Collega’s,

Zoals u allen weet heeft de Vlaamse regering in de vorige legislatuur - op vraag van de federale overheid - in 2008 ingestemd om deel te nemen aan een kapitaalverhoging van de nv Dexia holding, teneinde op dat ogenblik deze bank en ook andere banken toe te laten de bankencrisis te overleven.
De federale overheid had toen ook afspraken gemaakt met de Franse en Luxemburgse overheid die inhielden dat de Belgische aandeelhouders samen 3 miljard euro zouden inbrengen. De federale overheid en de gewesten (samen) hebben elk 1 miljard euro onderschreven waarvan 500 mio door het Vlaams gewest. Ook de historische aandeelhouders tekenden toen in en dit ondanks hun toen reeds hoge schuldenlast: de Gemeentelijke Holding onderschreef zo ook 500 mio euro. De Gemeentelijke Holding was en is een instelling die nog steeds bestuurd wordt door een raad van bestuur en op basis van een federale wet onder het toezicht staat van 2 federale regeringscommissarissen. De gewesten beschikken over een regeringsafgevaardigde met het statuut van waarnemer. Tot op heden werd deze federale wet nog niet afgeschaft.
Op basis van de gemiddelde beurskoers toen, overeenkomstig de wettelijke regels, werd de prijs bepaald op 9,9 euro per aandeel. Het Vlaams gewest verwierf op basis van deze inbreng 2,8 % van het kapitaal van de bankgroep, wat onvoldoende was om aanspraak te kunnen maken op een bestuurder. De federale overheid, die ook toen naast de kapitaalverhoging belangrijke waarborgen (60% van 150 miljard) toestond, verwierf wel een bestuurder.
Ondanks deze inspanning bleef het Dexia-aandeel op de beurs laag noteren, wat er toe leidde dat zeer snel duidelijk werd dat de situatie van de Gemeentelijke Holding die ingeschreven had met geleende middelen op deze kapitaalverhoging moeilijk werd.
Met ingang van 1 januari 2009 onderschreven de gewesten daarom een gezamenlijke waarborg van 400 mio euro ten behoeve van de gemeentelijke holding. Met ingang van 1 juli 2009 werd deze waarborg verhoogd met een bijkomende waarborg, ook voor 400 mio euro, vanwege de federale overheid. Er werd met de gemeenten afgesproken dat zij een inspanning zouden leveren om het kapitaal te verhogen, teneinde de overdreven schuldenlast van de Holding te milderen. Na discussies beslisten de gemeenten uiteindelijk om de middelen, die hen ter beschikking waren gekomen door de verkoop van Distrigas, hiervoor niet te gebruiken maar om toch over te gaan tot een kapitaalverhoging ter vermindering van de schuld - waarbij aan het bijkomend kapitaal hoge preferente dividenden werden verbonden.
Deze kapitaalverhoging liet de Gemeentelijke Holding toe om de toegekende waarborgen geleidelijk af te bouwen tot 125 mio euro in juli 2010.
De Europese Commissie hechtte na langdurige onderhandelingen haar goedkeuring aan het herstructureringsprogramma zoals voorgesteld door Dexia Holding. Dit herstructureringsprogramma bleef uitgaan van één geïntegreerde onderneming met enerzijds Dexia bank en verzekeringen Belgie en anderzijds een belangrijke gespecialiseerde speler inzake kredietverlening aan (Franse) openbare besturen, DCL. De voorstanders op dat ogenblik van opsplitsingsscenario’s voor de onderneming haalden het toen niet. Toen reeds was immers duidelijk dat Dexia Bank Belgie noodzakelijk was voor de liquiditeitsverschaffing binnen de groep ten aanzien van DCL, maar dat het ook tegelijkertijd garant was voor belangrijke toxische activa, die de groep aanhield. De aandeelhouders droegen echter verantwoordelijkheid voor het geheel. De uitvoering van dit herstructureringsprogramma werd aangevat.
In het voorjaar 2011 begon de situatie van Dexia Holding sterk te verslechten als gevolg van de euro-crisis en de waardeverminderingen die tot uiting kwamen op de belangrijke portefeuille overheidsobligaties uit Griekenland en de zogenoemde PIGS-landen de situatie. De indekking tegen rentestijgingen – een noodzakelijke techniek binnen Dexia gelet op de belangrijke uitstaande leningen met lange looptijd - verkreeg een negatieve waarde gelet op de forse daling van de Duitse rente.

Het gegeven dat de marktwaarde van de portefeuille overheidsobligaties sterk begon te dalen, bracht met zich mee dat het steeds moeilijker werd voor Dexia Holding om op de markt overeenstemmende funding te vinden, aangezien de waarde van het onderpand zakte en men steeds meer onderpand moest aanleveren. U weet dat het bankmodel van Dexia er juist in bestond om op korte termijn werkingsmiddelen aan te trekken en die om te zetten in lange termijnskredieten aan publieke besturen en dit met lage marges.
Dexia Holding keurde toen een versnelde herstructurering goed, waarbij belangrijke verliezen werden genomen bij het afstoten van de Amerikaanse risico’s.
In de loop van de maand mei 2011 werd duidelijk dat een verhoogde waarborg voor de Gemeentelijke Holding noodzakelijk was, om te vermijden dat de holding zijn verplichtingen ten aanzien van zijn schuldeisers niet meer zou kunnen voldoen.

Tijdens een overleg tussen de federale eerste minister en de minister-presidenten eind mei 2011 werd afgesproken dat de gewesten inspanningen zouden leveren om de situatie bij de Gemeentelijke Holding te keren. De federale overheid zou de minderheidsparticipatie van de Gemeentelijke Holding in nv Astrid terugkopen. De Vlaamse regering oordeelde dat zo’n inspanning aangewezen was vanuit het belang van het voortbestaan van Dexia Bank Belgie . Het was toen immers reeds duidelijk dat de Dexia Groep de neergang van één van zijn belangrijkste aandeelhouders niet zou kunnen overleven.
Dit resulteerde in een gewestwaarborg ten belope van 450 mio euro. Tegelijk kochten de gewesten ook voor 120 mio commercial paper, teneinde liquiditeitsproblemen te ondervangen. Sedert juni 2011 laten de gewesten zich ook bijstaan door een gespecialiseerd advocatenkantoor en een zakenbank, teneinde volledige transparantie te bekomen in de werkelijke toestand bij de Gemeentelijke Holding. Aan de gewestwaarborg werden strenge voorwaarden verbonden in verband met een stop op dividendbetalingen, het stopzetten van de diversificatie en het afbouwen van activa en schuld. Deze waarborg was bestand tegen een stress-scenario met een Dexia-koers van 2 euro wat in juni 2011 nog afgedaan werd als een zeer pessimistisch scenario.
In de zomer verslechterde de situatie op de internationale markten verder. Op 31 augustus was het aanwezige collateral binnen de GH onvoldoende om – ondanks de gewestwaarborgen – de uitstaande Dexia-leningen te dekken en dienden er bijkomende maatregelen genomen te worden.
Via de financiele pers kwamen er signalen dat de liquiditeitsspanningen op de financiele markten en binnen de Dexia-groep opnieuw opliepen en werd het duidelijk dat omvangrijke deposito’s van Dexia Bank Belgie gebruikt werden om de problemen binnen DCL op te vangen. Bovendien slaagde Dexia Holding er niet in om een akkoord te bekomen van de Europese Commissie over een bijsturing van haar herstructureringsplan.
Op 20 september zaten delegaties van de 3 gewestregeringen samen om de situatie te bespreken en werd er overeenstemming bereikt over een plan van aanpak ten aanzien van de Gemeentelijke Holding en dit met het oog op een belangrijke vervaldag op 2 oktober, toen de Gemeentelijke Holding 135,6 mio euro diende terug te betalen aan Dexia.
Op 30 september bespraken wij de situatie in de Vlaamse regering en was het voor ons duidelijk dat niet alleen maatregelen voor de Gemeentelijke Holding noodzakelijk waren maar dat ook doortastende ingrepen noodzakelijk waren, om de bank zelf te redden. De steun aan de GH was hierbij een manier voor een betere verankering van DBB in ons land zodat die instelling blijvend haar rol als systeembank en financier van de lokale besturen zou spelen. (cf vijf principes).
We dienden vast te stellen dat de raad van bestuur van Dexia Holding van maandag 3 oktober eigenlijk zelf de uitstroom van deposito’s op gang bracht, door samen te komen zonder tot een beslissing te komen over de voorliggende problemen en de wijze waarop hierover werd gecommuniceerd en de verwarring die daardoor ontstond.

 


Als kleine aandeelhouder binnen Dexia holding heeft de Vlaamse regering dan het initiatief genomen om de andere gewesten en de Belgische aandeelhouders op één lijn te brengen ten aanzien van het voorstel dat door het management aan de raad van bestuur werd voorgelegd en met als bedoeling maximaal de waarde binnen de groep te bewaren en dit in het belang van de klanten van de bank, het personeel, de gemeenten en de aandeelhouders. Wij formuleerden toen het splitsingsscenario waarbij een aandeel van de groep zou verdeeld worden over 3: één van de restbank, één voor het Franse deel financiering lokale besturen en één voor de Belgische bank -verzekeraar. Voor ons voorstel kregen we ook ongevraagd bijval vanuit academische hoek.
De federale overheid en de federale toezichthouder hebben toen echter geoordeeld dat gelet op de run on the bank een volledige aankoop van de bank door de Belgische staat de meest aangewezen oplossing was en de enige manier was om het vertrouwen in de bank te herstellen. Deze oplossing werd ook doorgevoerd in het voorbije weekend.
De gewesten bekommeren zich vandaag samen met de federale overheid over de gevolgen ten aanzien van de Gemeentelijke Holding. We proberen ten aanzien van onze uitstaande waarborg tot een zo goed mogelijke oplossing te komen waarbij we absoluut verdere verliezen voor de gemeenten willen voorkomen. Terzelfdertijd moeten we er echter ook voor zorgen dat de onduidelijkheid op welke wijze het Vlaamse Gewest al dan niet voldoende provisies aanlegt voor de mogelijke waarborg-uitwinning van de Gemeentelijke Holding , zich niet vertaalt in een toenemend wantrouwen van de ratingbureaus t.o.v. de systemische risico’s die het Vlaams Gewest neemt. Zelfs al is de schuld van de Vlaamse Gemeenschap relatief klein, de globale schuld, die afgedekt wordt door waarborgen, is hoog en een verlaging van de rating, met meer dan één stap, zou ernstige gevolgen hebben op de financieringen, aangegaan door Aquafin, etc …

 


Welke conclusies trekken we hier nu als Vlaamse regering uit ?

Deze Vlaamse regering wenst haar verantwoordelijkheid op te nemen ook in moeilijke omstandigheden en wil blijven bijdragen tot de aanwezigheid in ons land van een goed functionerend banksysteem, dat aan lokale besturen ook toelaat middelen aan te trekken voor investeringsprojecten en dat aan mensen de gelegenheid biedt hun spaargeld veilig te beleggen.
Vandaag is de bank gered, maar deze bank zal, vertrekkende van haar grondvesten, opnieuw het vertrouwen moeten opbouwen van haar klanten en de gemeenten en dit in een concurrentiële omgeving. Ook ten aanzien van overheidsbanken gelden immers voor de gemeenten en voor Vlaanderen de wet op de overheidsopdrachten en kan er niet gediscrimineerd worden op basis van nationaliteit bij de toekenning. Ook dit is een element van het compleet andere landschap dan bij de start van het Gemeentekrediet.
De basistaak van een systeembank blijft voor ons de transformatie van het spaargeld naar leningen, die onder andere bedrijven en overheden moeten toelaten om te investeren . Als Vlaamse overheid vinden we het belangrijk dat er voor deze opdracht een voldoende breed gediversifieerd landschap aan instellingen beschikbaar is. Daar willen we samen met de andere gewesten en de federale overheid inspanningen voor leveren.
Als Vlaamse overheid hebben we reeds in het gemeentedecreet duidelijk gemaakt dat beleggen in aandelen geen opdracht is voor een gemeentebestuur. Met de verkoop van Dexia bank Belgie aan de Belgische staat komt er een einde aan de bestaansreden van de Gemeentelijke Holding en worden de gemeenten in de toekomst gevrijwaard van risicovolle beleggingen.

 


Voor het imago en de kredietwaardigheid van de publieke sector in ons land is het evenwel noodzakelijk dat de Gemeentelijke Holding op een ordentelijke manier afgewikkeld wordt in een soort begeleide vereffening gericht op het maximaal valoriseren van de aanwezige waarde. De Holding zal dus wat ons betreft geen nieuwe activiteiten kunnen ontwikkelen – we hebben dit reeds voorzien in de waarborgovereenkomsten – maar we willen ook waarschuwen tegen het hals over kop verkopen van activa in de zeer slechte markten die we vandaag kennen. Deze begeleide vereffening maakt vandaag en de komende dagen het voorwerp uit van gesprekken met de andere gewesten en de federale overheid.