Charles-Henri Delcour was al bij het Belgisch leger sinds 1967 toen hij zijn studies aanvatte oaan de Koninklijke Militaire School.

De topman van het Belgisch leger, Charles-Henri Delcour, werd op 2 april 2009 Chef Defensie voor een mandaat van vier jaar. Hij was een maand voordien als compromis-kandidaat uit de bus gekomen, nadat een aantal partijen een veto had gesteld tegen de twee andere - eveneens Franstalige - favorieten voor de functie.

Generaal Delcour is burgerlijk ingenieur van opleiding en beschikt over een rijke internationale ervaring. Hij voerde gedurende twee jaar het bevel over het Eurocorps en was actief in Afghanistan.

Delcour werd op 9 juli 1948 geboren in Brussel en studeerde vanaf 1967 aan de Koninklijke Militaire School (KMS) met de 122ste promotie polytechniek. Na het halen van een diploma burgerlijke ingenieur - bewapening en ballistiek, volgde hij in 1973 de voorbereidingscursus voor onderluitenanten van het Pantserwapen. Hij diende vervolgens in het 1ste Regiment Lansiers tot eind 1975 als tankpelotonscommandant en als tweede commandant van een tankeskadron.

Nadat hij in 1976 de Long Armour Infantry Course (cursus gemechaniseerde infanterie) van een jaar op de Britse school van het pantserwapen in Bovington volgde, werd Delcour aangeduid voor het Experimentendetachement van de Pantsertroepen in Leopoldsburg, waar hij drie jaar als experimentenofficier diende.

In 1980 verliet hij deze technische functie om het B Eskadron van het 3de Regiment Lansiers te bevelen dat dan deel uitmaakte van de Belgische dekkingsstrijdkrachten in Duitsland. Na een opleiding hoger officier aan het Koninklijk Hoger Instituut van Defensie, werd hij in 1983 aangeduid voor de Staf van de Landmacht, sectie Uitrusting en Logistiek. Daar was hij verantwoordelijk voor het beleid van de Leopardtanks en de verkenningsvoertuigen CVRT, alsook voor de voorbereiding van de modernisering van Leopard.

Later ging Delcour aan de slag bij de Staf van de Landmacht, ditmaal in de sectie "Plannen en Programma’s", onderafdeling studies als adjunct pantserwapen. Nadien kreeg hij het bevel over het 1ste Regiment Lansiers.

Hij keerde daarop terug naar de Staf van de Landmacht om de ondersectie "Studies van de sectie Plannen en Programma’s" te leiden. In maart 1996 werd Delcour sectiechef "Plannen en Programma’s" en werd verantwoordelijk voor de studies en de planning van de strijdkrachten, de grote heruitrustingsprogramma’s, de infrastructuur en de budgettaire planning voor het geheel van de Landmacht.

Vanaf oktober 1999 voerde hij het bevel van de 17de Gemechaniseerde Brigade in Spich (Duitsland). Hij was tevens commandant van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. Na zijn bevordering tot generaal-majoor in december 2000, liet hij Duitsland achter zich om in 2001 de Divisie Materiaal van de generale staf te leiden en de functie van Nationale Directeur voor Bewapening op zich te nemen.

In 2001 werd Delcour voorzitter van de werkgroep "Strategische Reflectie" en was hij verantwoordelijk om de taak van het departement Strategie in de eenheidsstructuur van de Defensiestaf uit te tekenen.

Bij de oprichting van dat departement stapte hij over naar de Algemene Directie Material Resources. Ondertussen werd hij voorzitter van het Comité van de Militaire Hoofddeskundigen van Finabel, een organisatie waaronder tien Europese landen vallen.

Tussen september 2005 en september 2007 was Delcour commandant van het  Eurocorps, nadat hij drie jaar lang stafchef was geweest binnen het hoofdkwartier in Straatsburg. Gedurende die twee jaar behaalde het Eurocorps overigens het NAVO-certificaat als NATO Response Force.

Tussen oktober 2007 en begin 2009 was Delcour de Belgische vertegenwoordiger bij het militaire comité van de Europese Unie. In juni 2008 werd hij aangesteld als vleugeladjudant van de koning.

Delcour is getrouwd en heeft twee zonen.