In Irak werd donderdag een speciaal comité opgericht dat de zowat 17 miljard dollar (13 miljard euro) aan olieopbrengsten moet terugvinden die in 2004 verdwenen zijn. Toen werd het land nog direct bestuurd door de Amerikaanse bezettingstroepen.

Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, de centrale bank en het Rekenhof. Maandelijks moet verslag uitgebracht worden over de vorderingen in de zoektocht naar de fondsen.

In juni gaven Amerikaanse functionarissen toe dat 6,6 miljard dollar (5 miljard euro) verdwenen is. Volgens Irak zou echter zowat 17 miljard dollar ontvreemd zijn door corrupte Amerikaanse instellingen.

Dat geld komt uit olieopbrengsten die na de invasie van de Verenigde Staten in 2003 in beslag werden genomen. Het geld werd in het Ontwikkelingsfonds voor Irak (DFI) geplaatst in 2004. Toen bestuurde de Coalition Provisional Authority (CPA) het land, onder leiding van Paul Bremer; ook het fonds werd door CPA beheerd.

In een brief op 11 mei aan de VN-missie in Irak (UNAMI) beschuldigde de anti-corruptiecommissie van het parlement de Amerikaanse instituties die onder de CPA actief waren ervan het geld gestolen te hebben.