Omdat ik de komende twee dagen op een wisselvallig parcours naar Saramabila afleg, dat op zich niet bijster interessant is, is het misschien wel eens aardig om te beschrijven hoe de gemiddelde dag van een expat van Artsen Zonder Grenzen eruit ziet als hij voor een paar maanden in de brousse wordt gestationeerd. Een typische dag in pakweg Ntondo ziet er als volgt uit.

5 uur: De expat wordt wakker, kleverig van het zweet. Het wordt licht buiten, de vogels krijsen en de haan kraait. De kamer van de expat heeft geen glas in de ramen, en als dat er was geweest hadden de ramen wijd open gestaan om het minieme beetje nachtelijke koelte binnen te laten waaien. Alles wat buiten gebeurt, is dus ook meteen binnen. Omdat hij weet dat er een lange dag zal volgen, draait de expat zich tegen beter weten in nog eens om.

5.30 uur: Buiten begint er iemand luid op een trommel te slaan. Daarmee begint de dagen voor de inwoners voor Ntondo officieel. Dit geluid is moeilijker te negeren dan de vogels en de haan. Het is al helemaal licht intussen. Slapen wordt quasi onmogelijk.

5.45 uur: De expat geeft het op en kruipt onder zijn muskietennet uit. Hij wast zich met een plens koud chloorwater, poetst zijn tanden met chloorwater en sloft naar de eetkamer die ook keuken, woonkamer en kantoorruimte is. Het lokale ontbijt bestaat uit rijst met vis, maar als hij geluk heeft is dat geannuleerd. Dan eet de expat wat droge koekjes en drinkt een tas oploskoffie of thee, gezet met chloorwater. Hij kan ook gewoon een glas chloorwater drinken.

7 uur: De expat gaat aan het werk. Misschien maakt hij de inventaris van de apotheek op. Misschien gaat hij met het lokale ziekenhuis onderhandelen over een samenwerkingsakkoord.

8 uur: Het begint al aardig warm te worden. Als de expat in de zon moet zijn (omdat hij bijvoorbeeld per pirogue een meer oversteekt), smeert hij zich best goed in met zonnecrème.

13 uur: Het middagmaal wordt geserveerd. Het betreft rijst, vis en bonen. Met een paar glazen chloorwater. Wie klaagt dat het chloorwater niet te zuipen is (het is niet te zuipen) wordt schouderophalend meegedeeld dat hij best ongechloord water mag drinken, als hij dat echt wil. Het staat iedereen vrij om cholera of andere nare ziektes op te lopen.

14 uur: De expat gaat opnieuw aan de slag. Misschien moet hij pirogues gaan huren voor de volgende dag. Misschien leidt hij lokale verpleegkundigen op om de malariatest te kunnen gebruiken. Misschien brengt hij kinderen met ernstige malaria van een afgelegen gezondheidspost naar het ziekenhuis.

17 uur: Het zal straks beginnen schemeren en dan komen de malariamuggen uit hun duistere holen tevoorschijn. De expat negeert de mengeling van zweet, stof en zonnecrème die al de hele dag op zijn huid ligt, en smeert zich in met muggenmelk.

18 uur: Het wordt donker. De generator slaat aan om het kantoor-huis van electriciteit te voorzien. De expat plugt zo snel mogelijk alles in dat opgeladen moet worden: telefoons, laptops, batterijen voor zaklampen.

19.30 uur: De expat sluit zijn werkdag af en gaat zich wassen. Het wassen gebeurt gebukt boven een emmer met chloorwater, waarbij het de bedoeling is om niet de hele badkamer in een zwembad te veranderen en toch proper te worden. Dit is onmogelijk. Wanneer hij op het punt is gekomen dat hij niet properder kan worden in de gegeven omstandigheden, smeert de expat zich opnieuw in met de muggenmelk. Deze muggenmelk komt in een rollerstick, waar al het vuil van deze namiddag is in blijven kleven. Dit vuil wordt aldus opnieuw over het zogenaamd propere lijf uitgesmeerd.

20.30 uur: De expat begint zijn dagrapport te schrijven voor het hoofdkwartier. Die administratie vindt hij maar niks. Hij is hier om mensen te helpen, niet om exceltabellen in te vullen! Maar hij heeft met de malariatoestand hier ook gezien tot welke rampen een gebrek aan betrouwbare cijfers kan leiden. Dus stuurt hij netjes alle gegevens door.

21.30 uur: De expat heeft er genoeg van en stopt met werken. Maar wat nu eens gedaan? Er valt niet zoveel te beleven in dit vergeten hoekje brousse. Roken en voor zich uit staren zijn de twee enige activiteiten die in aanmerking komen. Dan maar weer aan het werk. De expat bereidt de dag van morgen alvast voor.

22.30 uur: De expat maakt zich klaar om te gaan slapen. Hierbij horen het tandenpoetsen met chloorwater, het uitzetten van de generator, en het vurig wensen dat de volgende ochtend niet met tromgeroffel zal beginnen. ‘s Nachts droomt de expat van rijst, vis en bonen.

Toch is de expat dol op dit leven. Alle rijst en vis, alle vochtige hitte en alle chloorwater van de wereld kunnen niet verhinderen dat de expat zijn werk graag doet. Hij zou depressief worden van een kantoorjob, hij zou depressief worden van élke job die langer dan een jaar hetzelfde is. Daarom zit hij hier in de brousse, waar hij elke dag, inclusief zondag, de handen fors uit de mouwen kan steken, waar hij voelt dat zijn aanwezigheid mee een verschil helpt maken, waar hij elke dag kinderen ziet die het zonder zijn team wellicht niet gehaald zouden hebben. ja, de expat is gek op dit werk. En dat ochtendlijk getrommel... ach, zelfs daaraan is hij na een week gewend.