Het is niet slecht om een dagje op het kantoor in Kinshasa te blijven hangen, want er valt altijd nog wat administratie te regelen. In dat opzicht lijkt Kinshasa akelig hard op Brussel. Het nummer van mijn paspoort ken ik intussen van buiten.

Ik worstel ook nog met een aantal technische problemen. Mijn laptop, die het eigenlijk een week op de batterij zou moeten kunnen volhouden, verbruikt energie als gek. Ik zal zuinig moeten zijn. En de FTP-server die ik nodig heb om vanuit de jungle mijn materiaal aan Brussel over te maken, heeft is nogal wispelturig. Ik zal geduldig moeten zijn. (Hoe ik tegelijk geduldig en zuinig kan zijn met de laptop, is nog niet duidelijk.)

Niet alles is echter de schuld van de technologie: ik ben zelf ook een kabeltje vergeten dat zeer cruciaal blijkt. Mijn Congolese collega Patient leent me grootmoedig zijn eigen exemplaar. Intussen wordt het officiële document dat me toestemming geeft om te fotograferen afgeleverd. Zo schuift een warme, lome dag op ons hoofdkantoor in Kinshasa traag voorbij.

Morgenvroeg zal ik om zes uur ‘s ochtends opgehaald worden om naar Mbandaka te vliegen. En dan begint het echt.