Oikoten nog altijd waardeert. Vandaag is er opnieuw overleg.