'Stoppen kostte me twee jaar'
Stefan Everts Foto: Johan Jacobs
Mountainbiker Filip Meirhaeghe organiseert fietstochten in Afrika. Voetballer Marc Emmers werkt in de Gamma. Veldrijder Erwin Vervecken vond onderdak bij het sportmarketingbureau Golazo. Motorcrosser Stefan Everts begeleidt piloten van het Oostenrijkse KTM-motorcrossteam. Het leven na de topsport; hoe pak je dat aan?

‘Ik heb altijd zoveel mogelijk zelf in handen proberen te nemen’, zegt de tienvoudige wereldkampioen motorcross, Stefan Everts. ‘De wedstrijd, de fysiek, de koers, het materiaal… Hoe meer controlefreak je bent, hoe minder het lot of het geluk erover beslist. Als je op jezelf werkt, kun je daar aan sleutelen. Maar na mijn carrière moest ik plots leren samen te werken in een groter team. Afhankelijk zijn van anderen: dat was wennen.’

Everts was beducht voor het zwarte gat. ‘In het begin nam ik daarom veel te veel jobs aan. Ik wilde me wapenen. Ik had me wel al voor mijn afscheid voorgenomen om in de motorcross te blijven. Ik had geen zin om van nul te moeten herbeginnen en vijf keer tegen de grond te moeten gaan voor ik iets nieuws onder de knie kreeg.’

Everts begeleidt piloten van het Oostenrijkse KTM-motorcrossteam. En hij zette mee de MX2-klasse op de sporen. Dat geeft veel voldoening, maar kan het ooit tippen aan die honderden bekers die hij tijdens zijn carrière verzamelde en waarmee hij in de kelder van zijn huis in Lummen een privémuseumpje heeft ingericht?

‘Nee, natuurlijk niet. Ik doe dit nu vijf jaar en het gaat uitstekend. En toch, als ik nog eens op het podium mag om als teammanager een beker op te halen, voelt dat niet juist aan. Het is alsof ik daar niet hoor. Het is niet mijn verdienste, wel die van mijn piloten. Vijf jaar doe ik het en nog altijd past het mij niet voor de volle honderd procent. Nog altijd ben ik er niet mee vergroeid zoals ik het wel met mijn motor was.’

‘Het stoppen heeft toch zo’n twee jaar verwerking gekost. Ik zat zo ver en zo diep in die zwarte tunnel van mijn perfectie. Je reed en reed en dat lichaam stond zo scherp, die spieren waren zo… enfin’. Everts onderbreekt zichzelf met een veelbetekenende zucht. ‘Zeg dan maar eens: vaarwel. Niet simpel. Je weet dat je na bepaalde tijd niet en nooit meer zal kunnen wat je ooit gekund hebt.’

Reden waarom een topsporter zich volgens Everts ook maar beter kan wapenen tegen de verleiding van de comeback. Want hoe gaat dat? Je hebt jarenlang alles opgeofferd aan dat ene streven. Het was het alfa en omega van je dagen, gaf zin aan je leven. En plots valt dat weg. Dan hang je daar te trappelen boven een ravijn.

‘De verleiding om dan maar terug te keren naar wat je kende, is groot’, weet Everts. Hij torst de bijnaam The Legend. ‘Ik heb er ook gestaan, op het punt dat je denkt: ik stap weer op die motor, dat kan ik, dat ben ik. Niet doen. De scherpte is er af. Je wordt nooit meer wat je was.'

‘Zo’n Lance Armstrong of een Michael Schumacher: die kunnen het afscheid niet verwerken. Ze slagen er niet in om een leven op te bouwen op een andere manier en dus grijpen ze maar terug naar datgene waarin ze hebben uitgeblonken. Ik geloof niet in comebacks. Die van Armstrong is gefaald, die van Schumacher ook. Sterren zonder glans.’

De verhalen van Marc Emmers, Filip Meirhaeghe en Erwin Vervecken leest u dit weekend in De Standaard Weekblad.