Het akkoord over de zesde staatshervorming hertekent in aanzienlijke mate de institutionele verhoudingen, maar vormt geen copernicaanse omwenteling en zal niet de laatste staatshervorming zijn. Dat is de teneur woensdag in de Vlaamse krantencommentaren.

De titel van het commentaarstuk van Paul Geudens in Gazet van Antwerpen, "Toekomstige conflictstof", is veelzeggend. "Deze zesde staatshervorming zal niet de laatste zijn. Dat staat nu al vast", schrijft hij.

"Het voornaamste bezwaar tegen deze laatste etappe is dat ze de zaken niet vereenvoudigt, maar integendeel ingewikkelder maakt. Veel, vooral sociaaleconomische bevoegdheden worden maar half overgedragen naar de regio’s. Het arbeidsmarktbeleid en de sociale zekerheid zijn daar uitgesproken voorbeelden van. En Brussel is ronduit een ramp. Dit is allemaal toekomstige conflictstof", aldus Geudens.

Liesbeth Van Impe trekt in Het Nieuwsblad dezelfde conclusie. "Is dit een historisch akkoord? Copernicaans? Revolutionair? Aangezien iedereen met die woorden iets anders bedoelt, kan die discussie nog wel even duren", schrijft ze. "Eén adjectief is zeker niet van pas: dit akkoord is niet de definitieve staatshervorming. Er zullen er nog volgen."
"De Belgische structuur is niet in zijn volledigheid herdacht, er is wel intensief aan gesleuteld. Welke gevolgen dat allemaal zal hebben, in de feiten en in de hoofden, zal moeten blijken eens alles ook echt uitgevoerd wordt", aldus nog Van Impe.

Guy Tegenbos heeft het in De Standaard over een typisch Belgische staatshervorming. "De zesde staatshervorming bevat, net zoals de vijf voorgaande, veel pagina’s en afspraken. Maar ze vertolkt geen gemeenschappelijke visie. Ze ontstond uit de botsing van twee visies die op zowat elke punt tegengesteld waren", schrijft Tegenbos.

Ook hij ziet het akkoord niet als een eindpunt: "Het akkoord is geen enthousiasmerend vredesverdrag dat een nieuw tijdvak inluidt. Het is een wapenstilstand die beide partijen een stukje geeft van wat ze wilden en waarmee ze wel een tijd ’kunnen leven’."

Erik Donckier van Het Belang van Limburg ziet in het akkoord geen copernicaanse omwenteling die het politiek zwaartepunt finaal verschuift van de federale overheid naar de regio’s. "De fiscaliteit en de sociale zekerheid - de twee beleidsinstrumenten bij uitstek - blijven immers in overgrote mate een federale bevoegdheid", luidt het.

Daardoor blijft vooral de federale overheid verantwoordelijk voor de sanering van de overheidsfinanciën en het nemen van structurele maatregelen om meer mensen aan het werk te krijgen en te houden en om onze concurrentiekracht te versterken. "Dat maakt dan weer dat formateur Elio Di Rupo en de zes, zeven of acht partijen - schrappen wat niet past - het moeilijkste nog voor de boeg hebben", stelt Donckier.

Ook Bart Haeck wijst er in De Tijd op dat het belangrijkste sluitstuk nog moet komen: de 23 miljard euro besparingen en/of belastingverhogingen tegen 2015. "De hoogte van dat bedrag maakt duidelijk dat de regering-Di Rupo dáárop zal worden afgerekend, en niet op haar staatshervorming van 17 miljard euro", zegt Haeck. "De zesde staatshervorming is belangrijk, maar het venijn van deze onderhandelingen zit in de staart."

"De zesde Belgische staatshervorming is een evolutie, geen revolutie", schrijft Steven Samyn in De Morgen. "Een grote hervorming waarbij het zwaartepunt in België nog een stuk verder wordt verlegd van de federale overheid naar de deelstaten", maar waarbij de regio’s nog steeds niet de bovenhand krijgen, aldus Samyn.

Hij voegt toe dat de formateur terecht de moed roemde van zijn medeonderhandelaars. "Niet toevallig stonden Wouter Beke en Charles Michel naast Di Rupo tijdens de voorstelling. De CD&V-voorzitter en zijn MR-collega zaten veruit in de moeilijkste positie en hebben het verst hun nek moeten uitsteken."

"Deze generatie politici slaagde in wat Guy Verhofstadt in 2005, Yves Leterme in 2007 en Jean-Luc Dehaene in 2010 niet lukte", luidt het nog. "Of ze daarvoor beloond zullen worden, is onwaarschijnlijk. Het geheugen van de kiezer is kort."

Luc Van der Kelen noemt in Het Laatste Nieuws het achtpartijenakkoord "miraculeus". Ook hij prijst de moed van de onderhandelaars. MR-Voorzitter Charles Michel "heeft er zelfs zijn kartelpartner FDF voor opgeofferd, een uiterst moedige daad omdat het zijn partij naar het tweede plan verdringt in Brussel, net waar ze het sterkst was. Het is van een uitzonderlijke politieke moed, net zoals de Vlaamse partijen, CD&V en Open Vld, een beslissing hebben genomen die risicovol is en van existentiële aard", aldus Van der Kelen.

Hij wijst er nog op dat er nog "gigantisch wetgevend en bestuurlijk werk" voor de boeg staat. "De acht partijen zullen nog een hele tijd - één of twee jaar - in goede verstandhouding moeten blijven samenwerken om dit mogelijk te maken."