Onze Belgische verzorgingsstaat presteert naar Europese normen middelmatig. Dat blijkt uit een studie van de Luikse universiteit (ULG), die De Tijd kon inkijken. Als dezelfde oefening voor de twee landsdelen apart wordt gedaan, blijkt echter dat Vlaanderen aan de Europese top staat, terwijl Wallonië wegzakt naar de staart.

Drie economen van de Luikse universiteit vergeleken de Belgische verzorgingsstaat met andere Europese lidstaten. Ze deden dat aan de hand van vijf criteria: armoede, ongelijkheid, langdurige werkloosheid, voortijdig afhaken op school en levensverwachting.

Uit de studie blijkt dat België is afgezakt naar de middenmoot van Europa. Ons land staat op de 11de plaats in de rangschikking van 27 lidstaten. Als de kostprijs, die de efficiëntie van het systeem weergeeft, in rekening wordt gebracht, zakken we zelfs naar de 19de plaats.

Nog frappanter zijn de resultaten wanneer dezelfde berekening wordt gemaakt voor Vlaanderen en Wallonië. De Vlaamse verzorgingsstaat komt dan uit tussen de toplanden van de Europese Unie. Wallonië zakt nog verder naar beneden en belandt in de kelder van de rangschikking, tussen Portugal en Spanje en niet ver van landen als Bulgarije en Roemenië.

Bovendien blijkt dat de kloof tussen de twee landsdelen op het vlak van sociaal welzijn de afgelopen jaren alsmaar groter werd. Vlaanderen ging er tussen 2003 en 2009 serieus op vooruit, Wallonië boekte daarentegen amper vooruitgang.

'Explosief'

De economen die het onderzoek uitvoerden, spreken van een zeer verontrustende evolutie: ‘Ook in andere landen vind je waarschijnlijk grote regionale verschillen,’ stellen ze, ‘maar de Belgische politieke context maakt deze groeiende kloof extra explosief.’