Pionieren in grensgebied
De kleurig beschilderde houten kerkjes zijn blikvangers in het landschap. Foto: Karel Onwijn
In de stad hebben barokke kerken een Russisch-orthodoxe interieur en op het bergachtige platteland doen houten telramen nog op grote schaal dienst als kassa. De Oekraïense stad Lviv en het Oekraïense deel van het Karpatengebergte liggen op ruim een uur rijden van de Poolse grens, maar je bevindt je hier in een volslagen andere wereld, ver weg van het oude Europa.

Na de val van de Muur vonden West-Europeanen al snel hun weg naar de mooie historische steden van Oost-Europa, zoals Praag, Boedapest en Krakau. Die steden groeiden uit tot populaire toeristenbestemmingen, waardoor het steeds moeilijker is om er nog rustige, authentieke plekjes te vinden. Zo niet de West-Oekraïense stad Lviv. Hier voel je je als West-Europese reiziger nog een echte pionier. En in het achterland van de stad, in de Karpaten, loopt de klok al helemaal een halve eeuw achter. Het is maar de vraag of dit zo zal blijven. Volgend jaar vindt hier immers het Europees kampioenschap voetbal plaats, en vooral het nieuwe, grote vliegveld moet het ongerepte gebied mee openstellen voor het massatoerisme. Breng daarom gauw nog een bezoek aan het authentieke Lviv en de Karpaten, nu het nog rustig is.

Goudgestikt
Het vliegveld in Lviv waar ik met een tweemotorig propellervliegtuigje vanuit Wenen land, is piepklein, en ook in de mooi opgepoetste monumentale aankomsthal is het al snel vol. De douanebeambtes zijn gekleed in goudgestikte uniformen. Eén van hen vraagt mij naar het doel van mijn bezoek. Als ik met 'toerisme' antwoord, kijkt ze ons verbaasd aan en pas na enig aarzelen zet ze een kleurrijke stempel in mijn paspoort. Mijn taxichauffeur rijdt me in zijn oude Volga met de nodige moeite over eeuwenoude kinderkopjes richting stadscentrum. Onderweg laat hij nieuwbouwprojecten in aanleg zien, alle bestemd om volgend jaar de grote groepen internationale supporters op te vangen en onder te brengen. Behalve een nieuw vliegveld en een nieuw stadion gaat het om de bouw van nieuwe hotels en de modernisering van de 19de-eeuws aandoende wegen.

Op een gegeven moment passeren we indrukwekkende woonblokken in de sfeervolle secessiestijl – de Oostenrijkse variant op jugendstil– en eenmaal in het centrum zijn er overal prachtige gebouwen in de renaissance-, barokke, classicistische en zelfs art-decostijl. Die overdaad aan historische pracht en praal brengt je ongewild in hogere sferen. De afwezigheid van toeristen en het overal zichtbare verval versterken het romantische karakter van de stad, die nog het meest doet denken aan Praag net na de val van de Muur. Ik overnacht in het romantische, in jugendstil opgetrokken Hotel George, waar ook internationale beroemdheden als Maurice Ravel en Jean-Paul Sartre logeerden. De gangen en trappenhuizen hebben prachtige glas-in-loodramen en spiegels. En de kamers zijn comfortabel, uitgerust met mooie meubels in empire-stijl. Vanuit mijn hotelkamer kijk ik op een metershoog standbeeld van Oekraïnes belangrijkste nationale held, de dichter Taras Sjevtsjenko, die vooral bekend is door de dichtregel 'Wanneer ik doodga, Begraaf mij in mijn geliefde Oekraïne, Tussen de uitgestrekte steppen, Graaf mijn graf'.

Tot de Eerste Wereldoorlog hoorde Lviv, dat toen nog Lemberg heette, bij het Habsburgse Keizerrijk (Oostenrijk-Hongarije). Polen en Joden vormden toen nog de grootste bevolkingsgroepen in de stad. Onder de nazibezetting zijn alle Joden uitgeroeid en onder de Sovjetbezetting is de hele Poolse bevolking gedeporteerd. De stadsbevolking bestaat vandaag vrijwel uitsluitend uit Oekraïeners. Op een enkele buitenlander na, want de portier van Hotel George blijkt een Marokkaanse werkstudent, die naar Lviv is gekomen om er werktuigbouwkunde te studeren. Als een van de weinige inwoners van Lviv spreekt hij vloeiend Engels en Frans. Duits hoor je hier al helemaal nergens.

Kaviaar
Toch ademt de binnenstad een onvervalste Habsburgse sfeer uit, met op bijna elke hoek van de straat een Weens koffiehuis met typisch fin-de-siècle-interieur, waarin klassieke kroonluchters niet ontbreken. Uitgesproken Habsburgs is ook het imposante Operahuis, uit 1897. Bij een ouderwetse mechanische kassa koop ik een concertkaartje dat een fractie kost van wat je er in Vlaanderen voor zou betalen. Vandaag staat Johan Strauss op het programma en zoals alle concerten in het Operahuis begint ook dit concert om klokslag zes uur 's avonds. Het publiek is uiterst net gekleed; in de pauze stort het zich massaal op de glazen champagne en broodjes rode kaviaar.

Na afloop flaneer ik met hen mee over de brede 19de-eeuwse Vrijheidsboulevard naar het laat-middeleeuwse Plosja Rynok (Marktplein), in het mooie, oude stadscentrum dat officieel onder het werelderfgoed van de Unesco valt. Hier zijn ook de beste restaurants van de stad. Eerst is het tijd voor een Tsjechisch biertje, op een terrasje met zicht op nostalgische trammetjes die langs een indrukwekkend in renaissancestijl opgetrokken Ratoesja (Raadhuis) voorbijrijden. Geheel in traditie bestel ik vervolgens ook warme goulash en schnitzel met rösti.

Op het eerste gezicht dus een typisch Habsburgse sfeer, maar ook de Slavische cultuur is in Lviv nadrukkelijk aanwezig. De voertaal is Oekraïens en de opschriften in het straatbeeld zijn uitsluitend in het cyrillische schrift. Verder staren op elke straathoek onbekende Oekraïense helden je vanaf metershoge marmeren sokkels aan en voeren de meeste restaurants een Oekraïense menukaart: borsjtsj (bietensoep), salo (spek) en gorilka (Oekraïense wodka). En de vele prachtige barokke en in rococostijl gebouwde katholieke kerken in de stad hebben een uitgesproken orthodox interieur, met als hoogtepunt de dominicaanse kathedraal. De iconen en de mystieke koorzang brengen je in een volslagen andere wereld, ver weg van het katholieke Europa. Dit Oekraïense katholicisme erkent de paus als kerkelijk leider, maar volgt verder volledig de orthodoxe riten.

Al vanaf het Habsburgse tijdperk is Lviv per spoor verbonden met het ten zuiden gelegen Oekraïense Karpatengebergte. Hier brengt de stadsbevolking graag haar weekends en vakanties door. Het staat bekend als een van de meest ongerepte natuurgebieden van Europa, mede doordat het tijdens de Koude Oorlog deels een gesloten zone was.
Ook ik reis voor een lang weekend af naar dit gebergte, dat grenst aan Slovakije, Hongarije en Roemenië. De treinwagon lijkt nog uit het keizerlijke tijdperk te stammen. Op de grond liggen mooie oosterse tapijten en voor de ramen hangen schattige gordijntjes met kanten randjes.

Elke wagon heeft een eigen begeleidster, gekleed in een stijlvol blauw uniform, die koffie komt inschenken en regelmatig kolen in een kachel schept om de coupés op temperatuur te houden. Mijn medepassagiers Ihor en Bohdana komen uit de Karpaten en trakteren mij op heerlijk ingemaakte vruchten en groenten uit eigen moestuin. Ze vertellen honderduit over het leven op het Karpatische platteland en de belangrijke rol die kerkelijke feestdagen daar spelen. Ook bekennen ze dat ik de eerste buitenlander ben die zij ooit tijdens een treinreis zijn tegengekomen, maar het lijkt snel of we elkaar al jaren kennen.

Ik stap uit in het plaatsje Jaremtsje, het belangrijkste centrum van deze regio en ook wel de parel van de Karpaten genoemd. Het is prachtig gelegen aan de oevers van de rivier de Proed, omgeven door beboste bergtoppen. Je kunt er mooie wandelingen maken en lekker eten in lokale eethuisjes met authentieke West-Oekraïense gerechten. Ik overnacht in het recent gebouwde hotel Edelweiss, met een prachtig uitzicht over de bergen.

Nostalgie
De volgende dagen zal ik per auto samen met een lokale chauffeur de Oekraïense Karpaten verder ontdekken. Zo bezoeken we Boekovel, het grootste skicentrum van West-Oekraïne. Hoewel dit zelfs voor de West-Europeaan redelijk modern overkomt, roept het mede dankzij de vele blokhutten toch vooral een gevoel van nostalgie op.
Naarmate we dieper de Karpaten intrekken, neemt dat nostalgiegevoel toe. Je ziet hier overal fleurige losstaande houten huisjes, opgevrolijkt met mooi houtsnijwerk en daaromheen kunstig gesmeden hekwerken. Het drinkwater halen de bewoners nog uit de put en hun kachels stoken ze met in het bos gehakt hout. Op de erven zie je loslopende kippen, ganzen en geiten en in de dorpswinkels doen houten telramen dienst als kassa.

Op de doorgaans smalle wegen stuiten we geregeld op paarden die oude houten wagens voorttrekken. En overal langs de weg staan kleurig beschilderde houten kerkjes. Het lijkt net alsof je in Anton Piecks sprookjeswereld bent terechtgekomen. Alleen spelen in deze Oekraïense versie de Hoetsoelen de hoofdrol, een inheemse bevolkingsgroep die nog leeft volgens eeuwenoude tradities. Ook mijn chauffeur Oleh is Hoetsoel. Hij vertelt me geestdriftig over de vele folkloristische muziekoptredens in de omgeving, waarbij iedereen zich in traditionele klederdracht hijst. Op de laatste reisdag brengt hij me naar het stadje Kolomija, waar ik het bizarste gebouw van mijn rondreis bezoek: een meerdere meters hoog en fleurig beschilderd betonnen ei. Binnen zijn honderden pysanki (gedecoreerde siereieren) tentoongesteld, ook al Hoetsoel-erfgoed. Ook hier voel ik me even een echte pionier, want ik ben weer de enige westerling die er sinds vele maanden is gesignaleerd. Vooralsnog…