Vrijdag is het de Belgische vrouwendag. Die dag staat dit jaar in het teken van partnergeweld. Enkele redactrices van De Standaard vertellen waar zij vrouwen&geweld mee associëren. U kunt ook uw eigen verhaal of reactie kwijt.

Griet Plets krijgt een kus die ze verafschuwt.

Zo’n vijftien jaar geleden moet het zijn geweest. Vijfde jaar middelbaar, jong en onwetend, met de klas op uitstap in Parijs. Twintig gibberende tienermeisjes, arm in arm op de Champs Elysées - wie kon ons wat maken?

Tot plots die ketting van armen verbroken wordt. Ik een andere arm rond m’n middel voel. En dan, luttele seconden maar, lippen op mijn mond en een tong die zich tussen mijn tanden wringt. Even snel voorbij als het begonnen was. Maar genoeg om daarna minutenlang op het voetpad te staan spuwen. En ’s avonds wel tien keer mijn tanden te poetsen - weg met die smaak die ik niet kende, dat speeksel dat het mijne niet was.

Heb ik er een trauma aan overgehouden? God beware me. Zelfs geen afkeer van kussen, god zij dank. Veel kans dat het niet meer dan een simpele weddenschap was: wie durft een meisje te kussen? Maar wat wel bleef kleven, veel langer dan dat beetje speeksel: het gevoel dat iemand je raakt in wat zó persoonlijk is. En wat dat dan moet zijn als je écht een slachtoffer bent. Als een tube tandpasta niet volstaat om de vieze nasmaak weg te poetsen.

 


Valerie Droeven vindt Barbies een vreselijk cadeau

Dit is niet het lichaam van een echte vrouw’, zei ze tegen haar vader. Net vijf is ze geworden en voor die gelegenheid kreeg ze twee Barbies cadeau. Behalve dat die Barbies en al hun fashonistaspullen in de doos moesten als ze er niet mee speelt, had ik nog een tweede afspraak met haar gemaakt.

Geen probleem dat ze met die poppen speelde, zolang ze zich maar niet in haar hoofd haalde dat Barbie een echt vrouwenlijf heeft. De woorden ‘karikatuur’ en ‘uitvergroot’ moest ik haar lettergreep per lettergreep inlepelen en bij mijn analyse van de vrouwelijke anatomie kreeg ze het even moeilijk, maar het is me wel gelukt mijn dochter de juiste boodschap mee te geven, denk ik.

Het punt dat ik wil maken? Dat van het sluipende geweld uit de modebladen en reclamespots. Het geweld dat vrouwen zich vaak zelf aandoen. Dat van de anorectische modellen. Maar niet meer dat van mijn dochter, dat is de les die ze van mij cadeau heeft gekregen.

 


Guinevere Claeys deelt een schop uit

Als we dan toch per se willen vergelijken, dan is de les snel geleerd: van de twee zijn wij het zwakke geslacht. Kleiner, smaller, lichter, frêler, fragieler. Spierkracht? 2/3de van een mannenlijf. Nee, we verliezen. En zullen dat blijven doen. Op dát vlak toch.

En dus denk ik bij dit thema alleen aan dat soort geweld: fysiek. Meer nog: het is het enige geweld waaraan ik wíl denken op zo’n dag waarop we ons slachtofferschap fêteren. Want het klopt natuurlijk: fysiek geweld tegen vrouwen is nog steeds een blauwe plek in de samenleving. Ook, en zelfs bij ons.

Al aarzel ik een beetje om daarover plankgas te geven. Ik heb boter op het hoofd, namelijk. Een jaar of 12 geleden: hij had mijn hart gebroken, en ik heb hem neergeklopt. Letterlijk. Op straat, in nachtelijk Gent. En toen hij op de grond neerlag, heb ik nog eens geschopt. In zijn maag. ‘Blij dat ik geen man ben’, dacht ik toen nog. Anders had ik hem écht zeer gedaan. Anders had ik dit nooit durven op te biechten.

Maar fysiek geweld, dus. En Laten we vandaag alstublieft niet te luid moord en brand schreeuwen over allerlei ander, niet-tastbaar geweld. Want ons vrouwen daarin ‘zwak’ noemen? Dat zou een belediging zijn.

 

Dorien Knockaert was bang van Dutroux

Ik was zeventien in het jaar van Dutroux. Dat zou de titel kunnen zijn van een film op Vijftv, maar eigenlijk gebeurde er met mij niet zoveel in die zomer waarin straten, fietspaden en zeedijken van onschuldige uitwaaiplekken veranderden in mijnenvelden.

Altijd moest je op je hoede zijn, vooral voor witte bestelwagens. Nooit mocht je alleen gaan en liefst ook niet met z’n tweeën. Beter verkleedde je je als jongen, want jongens werden niet aangerand, dachten we toen. Altijd hoorde je opgehaald te worden met de auto, want auto’s zijn veel veiliger, dachten we ook.

De nationale beschermreflex was zo sterk, dat het jaren duurde eer ik weer onbekommerd ’s nachts over straat wandelde. Achteraf bekeken had het iets terroristisch: een hysterie die duizenden bange meisjes kweekte. Geweld tegen vrouwen verdient een ander soort aandacht, met meer haar op de tanden.

 

Eline Bergmans verkocht een voenk

Ze zou een voenk op zijn cabine geven. Annick Van Uytsel was niet bang om ’s avonds alleen naar huis te fietsen. Wie haar durfde lastig te vallen, zou het geweten hebben.
Dat denk ik ook vaak als ik naar huis fiets. Bang zijn, is vervelend. Het beklemt.

Toen Annick op een zaterdagnacht in 2007 Ronald Janssen tegenkwam, was ze weerloos. Dat gaat zo. Bang of niet: als het erop aankomt, sta je als vrouw machteloos tegenover een man.

Eén keer heb ik ooit een man een voenk verkocht. Hij hield me tegen onderweg naar huis. Resultaat: ik kreeg er een terug. Thuis voelde ik pas dat mijn tanden los stonden.
Annick Van Uytsel kwam niet meer terug naar huis. Ronald Janssen sloeg haar het hoofd in. Wat er zich die nacht precies heeft afgespeeld, weet alleen haar moordenaar. En ook al zou het Annick niet gered hebben: ik hoop dat ze hem die nacht nog een flinke voenk gegeven heeft.

 

Evita Neefs zag een senatrice huilen van geluk

Het was ontroerend. En mooi. In de wandelgangen van het parlement botste ik, die woensdag 25 oktober 1989, op een huilende senatrice. Het waren tranen van vreugde. In de Hoge Vergadering werd de legalisering van abortus besproken. Na meer dan dertig jaar werd eindelijk een zware vorm van geweld tegen vrouwen uitgeroeid.

Zwangerschapsafbreking was in die tijd nog volkomen illegaal in België. Vrouwen namen ten einde raad hun toevlucht tot engeltjesmaaksters, heel vaak met zware verminkingen of zelfs de dood tot gevolg.

Ongehuwde vrouwen die ongewenst zwanger werden, moesten moederziel alleen voor hun kind zorgen. Bovendien werden ze beladen met alle schuld, met de vinger gewezen.
Ook die enge, kleinburgerlijke moraal was een vorm van geweld. Net als het verbod op het gebruik van ‘de pil’ door de katholieke kerk. En de weigering van de koning om de wet te ondertekenen.

 

Sarah Vankersschaever vindt vrouwengeweld terug in een gedachte

Hij heeft nog nooit een vrouw geslagen. Hij verkondigt zelfs hardop dat ze uitzonderlijk fascinerende wezens zijn. En als een vrouw hem kust, kust hij haar met z’n hele hebben en houden terug. Kortweg, hij doet niets verkeerd.

En toch. Vrouwengeweld ervaar ik als die ene gedachte die hij ’s avonds laat op café, dan eindelijk, na lang aarzelen, met een beetje gêne, toch uitspreekt: dat de vrouw, dat gedoodverfde moederdier, slechts één ding wil. Hem. Ze wil hem temmen, de buik moet gevuld, ze vraagt een kind, ze eist trouw, ze overschreeuwt met ‘haar emotie’ al ‘zijn ratio’. Hormonen, tunnelvisie richting haard. En de man verliest: hij kiest een vrouw maar huwt een moeder.

Die gedachte. Dat vrouwen niet meer zijn dan een emotioneel dier met een lege buik. Dat vrouwen geen ambitie hebben buiten het moederschap.En hij? Zelfs terwijl hij dat alles uitspreekt, denkt hij dat hij nog nooit een vrouw geslagen heeft.

 

Karin De Ruyter vertelt over de financiële dominantie door de man

Een moeder hoort thuis bij haar kinderen, vond hij. Dus stopte zij met werken toen haar biologische klok wat luider begon te tikken. Ze werd moeder, legde zich toe op de zorg voor huis en gezin.

Twintig jaar later liet hij haar zitten voor een ander. Daar stond ze dan. Bijna vijftig. Geen diploma’s, weinig gewerkt, dus nauwelijks kans op een job. Het huis stond op zijn naam, zo bleek bij de (v)echtscheiding. De spaarrekening ook.

Zulke drama’s gebeurden helaas niet alleen in de generatie van onze moeders en grootmoeders. Ook vandaag nog laten vrouwen zich, zonder erbij stil te staan, vaak financieel domineren door hun partner. In het volste vertrouwen. Omdat hij toch genoeg verdient, en zij dan wat meer bij de kinderen kan zijn. Omdat zij verkiest niks te snappen van al die moeilijke financiële dingen. Tot het misloopt, en ze aan den lijve ondervindt wat het eigenlijk wil zeggen dat geld macht is.

 

Ine Roox ontmoette een moedige vrouw in Italië

De moed van vrouwen die met geweld in aanraking komen – ‘slachtoffers’ vind ik een vreselijk woord – is soms pure heldhaftigheid. Dat bedacht ik onlangs, toen ik met Valeria Grasso kennismaakte. Valeria, een veertiger uit Palermo, is een alleenstaande moeder met twee jonge zoontjes.

Precies daarom nam de Siciliaanse maffia de lafhartige beslissing om Valeria’s fitnesscentrum in Palermo toe te voegen aan de lijst met ondernemingen die zouden worden afgeperst.

‘Vier jaar lang heb ik betaald’, zegt Valeria. ‘Omdat het mij de enige optie leek om mijn zoontjes te beschermen.’ Ze moest zich diep in de schulden steken. Uiteindelijk zette ze haar fitnesszaak te koop. Toch was de nachtmerrie niet voorbij. Haar afpersers eisten van haar dat zij de nieuwe eigenaar afperste. Toen is Valeria naar de politie gestapt. Haar twee afpersers zitten nu in de cel. Daarna heeft de politie een moordplan tegen haar ontmaskerd.

 

Els Groessens weet dat  het recht op studeren niet vanzelfsprekend is

Vandaag vinden we het vanzelfsprekend dat meisjes kunnen studeren. Toch is het nog niet zo lang geleden dat een studerende vrouw een rariteit was.

De generatie die geboren werd voor de Tweede Wereldoorlog of kort nadien, had in veel gevallen niet eens een keuze. Ouders vonden het niet belangrijk dat hun dochter studeerde of er was simpelweg geen geld om hen lange tijd naar school te laten gaan. Of er was geen geschikte onderwijsinstelling in de buurt. Of ze mochten iets leren wat enig nut had, maar het was niet hun eigen keuze. Honderd en een redenen waren er om de kansen van meisjes te fnuiken. Zoveel verloren talent.

Denk niet dat dergelijke toestanden achterhaald zijn. Niet bij ons, waar (anderstalige) meisjes nog in een niet-gewenste richting terechtkomen. Niet in de rest van de wereld, waar nog honderd en een redenen gelden om de toekomst van meisjes achteloos weg te werpen.

 

Anni van Landeghem verafschuwt de mannetjesputters in het verkeer

Bevindt u zich wel eens, op een doordeweekse dag, tussen pakweg halfacht en halftien ’s avonds op de E40 van Brussel naar Gent? Ik wel. En ik sta elke dag duizend angsten uit.

Mannetjesputters in het verkeer, het is bij wijze van spreken van alle tijden. Maar het gaat van kwaad naar erger. Vroeger dook er in de achteruitkijkspiegel al eens een duur haantje op – doorgaans in een forse BMW of iets van die strekking – die met flikkerende koplampen duidelijk maakte dat ik zelf een hinderlijk soort slak was. Plaats maken was de boodschap.

Tegenwoordig scheuren ze me in elk beschikbaar model voorbij – forse Audi’s, kleine Peugeotjes, bestelwagens type Ford Transit. En aan alle kanten: in één rechte lijn op het linker rijvak, slalommend over de volle breedte van de autoweg, op luttele centimeters van mijn bumper. Ja, er zit variatie in die gasten. Dat ik toch nog altijd leef? De enige reden waarom ze me niet van de weg afrijden is de angst voor het schrammetje aan hun auto. Die is hen kostbaarder dan mijn leven.
 

Lieve Van de Velde was het slachtoffer van een sackjacking

Het grootste – nu ja – verschil tussen mannen en vrouwen hangt ergens op schouderhoogte. Een tas dus. Volgestouwd met te veel spullen. Stuk voor stuk onmisbaar. En daardoor ook zo begeerd.

Een sackjacking op een nachtelijk uur deed me nadenken over de magnetische impact van dat ultieme accessoire. Terwijl ik de splinters van mijn autoraam probeerde te ontwijken, vervloekte ik ons, sacochenmadammen. Gehecht aan zo’n bezitsbuidel die ons tot slachtoffer maakt van al wie iets meer uit het leven wil halen.

Sinds die nacht rijd ik met mijn tas tussen pedalen en enkels geklemd. Hoogst ongemakkelijk. Vooral wanneer bij het niezen blijkt dat de tissues ergens onderaan in diezelfde tas huizen. Of loop ik door de stad met mijn hele hebben en houden in broekzakken. Tot de zin in een jurk de kop opsteekt. En ik toch weer naar die verdomde geweldmagneet grijp. Een detail tegen het licht van het wereldgeweld. Ik weet het. Maar toch.